Krenten plukken

Enige tijd geleden hield Maarten 't Hart een warm pleidooi voor de herwaardering van snijbiet van de koude grond. Ik sluit me hier graag bij aan. Deze groentesoort stond hoog op mijn lijstje van 'klein erfgoed'.

Thuis hadden we achter in de tuin een bedje van een vierkante meter van deze, in mijn kinderogen, wonderbaarlijke groente. Een keer in de week kon je de 15 cm hoge bladeren afsnijden, genoeg voor een maaltijd van ons uit tien personen bestaande gezin, je draaide je om en daar kwamen de rakkers alweer. De wonderbaarlijke visvangst en broodvermenigvuldiging uit de Heilige Schrift werden er een stuk geloofwaardiger door.

Het is inderdaad merkwaardig dat deze groente niet bij de groenteboer te krijgen is. Hetzelfde geldt voor een kruid als lavas ofwel maggiplant. Vrijwel iedereen die er een kruidentuintje op nahoudt heeft deze plant wel in zijn tuin staan. Dus aan de populariteit van het kruid kan het niet liggen. Ook zijn er vele appel- peren- en pruimensoorten die je alleen in prive-tuinen en boomgaarden aantreft.

Nog merkwaardiger is echter het feit dat er een fruitsoort is die in ons land overal beschikbaar is zowel in de bossen als in vrijwel alle parken en plantsoenen, maar nauwelijks nog gegeten wordt. Ik bedoel het krentenboompje of de krentenstruik (Ribes alpinum, alpenbes). Naar het 'krenten plukken in het Eerder Bos' keken wij elke zomer verlangend uit. Zo'n hele handvol sappige paarse besjes in een keer in je mond, heerlijk. Er wordt in het voorjaar nog wel volop genoten van de tere witte bloesem maar naar de smakelijke vruchtjes wordt niet meer omgekeken. Toen ik me de afgelopen zomer in een parkje in Haarlem tegoed deed aan de rijpe krenten werd ik door de mensen die voorbij kwamen met argwaan bekeken. Wat was dat voor iemand: levensmoe, kinderlokker? In ieder geval, zag ik ze denken, bracht ik met mijn gedrag de jeugd op het verkeerde pad.

In de tuin van mijn grootouders aan de Geerdijk stond ook een enorme krentenstruik en aan de zijkant van het huis, bij de sloot, stond het belsenboompje. De bels is een kleine pruimensoort waarvan de vruchten niet groter worden dan een kers en die een karakteristieke smaak hebben. Het was de enige belsenboom die ik ooit gezien heb. Toen mijn grootmoeder verhuisde en een buurman het huis betrok, was een van de eerste dingen die de lummel deed het omhakken van de belsenboom waar hijzelf nota bene als kind jarenlang van had gesnoept.

    • Gerrit Olthof