EU begint 'realistische' gesprekken uitbreiding

De start van de onderhandelingen over de uitbreiding van de Europese Unie zo wordt de bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken vandaag in Brussel genoemd. Maar de onderhandelingen met Polen, Hongarije, de Tsjechische Republiek, Slovenie, Estland en Cyprus zijn afgelopen maart ook al van start gegaan.

De gesprekken in Brussel zijn dan ook vooral bedoeld als een gebaar naar de bevolking van de kandidaat-lidstaten. “We moeten het momentum bij het uitbreidingsproces behouden', zei minister Van Aartsen gisteren. Hij voegde er wel aan toe dat de onderhandelingen objectief en realistisch moeten zijn. Ook zijn Duitse collega Fischer, die de uitbreiding als “een historisch project' betitelde, legde er de nadruk op dat de onderhandelingen met gevoel voor realiteit moeten gebeuren.

De euforie over de uitbreiding is verdwenen. De EU ziet nu een werkelijkheid met veel problemen onder ogen. Zo blijkt de aanpassing aan de EU-regelgeving veel groter dan aanvankelijk was gedacht. “Ze zijn lichtjaren van ons verwijderd', aldus een diplomaat. Europees commissaris Hans van den Broek, verantwoordelijk voor de uitbreiding, benadrukte gisteren dat snelheid bij de onderhandelingen niet ten koste mag gaan van de kwaliteit. Niemand wil ervan beschuldigd worden het uitbreidingsproces opzettelijk te vertragen. Maar steeds meer EU-landen gaan ervan uit dat de eerste nieuwkomers later zullen toetreden dan officieel werd nagestreefd. De jaren 2002 of 2003 beschouwen veel diplomaten als “streefjaren, maar als we dat willen halen moeten we behoorlijk opschieten'.

Sinds maart is de EU bezig na te gaan wat er in de wetgeving van de kandidaten moet veranderen. Dat zogeheten screening-proces, waarbij in totaal 37 onderwerpen aan de orde komen, is nog volop aan de gang. Maar om de kandidaten niet het gevoel te geven dat daadwerkelijke onderhandelingen pas op lange termijn beginnen, gaan de gesprekken over de eerste zeven bij de screening afgeronde onderwerpen morgen op het niveau van ministers van Buitenlandse Zaken beginnen.

Deze onderwerpen - wetenschap, industriebeleid, onderwijs telecommunicatie, cultuur, midden- en kleinbedrijf en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - gelden als zaken waarover de minste problemen zullen ontstaan. Toch valt ook daarover voorlopig geen akkoord te verwachten. Eerst moeten de EU-diplomaten het nog eens worden over gezamenlijke standpunten. Bovendien zal over een onderwerp pas een definitief akkoord worden gesloten als men het over alles eens is.

De voortgangsrapportage die de Commissie vorige week publiceerde, is met grote instemming door de EU-ministers van Buitenlandse Zaken ontvangen. Uit die rapportages blijkt dat kandidaten grote moeite hebben met de aanpassing aan de EU. Bij de Commissie bestaat de indruk dat het, ook als de onderhandelingen snel zouden verlopen, veel tijd zal kosten voordat de kandidaten de EU-wetgeving werkelijk kunnen toepassen.

Een probleem vormt ook Cyprus. Nederland heeft zich gisteren samen met Italie aangesloten bij een Frans-Duitse verklaring, waarin nog eens wordt onderstreept dat toetreding van Cyprus vereist dat er een politieke oplossing is gevonden voor de deling van dit eiland. Griekenland dreigt de toetreding van alle nieuwe lidstaten door middel van een veto te zullen tegenhouden als Cyprus geen lid van de EU kan worden. Griekenland heeft gisteren in een verklaring herhaald dat het aan Turkije te wijten is dat een deel van de bevolking van Cyprus niet bij de onderhandelingen met de EU vertegenwoordigd is.