'Ik ben de middengroep ter wille'; Vraaggesprek met Adelmund

Staatssecretaris Adelmund (Onderwijs, PvdA) kiest ervoor haar extra geld in te zetten voor leerlingen uit de middenklasse. Een interview na honderd dagen als bewindsvrouw.

Ze wil de resultaten van de basisscholen openbaar maken. Het gaat zowel om absolute cijfers, zoals de Cito-toetsuitslagen, als de relatieve prestaties van het lerarenteam. Daarvoor zal de nieuwe staatssecretaris van Onderwijs, Karin Adelmund, de noodzakelijke voorbereidingen treffen: een verplichte eindtoets voor alle twaalfjarigen invoeren, de inspanningen van de school in kaart brengen via een 'leerlingvolgsysteem' en daarna de resultaten van elke school publiceren. “Ouders willen transparantie bij hun schoolkeuze. Iedereen wil transparantie. Ik ga daar voor.'

Als sociaal-democratische staatssecretaris van Onderwijs stelt Adelmund niet de zwakke groep leerlingen centraal. Ze kiest voor kinderen uit de 'middengroepen'. Met klassenverkleining, lagere werkdruk voor leraren computers en nu ook inzicht in Cito-cijfers, wil ze die groep aan zich binden. “Dit kabinet vindt dat onderwijs voor iedereen, rijk en arm, een basisvoorziening moet zijn. Dan moet je de middengroep ook ter wille zijn. Want zij dragen de kwaliteit van de voorziening, het onderwijs. Dat zijn de weerbare mensen. Die zijn mondig, zij stellen eisen aan de voorziening zij zijn de kwaliteitsjagers.'

Waarom wilt u in navolging van de middelbare scholen ook de resultaten van basisscholen publiceren?

“De mondige ouders vragen daarom. Zij willen transparantie. Zij hebben recht op toetsresultaten en andere informatie over middelbare scholen en ook basisscholen. Waarom was de middelbare scholenranglijst van Trouw binnen een paar uur uitverkocht? Ik ben ook direct naar de kiosk gerend want mijn zoon ging naar de middelbare school. Kijk, iedereen wil inzicht in cijfers. Dus geef je die. De kwaliteitskaart in het voortgezet onderwijs is een product in ontwikkeling.

De kaart is een hulpmiddel. Mensen kunnen daarna zelf wel uitmaken wat een goede school is.'

Veel basisscholen verzetten zich tegen een verplichte eindtoets en publicatie daarvan. Hun inspanningen voor achterstandsleerlingen worden zo miskend, vinden ze.

“Als je scholen onderling vergelijkt, zul je er rekening mee moeten houden dat de ene school een gigantische inspanning levert om kinderen te leren lezen en schrijven, terwijl een school met kinderen van goed opgeleide ouders nog makkelijk extra's als een boekenbal en toneelmiddagen kon organiseren. Om te weten wat de leraren toevoegen aan de ontwikkeling van kinderen moet je dus zowel de absolute cijfers meten, de Cito-toetsresultaten, als de relatieve prestaties van het lerarenteam op een school. Dat laatste doe je met een leerlingvolgsysteem waarbij je de vorderingen van elk kind van jaar tot jaar bijhoudt. Als je die uitkomsten combineert, kom je dicht bij de waarheid. Ik ben nadrukkelijk voor meten, maar genuanceerd.'

Waarom worden leraren op achterstandsscholen, van wie u zegt dat ze een grotere inspanning leveren, niet beter betaald dan hun collega's? Door het lerarentekort wijken ze uit naar scholen waar ze niet maatschappelijk werker en leraar tegelijk hoeven te zijn.

“Of je hen een extra toeslag geeft, is een vraag voor het arbeidsvoorwaardenoverleg. In het regeerakkoord staat 215 miljoen gulden gereserveerd voor competentiebeloning. Je kunt zeggen dat het werk van deze groep docenten dermate zwaar is, dat er grote competentie wordt gevraagd. Daar kan je een bonus op zetten.'

Hoe gaat u het lerarentekort op basisscholen bestrijden?

“Ik heb dertig actiepunten met de schoolbesturen en bonden opgesteld.

Zo hebben we afgesproken dat er betere kinderopvang komt voor onderwijzers en herintredende moeders. Er komen ook baangaranties, voor vervangers en werklozen die aan een opleiding tot onderwijzer beginnen. En onderwijsassistenten en docenten Arabisch moeten na bijscholing sneller als leraar voor de klas kunnen.

