De dollarbanaan

Het is aandoenlijk en historisch gesproken enigszins paradoxaal: de verontwaardiging over het aan de grote Amerikaanse bananenkwekers toegeschreven plan hun verwoeste plantages in de door de orkaan Mitch getroffen Midden-Amerikaanse landen voorlopig braak te laten liggen.

De redenering dat, nu de bewoners van die streken door een ongekende ramp zijn getroffen, zij van de traditionele werkgever wel iets meer mededogen mogen verwachten, snijdt hout. Maar waren de huidige

actievoerders niet juist tegenstanders van de 'dollarbanaan'?

Een paar jaar geleden sloegen milieugroepen ontwikkelingsorganisaties en leden van het Europese Parlement de handen ineen om de producten van kleinschalige bananenverbouwers in voormalige Europese kolonien te bevoordelen boven de bananen afkomstig van de megaplantages van Chiquita en Dole. Het argument dat die plantages toch ook werk en inkomen verschaften aan de kleine luyden in de betrokken landen, maakte geen indruk. Het plan, overgenomen door de Europese Commissie, dreigt nu inzet te worden van een volwassen handelsoorlog met de Verenigde Staten. Het stuit bovendien op ernstige bedenkingen van de Wereld Handels Organisatie. Bevoorrechting zou in strijd zijn met internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is.

Alles heeft zijn tijd. De 'dollarbanaan' verdwijnt door omstandigheden buiten de menselijke wil (tijdelijk?) uit de schappen. Maar dat feit stemt kennelijk toch niet tot tevredenheid.