Het grote geheim van de 'hemelhoeren'

Jarenlang hebben slachtoffers van seksueel misbruik in de zielzorg gezwegen. Pas de laatste jaren worden kerken aangesproken op hun verantwoordelijkheid schuldigen op te sporen en slachtoffers bij te staan. Op een open dag, binnenkort in Utrecht, doen voormalige slachtoffers hun verhaal.

Tot voor kort verdwenen de meeste klachten onder de vaak namaak-Perzische tapijten in pastorieen, consistoriekamers patronaatsgebouwen en clubhuizen. Maar enkele jaren geleden zijn slachtoffers van seksueel misbruik in de zielzorg aarzelend naar buiten gekomen. In het licht van de nieuwe openheid, begin jaren negentig vroegen ze aandacht voor 'hun grote geheim'.

Misbruikt door dominees, priesters en pastorale werkers hadden zij jarenlang, vaak gedwongen, gezwegen. De openheid van de een gaf moed aan de ander. De kerken voelden zich gedwongen aan zelfonderzoek te doen.

De eerste open dag voor slachtoffers van pastorale werkers, op het Blauwcapel College in Utrecht op 21 november, is vooral bedoeld als therapie. De organisatoren gaan ervan uit dat het delen van ervaringen 'reinigend' kan werken. Het thema van de dag heet 'Opstaan', zoals in de bijbelse overlevering. Dat moet vooral gestalte krijgen in elf werkgroepen na een toneelvoorstelling 'In de dienst van de Heer' door vroegere slachtoffers.

Exacte cijfers over misbruik in de zielzorg zijn er niet, maar bij de interkerkelijke stichting tegen seksueel misbruik in pastorale relaties en bij de katholieke zusterorganisatie 'Hulp en Recht' komen ver over de honderd meldingen per jaar binnen. In dertig gevallen leidt dat tot een aanklacht. Vaak werkt de melding alleen al louterend voor de slachtoffers, zo zeggen pastoraal-psychologen. Als beschuldigden toegeven dat er van misbruik sprake is geweest, geeft dat volgens therapeuten in vele gevallen direct verlichting.

Uit cijfers van onderzoeken in Amerika blijkt dat een op de tien beroepsuitoefenaren die vaak een vertrouwelijke relatie hebben (onder meer therapeuten psychologen, medici, zielzorgers, leerkrachten, advocaten, notarissen) misbruik maakt van dat vertrouwen.

In de pastoraal-psychologie neemt men aan dat dit getal ook in Nederland geldt.

Lang hielden de daders van seksueel geweld in parochies en gemeenten vol dat vrouwen hen hadden verleid. Als de tegenwerping was dat zij zelf van hun macht gebruik hadden gemaakt, vaak bij mensen die hun hulp zochten en die dus sterk afhankelijk waren, werd dat argument al te gemakkelijk weggewuifd. Met de mantel der liefde moest maar veel mogelijk zijn en vooral ook veel bedekt kunnen worden. In Brabant werden de vrouwelijke slachtoffers van seksueel misbruik vaak 'hemelhoeren' genoemd. Op de open dag in Utrecht moet met die voorstelling van zaken worden afgerekend.

Dat is het stellige voornemen van theologe M. Eitjes uit Leerdam, die actief betrokken is bij de voorbereidingen van de open dag. Samen met andere leden van de interkerkelijke stichting kwam zij tot de slotsom dat slachtoffers nogal eens de kous op de kop krijgen. Ze vinden bij ouders of partners of leden van de geloofsgemeenschap soms onvoldoende gehoor of begrip als zij hun klachten eindelijk openbaar maken. Bij een van de twee meldpunten voor slachtoffers, de KRO-omroepparochie, bleek dat er binnen de eigen geloofsgemeenschap sprake was geweest van stuitend gedrag. Dat nam al meteen vertrouwen weg.

Eitjes verwacht dat slachtoffers via een open dag zelf gemakkelijker de weg vinden naar hulp, therapie, genezing en dat zij ook kunnen bijdragen aan het voorkomen van geweld en dat zij elkaar tot steun zijn. “In het appel aan de kerken dat aan het eind van de dag zal worden opgesteld, moet duidelijk worden dat de gezagsdragers een grote verantwoordelijkheid hebben. Misbruikten willen ook weten wat er met de daders gebeurt.

Voorkomen de kerken nieuwe geweldpleging door daders? Dat is nog niet zo duidelijk', aldus Eitjes.

Vicaris H. Verbakel van het bisdom Rotterdam zegt dat er vaak sprake is van klachten tegen nu oudere pastores. Zij zijn niet meer actief betrokken bij de zielzorg. In alle bisdommen gelden vaste regels. Een gedelegeerde van de bisschop of van de overste onderzoekt de melding van seksueel misbruik. Een adviescommissie, waarin hij zelf zitting heeft, toetst de bevindingen van de gedelegeerde en geeft een oordeel. De bisschop of overste neemt daarna een beslissing. Nagegaan wordt of de maatregel ook effect heeft. Is de klacht zeer ernstig, dan kan de gedelegeerde tijdens de behandeling van de klacht van de gedupeerde ook wijzen op aangifte bij het openbaar ministerie.

Verbakel: “Natuurlijk is er een spanningsveld tussen de hulp die je wilt geven aan slachtoffer en pleger en het canonieke recht dat geldt. Het is maatwerk. Maar de kerk heeft de laatste jaren haar verantwoordelijkheid genomen. Er is een duidelijke procedure. Daarnaast rust er ook een plicht op de kerk om de geloofsgemeenschap waarbinnen geweld is gebruikt, extra aandacht te geven.'

In de katholieke kerk helpt de hierarchische structuur een handje. Ook rechters hebben dat ontdekt. Zij dagen kardinalen en bisschoppen voor het gerecht en veroordelen hen, zoals onlangs in Belgie en de VS, tot forse schadeloosstellingen op grond van het gedrag van hun ondergeschikten.

Volgens M. Eitjes is het in de protestantse kerken vaak minder duidelijk wat er met de aanklachten gebeurt, hoe daders worden behoed voor nieuwe misstappen en welke aandacht er voor dit probleem is in de opleidingen.

Er zijn nu in Nederland meer meldpunten gekomen om het gedrag van pastorale werkers, priesters en dominees aan de kaak te stellen.

Maar op de open dag in Utrecht gaat het vooral om naleving van nieuwe regels en het voorkomen van misbruik. Jarenlang is slachtoffers voorgehouden dat het goed was wat er met hen gebeurde en in de omgeving waarin zij verkeerden hadden zij de neiging dat al snel te geloven.