Guerrilla tart geduld regering Colombia

De Colombiaanse regering droeg dit weekeind veertigduizend vierkante kilometer over aan het linkse rebellenleger FARC. Dit in het kader van het vredesproces dat op gang is gezet door president Pastrana. De FARC toont zich van haar kant weinig toeschietelijk.

Een zwerm witte duiven verdwijnt tussen de wolken; een koortje zingt kinderen dansen. Zo werd dit weekend in het Colombiaanse jungle-stadje San Vicente de uittocht van de laatste regeringssoldaat gevierd.

De ontruiming van een gebied, groter dan Nederland, was de voorwaarde van de linkse guerrillabeweging FARC om te komen tot vredesonderhandelingen met de Colombiaanse regering. Al meer dan veertig jaar is het oorlog in Colombia. Aan de ene kant het leger, dat maar niet afleert buiten zijn boekje te gaan. Aan de andere kant de guerrilla. Een klassieke marxistische guerrilla, ontstaan nog voordat Fidel Castro in Cuba de wapens opnam. Nu de enig overgeblevene in zijn soort ter wereld.

Op een podium voor de kerk in San Vicente stond de vredesonderhandelaar van de regering, Victor Ricardo. “God vergeeft ons niet als we doorgaan met de oorlog', hield hij de bevolking voor, die maar mondjesmaat was komen opdagen. “Onze troepen zijn teruggetrokken, maar de autoriteit van de staat blijft.'

Het is een wat curieuze manier om een gebied te karakteriseren waar nu een paar duizend bewapende guerrilla's vrijelijk rondlopen, zonder ook maar ergens de 'wet' tegen te komen. Ook alle rechters en openbare aanklagers zijn de afgelopen dagen met archieven en al op jeeps gezet en het gebied uitgereden.

Toch lopen er in San Vicente geen vrijheidsstrijders op straat te juichen, zwaaiend met hun geweer of rode vlaggen. Pragmatisch als de FARC is, controleert men eerst of alle soldaten het veld wel echt geruimd hebben. “We hebben guerrilla's in burger gezien, en 's nachts zijn er schaduwen in de straten', vertellen de inwonders van San Vicente. Het grootste deel van de guerrillastrijders heeft zich geconcentreerd bij het dorpje La Sombra, twee uur lopen van San Vicente.

De FARC wil een plek waar met de Colombiaanse autoriteiten onderhandeld kan worden zonder dat hun leiders in een hinderlaag lopen. Want het overwicht van de burgerregering op het leger laat in Colombia wel eens te wensen over en de situatie wordt verder gecompliceerd door de aanwezigheid van rechtse paramilitaire groepen, die - onofficieel - worden bewapend en gesteund door het leger.

De vraag is nu in hoeverre deze zoveelste Colombiaanse vredespoging resultaat zal hebben. De regering, onder leiding van de conservatieve president Andres Pastrana, heeft toegestaan dat veertigduizend vierkante kilometer Colombiaans grondgebied van soldaten en agenten 'gezuiverd' is. Een concessie die nog nooit aan enige guerrillabeweging is gedaan. En dat terwijl de FARC in de rest van het land rustig doorgaat met aanvallen. Vorige week nog doodde de FARC in de procinciestad Mitu - in het Colombiaanse Amazonegebied - meer dan honderd mensen. Met zelfgemaakte gas-raketten bestookten ze de lokale legerpost. Niet alleen soldaten, maar ook tientallen burgers kwamen bij de belegering om. Volgens ooggetuigen staat in Mitu geen steen meer op de andere. Ook zou de FARC kinderen hebben gebruikt als levend schild tegen troepenversterkingen van het leger. “Ze trekken wel heel hard aan het koord van de tolerantie', luidde het commentaar toen van de liberale krant El Espectador. Toch bleef Pastrana vastbesloten door te gaan.

De regering wil nu als tegenprestatie een staakt het vuren van de guerrilla. “Alleen als de regering een serieus begin maakt met het ontwapenen van de paramilitairen', luidde gisteren het antwoord van guerrillaleider Raul Reys. Echte onderhandelingen zijn nog steeds niet begonnen.

Ze laten misschien “nog een paar dagen of weken op zich wachten', zei regeringsonderhandelaar Ricardo gisteren vanuit San Vicente, waar hij nog steeds op de FARC zit te wachten.

Toch wordt het initiatief van president Pastrana beschouwd als een serieuze poging een einde te maken aan de eeuwigdurende Colombiaanse oorlog. Waarom? Ten eerste is er een militaire noodzaak. “De FARC is op dit moment sterker dan ooit en krijgt steeds grotere delen van het land onder controle', zegt de Colombiaanse onderzoeker Ricardo Vargas, die net terug is uit het gedemilitariseerde gebied. De afgelopen twee jaar kreeg het Colombiaanse leger de ene nederlaag na de andere te verduren. Omgekeerd neemt ook de macht van de paramilitairen toe. Met het afslachten en het verdrijven van de bevolking krijgen zij steeds meer gebied onder controle. “De regering in Bogota ziet haar hegemonie slinken tot een behangetje, waarachter het niets meer te vertellen heeft', zegt Vargas. Dat verklaart overigens ook de geringe haast van het FARC om tot resultaten te komen.

Een ander punt is de cocaine (en in toenemende mate ook heroine). Zowel de guerrilla als de paramilitairen profiteren van de drugshandel. Al jaren staan de opeenvolgende Colombiaanse regeringen onder druk van de Verenigde Staten. Er wordt driftig vervolgd, gesproeid en uitgeroeid. Maar in plaats van minder, blijken er elk jaar juist meer drugs geproduceerd te worden. “Zonder vrede geen goede drugsbestrijding', hield Pastrana de Amerikanen dan ook voor toen het Amerikaanse Congres vorige maand tegen zijn vredesplan in opstand kwam.

De komende weken zullen de Colombiaanse regeringsonderhandelaars zich buigen over het 10-punten plan dat de FARC als basis voor de onderhandelingen heeft ingediend.

Een dogmatisch communistisch program valt het niet te noemen. Het lijkt eerder op dat van 'nette' Latijns-Amerikaanse oppositiepartijen, zoals de Braziliaanse Partij van de Arbeid (PT) of de Mexicaanse Partij van de Democratische Revolutie (PRD). De FARC wil belastinghervormingen, sociale investeringen en een eerlijker verdeling van de grond. De industie hoeft niet genationaliseerd te worden. Wel moeten de opbrengsten van de grondstoffen 'ten goede komen van het land zelf'. In een van zijn geheime ontmoetingen met FARC-commandant Manuel Marulanda zou president Pastrana over het 10-punten plan van de FARC hebben gezegd: 'Bijna alles wat hier staat is een verplichting van de staat tegenover zijn burgers.'

De ironie is nu dat, juist door de klassieke marxistische opvatting van militaire machtsvorming door de guerrilla, de FARC serieus wordt genomen. Terwijl 'subcommandant' Marcos van de Zapatistische 'guerrilla-light' in Zuid-Mexico wordt ingesloten door een legerapparaat dat even groot is als het hele Colombiaanse leger, stampen in Colombia de commandanten 'Altijd Raak' Marulanda en 'Aap Jojoy' Briceno nu vrijelijk door hun eigen gedemilitariseerde zone.