Kristallnacht : Frankfurter Allgemeine

Ignatz Bubis heeft ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de zogenoemde Reichskristallnacht in zijn harde kritiek op de Frankfurter Vredesprijsrede van Martin Walser opnieuw van 'geestelijke brandstichting' gesproken.

Daarmee is een deprimerend dieptepunt bereikt op het gebied van de herinnering van het verleden. De strijd tussen Bubis en Walser is een deprimerende zaak. Want daaruit blijkt dat ook na tientallen jaren van herinneren iedereen langs elkaar heen praat, en dat het vermoeden als zou het verwerken van het verleden van het begin af aan een onmogelijke onderneming zijn geweest, bewaarheid dreigt te worden.

Bijna niemand heeft zich tot nog toe op een zo toornige manier van nauwkeurig terugblikken en zelfbeproeving afgevraagd hoe de herinnering aan de nationaal-socialistische moord op de joden levend kan worden gehouden. In plaats daarvan noemt Bubis Walser een protagonist van de 'cultuur van het wegkijken en het wegdenken'. Dergelijke groteske bewoordingen doen ons sprakeloos staan. Heeft het uberhaupt nog zin om verder te praten?

Het gevaar is nu groot dat het drukke herinneringsgedruis zal verstommen. Maar hetzelfde geldt echter voor het vergeten. Tegen dit gevaar richten zich de retorische bemiddelingspogingen van de bondspresident. Herzog heeft Walser in niet mis te verstane woorden in bescherming genomen. Hij heeft zich gekeerd tegen een moraliserende instrumentalisering van Auschwitz. Herzog maakt zich er sterk voor dat de vraag naar de juiste 'dosering' van de herinnering niet alleen toegestaan, doch ook geboden is. En dat is precies het tegendeel van een hoogambtelijke toestemming voor het verdringen van het verleden. Het is de sobere, op mensenkennis berustende raad om verdringing door een overmaat aan herinneringsdwang niet rechtstreeks te provoceren.

Aan het eind van de eeuw die het boze stempel van Auschwitz draagt, hebben we in het algemeen reden te meer om ook de geschiedenis van de herinnering aan Auschwitz en de oogst van de herinneringspolitiek aan een nader onderzoek te onderwerpen. Zal het onverdroten voor de geest halen van de huidige cultuurbreuk het morele en politieke beoordelingsvermogen kunnen aanscherpen? Is het 'Nie wieder' niet de meest holle van alle holle frasen? Als het herdenken in de toekomst nog meer onder vuur komt te liggen, moet men het rituele en het monumentale proberen te vermijden. Anders verwordt het tot een dode religie zonder belofte van verlossing.