Mariniers op zoek naar een missie in Honduras

De Nederlandse mariniers beginnen vandaag aan een nieuwe missie in Honduras. Ze gaan water, voedsel en medicijnen brengen naar gemeenschappen die soms al dagen niets te eten hebben gehad.

Onder een brug in de modder, omringd door vuilnis, zwerfhonden kinderen en daklozen, beginnen Nederlandse mariniers vandaag met een nieuwe missie in Honduras: water, voedsel en medicijnen bezorgen aan geisoleerde dorpen langs de rivier de Ulua in het noordwesten van het land. Ook hier heeft de storm Mitch flink huisgehouden; met name de arbeiders van de bananenplantages van Chiquita zijn het slachtoffer geworden.

Aanvankelijk stond de Nederlandse militaire zending naar Midden-Amerika met lege handen. Luidde de opdracht vorige week nog te helpen bij het redden van “tienduizend ontheemden', volgens de commandant ter plekke van de missie, de overste C. Rondhuis, hebben de Nederlanders “niemand gevonden'.

Snel moest een nieuw doel worden gevonden. In Curacao, het steunpunt voor Nederlandse militaire acties in de regio, wachtten de mariniers op nadere opdrachten. Na wat heen en weer varen voor de Hondurese noordkust, en tot enig ongenoegen van de Britten met wie aanvankelijk zou worden samengewerkt, verlegde het Nederlandse fregat 'Willem van der Zaan' dit weekeinde de koers naar de haven van Puerto Cortes, op korte afstand van San Pedro Sula, waar ook een luchtmachtbasis is. Hier arriveerde gisterochtend een Hercules C-130-transportvliegtuig van de luchtmacht met zeventien mariniers en zes LCRM-rubberboten voor de nieuwe missie.

Een detachement Nederlandse mariniers blijft overigens samenwerken met de Britten. Deze zogenoemde UK-NL Amphibious Forces, een 25 jaar oud samenwerkingsverband, hadden toevallig net samen geoefend in Belize. Vanaf het Britse HMS Ocean wordt in het grensgebied van Honduras en Nicaragua - de zogenoemde Miskito Coast - gezocht naar eventuele slachtoffers of hulpbehoevenden langs de rivier de Rio Coco.

Volgens voorlichter luitenant A. Mons van de marine zou het gaan om zo'n 3.000 mensen die daar geisoleerd zijn geraakt.

Evenmin als aan de Miskito Coast - genoemd naar de daar levende en uiterst mensenschuwe Miskito-indianen - is in het gebied nabij San Pedro Sula duidelijk hoeveel mensen in nood verkeren en waar die nood uit bestaat. Volgens opgaven van de Hondurese autoriteiten gaat het om een gebied met 3.500 mensen.

Niet duidelijk is of dit personen zijn, of slechts gezinshoofden. In dit laatste geval moet het cijfer met vijf worden vermenigvuldigd. De te verdelen voorraden komen van organisaties als het Amerikaanse CARE.

Mariniers zullen goed werk doen

Nabij de tijdelijke uitvalsbasis onder de Democratie-brug op de weg die leidt van San Pedro Sula naar Progreso blijkt wel dat de mariniers goed werk zullen doen. Onder de brug had zich gisteren een tiental mensen verzameld van wie enkelen direct lieten weten dat familieleden in gemeenschappen stroomopwaarts langs de Ulua al sinds de ramp met Mitch geisoleerd zijn.

Jorge Meza probeerde gisteren al voor de tweede achtereenvolgende dag een particuliere boot te bemachtigen om met brandstof en voedsel naar familieleden in het plaatsje Palo Blanco te gaan. Een neef die te voet uit het dorp was gekomen, had verteld van het gebrek aan water en voedsel en vooral van medicijnen om de veel voorkomende gevallen van voetschimmel te behandelen: een gevolg van het voortdurend door overstromingswater lopen.

Ook Amparo Montes zocht vervoer om naar familie te gaan. Maar de beschikbare boot van de plaatselijke brandweer bleef ongebruikt liggen. “De brandweermannen eisen een smeergeld van 700 lempira (98 gulden, red.) om uit te varen.

Wie rijk is, kan direct een boot krijgen.'

Aan die handel komt vandaag vermoedelijk een einde, wanneer de mariniers voor het eerst met voorraden en medische teams zullen gaan uitvaren.

De mariniers moeten ter plekke samenwerken met leden van de Delta-eenheid van het tweede bataljon van de luchtmobiele infanterie van het Hondurese leger, zo legt kolonel Luis Maldonado, de counterpart van overste Rondhuis, uit. Dat zal nog een hele klus worden. De Nederlanders spreken geen Spaans en alleen de Hondurese officieren enig Engels. Op het niveau van de manschappen is er geen gezamenlijke taal, laat staan een gezamenlijke militaire cultuur.

De informaliteit van de Nederlandse militairen is in sterk contrast met het uiterst hierarchische Hondurese leger. De Hondurezen moeten voor bescherming zorgen van de ongewapende Nederlandse inzet. Die bescherming is nodig in verband met diefstal van spullen in het straatarme land. Maar mogelijk is ook ordehandhaving nodig bij het uitdelen van voedsel aan mensen die al meer dan tien dagen weinig of niets hebben gegeten.

Een Amerikaanse helikopter die vandaag in het gebied voedsel dropte, werd bijna bestormd door de bevolking zo vertelde een journalist van het persbureau AFP die was meegevlogen met het toestel.

Indien nodig zal er ook voor de Nederlanders bewapening komen vanuit Curacao. Maar de compagniescommandant van de mariniers majoor Leo van Dongen, gaat er voorshands van uit dat dit op een humanitaire missie niet nodig zal zijn.

De distributie van voedsel en medicijnen - en eventuele medische evacuaties - lijkt als alternatief doel een schot in de roos in het uitgestrekte en onder water gelopen bananengebied.

Mogelijk zullen er later nog andere opdrachten voor Nederlandse militairen volgen.

Dat zal blijken als er in Den Haag een evaluatie is gemaakt van de bevindingen van het zogenoemde Disaster Assistance Response Team oftewel Noodhulp-verkenningsteam. Het is de tweede keer dat dit team in actie komt, maar voor de eerste keer in het buitenland.

In de nasleep van de orkaan Georges, die in september de Bovenwindse eilanden trof, had het team zijn vuurdoop. Het uit een aantal specialisten in zaken als logistiek, geneeskunde communicatie en andere deelgebieden bestaande team voert verkenningen uit die de regering een beeld moeten geven van de ontstane schade en de te nemen maatregelen. Bij het Defensie-personeel is een rampendeskundige van Buitenlandse Zaken gevoegd.

Volgens overste Rondhuis zou vandaag aan het begin van de avond Nederlandse tijd de gelijktijdige rapportage aan de minsteries van Buitenlandse Zaken en Defensie plaatshebben. Rondhuis, die aan de basis van het concept van de drie operationale DART-eenheden heeft gestaan en momenteel de 'piketcommandant' is, erkent dat ook voor het DART zelf de huidige missie in Honduras “vreselijk belangrijk' is. Het concept zal zich immers nog moeten bewijzen bij toepassing op buitenlands grondgebied.

Op weg van het vliegveld van San Pedro Sula naar het tewaterlatingspunt bij de Democratie-brug kregen de Nederlandse militairen een voorproefje van wat hen te wachten staat: ondergelopen bananen- en rijstvelden, daklozen die in van plastic vuilniszakken gemaakte tenten langs de weg kamperen, overal modder en destructie op grote schaal. En daarbij lijkt het ontstaan van ziektes op grote schaal nog maar een kwestie van tijd.