De jodenmoord

Het staat nu vast, Sie haben es gewusst. Het kan niet langer worden ontkend.

Een driedelige documentaire op de Duitse kwaliteitszender WDR heeft gewone Duitsers, oude mannen, aan het woord gelaten over hun kennis in de oorlogsjaren van de jodenmoord. En die hadden ze, door het verdwijnen van joden uit de buurt, door “fluisterpropaganda' over verschrikkingen in Polen, door verhalen van soldaten, door de krantjes die de Endlosung aankondigden. Der Judenmord: Deutsche und Osterreicher berichten is een beklemmend document door deze vroegere robotstatus van mannen die je nu bij wijze van spreken op een gezellig bejaardenreisje langs de Rijn tegen zou kunnen komen. Uitzending in Nederland zou de moeite waard zijn. Er verschijnt ook een boek over.

Ik heb de neiging om me van elke nieuwe film of document over de jodenmoord af te sluiten omdat ik het onderhand wel denk te weten na Presser, De Jong, Arendt, het docudrama Holocaust vanuit de slachtoffers en de documentaire Shoah vanuit de slachtoffers en omwonenden uit het bezette Polen. Waarom telkens opnieuw dat gevoel van walging oproepen? Moet deze historische bladzijde niet eens worden omgeslagen? Toen ik gisteren toch nog nieuwsgierig de laatste aflevering van Der Judenmord aanzette (in het dorpse Amsterdam alleen op mijn nieuwe satellietschotel) bleef ik weer gefascineerd hangen. Het begon al meteen met een man die indertijd als kind in zijn klas een referaat had gehouden over de noodzaak van Volkshygiene. Hij had het antisemitische werk van professor Edgar Gunther bestudeerd. Heel zijn familie had het over de joden “die moesten verrekken'.

Een ander had zelf bij zijn laatste gesprek met Eichmann, een oude vriend (inderdaad, hoe banaal is het kwaad), gehoord dat het om zes miljoen joden ging. Himmler dacht dat het er meer waren zei Eichmann die toen van plan was te vluchten.

Een dokter schreef aan een heel regiment SS'ers slaapmiddelen voor. De blonde ariers waren “rillende jongens' geworden nadat ze honderden joden in Poolse dorpen voor grafkuilen hadden neergemaaid. Sommigen moesten naar het gesticht.

De maker van het monumentale document, Michel Alexandre, is een bejaarde Belg. Hij zocht antwoord op de vraag hoe het grote cultuurland van Goethe dat hij uit zijn vroege jeugd kende, tot deze daden had kunnen komen. Vijftien jaar heeft hij gewerkt aan interviews met 36 oude Duitsers. Als een inspecteur Derrick met wit haar en gekleurde brillenglazen zien we hem zijn vragen over het verleden stellen.

Vaak praten de mannen in bloeiende tuinen, op de achtergrond zingen vinken en merels. Ze zijn vaak geslaagd in het na-oorlogse leven, ervaren sprekers die de Massenwahn analyseren. Er is vertrouwen ontstaan tussen documentairemaker en verteller.

Uit de discussie achteraf bleek dat de film jongere Duitsers moet hebben aangegrepen, omdat ouders of grootouders in stilzwijgen bleven gehuld. De zeventigers, tachtigers en negentigers zeiden aan Alexandre dat ze blij waren dat ze het voor hun dood nog aan hem konden vertellen, voor het eerst. “Ons wordt nu niet meer de luxe gelaten om het te betwijfelen', commentarieerde oorlogsspecialist professor dr. Wolfgang Benz. Het is veelzeggend dat ons buurland nog steeds doorgaat met deze pijnlijke zelfinspectie.

Eerder op de avond zag ik op Netwerk een nog onbekend filmpje van Hitler al die tijd in handen van een voormalige Amerikaanse inlichtingenofficier die het thuis aan vrienden vertoonde. Netwerk bewaart zo'n item tot het einde, als dessert. Er is nog veel belangstelling voor deze Grimlord van de twintigste eeuw. Het is gemakkelijk om hem te haten en alle kwaad op hem af te schuiven. Zijn ouderwetse snorretje en uniform zijn niet tv-geniek, wij zouden er niet in trappen. Bart de Graaff parodieert hem in zijn programma's. De geuniformeerde Hitler, die soldaten groet, steden bezoekt, menigten toeblaft, is minder angstaanjagend dan de gewone mensen die ontwaakten uit zijn betovering.

    • Maarten Huygen