Overproductie op bananenmarkt

De arbeiders van de bananenplantages in Guatemala en Honduras zijn niet zozeer bezorgd over hun salariering op korte termijn, maar eerder over de vraag of de grote multinationals de plantages weer zullen herstellen. De kans zit er in dat ze daar voorlopig van afzien, omdat er op het ogenblik sprake is van een enorme overproductie.

Dat zegt Frans Papma van de Nederlandse Stichting Max Havelaar, die hier Oke-bananen op de markt brengt. In Zwitserland heeft Max Havelaar inmiddels tien procent van de bananenmarkt in handen, in Nederland zo'n zes procent, terwijl ze nu ook in Duitsland, Belgie en Denemarken verkrijgbaar zijn. Papma wijst er op dat bedrijven als Chiquita, Dole Fyffes en Delmonte de afgelopen jaren hun plantages enorm hebben uitgebreid door de verwachting dat Oost-Europa en Rusland een grote nieuwe markt zouden gaan vormen. Door de crisis in Rusland is de vraag weggevallen en wordt op de Rotterdamse 'fruitpier' nu 9 D-mark voor een doos bananen van 18 kilo betaald, terwijl de kostprijs 35 tot 40 gulden bedraagt. Om die reden hoeft de Nederlandse consument ook niet bang te zijn voor prijsexplosies, zegt het Bedrijfschap voor de Groothandel in Groenten en Fruit in Den Haag. De toegenomen kans op een prijsstijging wordt gecompenseerd door de weggevallen markt in Oost-Europa. Op het ogenblik is de winkelprijs van een kilo bananen ongeveer vier gulden.

“Het ligt gegeven dit perspectief dus niet voor de hand dat we onmiddellijk moeten oproepen tot een boycot van bananen van deze multinationals, omdat het de vraag is of je de getroffen mensen daarmee helpt. Zolang de vakbonden in deze landen niet om een boycot vragen zullen wij dat ook niet doen,' aldus Papma.

De arbeiders zijn niet massaal ontslagen, zoals eerder beweerd, maar ze zijn feitelijk wel op non-actief gesteld. “Dat is op zich zelf ook wel logisch, want er is voorlopig niets te doen. Bedrijven als Chiquita keren een bescheiden bonus uit en geven een einde-jaarsuitkering, maar hun scholen en ziekenhuizen gaan gewoon door.

Deze bedrijven voldoen op minimale wijze aan hun wettelijke verplichtingen. Je zou echter mogen verwachten dat ze onder de huidige omstandigheden wat meer zouden willen betekenen voor hun werknemers,' zegt Papma, “zeker als je ziet wat die ondernemingen de afgelopen decennia hebben verdiend in deze landen.'

Uit gesprekken met vakbondsleiders in de getroffen landen is Papma gebleken dat hier en daar drieenhalve meter water op de plantages staat. “Daarvan heeft iedereen de beelden kunnen zien. Maar dat is lang niet overal zo. Op het grootste deel van alle plantages zijn de bomen omgewaaid en staan ze onder water. Maar de meeste bomen zijn niet ontworteld. Op een termijn van ongeveer negen maanden zou dus weer geoogst kunnen worden,' aldus Papma.