Essentieel is dat op de onderwijsarbeidsmarkt meer evenwicht komt tussen vraag en aanbod. Anders tast het lerarentekort de kwaliteit van het onderwijs aan. Dat zie je nu gebeuren. De leerkracht die zwakke leerlingen bijspijkert, staat hele dagen voor de klas. Aan zijn bijlestaak komt hij niet meer toe. Hij springt bij omdat er geen vervangers te vinden zijn.'

Intussen zet de etnische segregatie door. Vindt u het wenselijk dat witte kinderen en zwarte kinderen in twee gescheiden circuits opgroeien en naar school gaan?

“Dat is opvallend. Als de onderwijsprestaties op de ene groep scholen slechter zou zijn dan op de andere zou ik het onwenselijk vinden. Maar dat is niet altijd zo. Daarnaast kun je er niet veel tegen doen, omdat ouders vrijheid van schoolkeuze hebben. Spreidingsbeleid, zoals in Gouda, heeft weinig opgeleverd. Dus maak je een beleidskeuze en investeer je extra in achterstandsscholen.'

Uw partijgenoten de Amsterdamse wethouder Van der Aa en de voorzitter van de Onderwijsraad Leune zeggen zelfs: besteed de 1,1 miljard gulden niet aan klassenverkleining maar aan bestrijding van onderwijsachterstanden.

“Ik niet. De scholen krijgen nu al heel veel extra. Ga je nog verder, dan krijg je tweedeling in het onderwijs. Voor scholen met achterstandsleerlingen laat je de overheid betalen en voor onderwijs aan de rest laat je ouders extra opdraaien.

Dat kan niet. Onderwijs is een basisvoorziening voor iedereen. Bovendien dragen de middengroepen de kwaliteit van elke voorziening. Zij zijn de kwaliteitsjagers. Dat betekent dat we investeren in de leraar, in de klassenverkleining en in computers. Het extra geld gaat naar alle scholen, ook naar scholen met overvolle klassen in witte kinderrijke wijken. De achterstandsscholen hebben al kleine klassen en kunnen het geld besteden aan gerichtere achterstandsbestrijding.'

Over tweedeling gesproken: Slechts een aantal scholen krijgt van het kabinet geld om te experimenteren met computeronderwijs.

“Dat is waar. Maar de geldbuidel is beperkt. We moeten keuzes maken. Op den duur moeten alle scholen computers krijgen. Gelukkig is er al veel zelfwerkzaamheid met computers. Ik was bij het Ciao-project in Amsterdam. Een basisschool had computers van ons gekregen en de leraren hadden gratis computerles gehad bij de computerclub van ABN Amro. Een combinatie van public and private financing.'

Pardon? Een basisvoorziening betaald door de ABN Amro? Het onderwijs afhankelijk maken van de goedertierenheid van een bedrijf?

“Ja dat kan. Investeringen kunnen elkaar vinden. Cruciaal is of het een gezamenlijk doel dient. In dat geval zijn voor mij heel veel middelen te bespreken. In Amsterdam is dat in orde. Meer kinderen en leraren kunnen dankzij dit project met de computer overweg.'

Dus sponsoring van scholen mag?

“Dat ligt er aan. Contracten zoals in de Verenigde Staten, waarbij Coca Cola scholen verplicht alleen Coca Cola-automaten te plaatsen, vind ik niet kunnen.'

Dat gebeurt in Nederland ook.

“O ja? Waar het bij sponsoring om gaat is dat dat geld een doel voor de school moet dienen.'

Nog even de zwakke probleemleerling. Die haalt soms geen middelbare schooldiploma. Want de basisvorming blijkt te moeilijk.

“Dat weet ik niet. De discussie over basisvorming lijkt beperkt tot de vraag of je voor of tegen praktijklessen bent. De inspectie onderzoekt de knelpunten en rapporteert in augustus. Daar wil ik niet op vooruitlopen. Ik schat echter dat niemand, ook de VVD niet, de basisvorming wil terugdraaien.'

De knelpunten zijn al jaren bekend. De basisvorming is te moeilijk voor leerlingen in het beroepsonderwijs. Bewijs werd onlangs in Amsterdam geleverd. Steeds meer leerlingen spijbelen en halen geen diploma.

“Daar heb je het weer. Op alles wat ik zeg komt weer een nieuw probleem. Sponsoring, de basisvorming en spijbelen zijn drie heel verschillende onderwerpen In januari komen we met een plan tegen spijbelen en schooluitval.'

    • Wubby Luyendijk
    • Frederiek Weeda