Bouterse wil berechting in Paramaribo

De Surinaamse Adviseur van Staat D. Bouterse wil zich in Paramaribo laten berechten voor dezelfde drugsdelicten als waarvan de Nederlandse justitiehem verdenkt.

Op advies van zijn Nederlandse advocaat A. Moszkowicz wil Boutersevan de Surinaamse rechter een onherroepelijk oordeel over dedrugsverdenkingen. Met een dergelijk vonnis is volgens de juridischeadviseurs van Bouterse een drugsproces tegen hem in Nederland onmogelijk.Een verdachte kan namelijk niet twee keer voor dezelfde feiten worden berecht op grond van het beginsel ne bis in idem.

Over deze verdedigingstactiek hebben Bouterse, Moszkowicz en een aantal Surinaamsejuristen die de ex-legerleider bijstaan, vorige week maandag in Paramaribo overeenstemming bereikt.

De van grootschalige cocainehandel verdachte Bouterse hoopt in overleg met de Surinaamse regering nu op zokort mogelijke termijn een strafproces tegen hem in Paramaribo te organiseren. Voor toepassing van de ne bis in idem-regel is wel vereist dat er een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is. De Surinaamse rechtsgang moet dan zijn beeindigd voor de afronding van het strafproces dat het Haagse openbaar ministerie in maart volgend jaar tegen hem wil beginnen.

De hoofddocent internationaal strafrecht van de Universiteit Utrecht, A. Klip, noemt de verdedigingstactiek van Bouterse “een handige truc' die “zeer reele mogelijkheden biedt'. Het strafrechtelijk beginsel ne bis in idem wordt in Nederland ruim geinterpreteerd. Klip: “Nederland is buitengewoon genereus bij de erkenning van buitenlandse vonnissen.'

Bij de Nederlandse justitie zegt men de nu uitgelekte verdedigingstactiek van Bouterse te hebben zien aankomen. Binnen het openbaar ministerie zegt men te verwachten dat een Nederlandse rechter zich hoe dan ook bevoegd zal achten in de strafzaak tegen Bouterse. Nederland is de vervolging immers begonnen en een Surinaams vonnis zal volgens het OM worden bestempeld als de uitkomst van een showproces.

Onder de juristen die Bouterse bijstaan zegt men ervan overtuigd te zijn dat een proces in Suriname zal eindigen in een vrijspraak.

De strafadvocaat G. Spong noemt de tactiek van Bouterse desgevraagd “een voor het Nederlandse OM buitengewoon gevaarlijk verweer'.

Advocaat Moszkowicz wil geen commentaar geven. Strafrechtsgeleerde Klip wijst erop dat de Nederlandse wetgeving geen bepaling kent die zegt dat een soort 'voorgefabriceerd vonnis' niet kan worden geaccepteerd.

De juridische adviseurs van Bouterse zeggen ook te verwachten dat de Nederlandse regering maar al te graag zal meewerken aan een Surinaams proces tegen Bouterse, “omdat ze dit van een pijnlijke strafzaak verlost', aldus een van hen.

Desi Bouterse word ter door het Haagse openbaar ministerie van verdacht tussen 1989 en 1991de organisatie te hebben geregeld van vijf cocainetransporten: vier naar Nederland en een via Belgie. De totale hoeveelheid cocaine die werd gesmokkeld beloopt 1.336 kilo. Bouterse zou bovendien met hulp van twee medeverdachten, onder wie de president van de Centrale bank van Suriname H. Goedschalk, grote bedragen hebben witgewassen.