Borst staat transplantatie uit dieren toe; Ook fiat 'kunstorganen'

Transplantatie van organen die van dieren afkomstig zijn wordt toegestaan. Ook krijgen ziekenhuizen toestemming om 'kunstorganen' te transplanteren. Wel moet de Gezondheidsraad beoordelen of transplantatie, gezien de stand der wetenschap, verantwoord is.

Dit blijkt uit het Planningsbesluit orgaantransplantatie dat minister Borst (Volksgezondheid) naar de Tweede Kamer heeft gezonden. De vergunning voor het implanteren van deze organen blijft, net als voor 'gewone' organen, beperkt tot die academische ziekenhuizen waar nu al orgaantransplantaties worden gedaan. De toestemming voor transplanties betreft voorlopig hart, long, lever, nier, pancreas, dunne darm en strottenhoofd.

Volgens de minister is de capaciteit in de zeven academische ziekenhuizen (alleen in dat van de Vrije Universiteit wordt niet getransplanteerd) ruim voldoende. Dit geldt voorlopig ook als er meer organen voor transplantatie beschikbaar komen. Volgens de minister levert een verwachte stijging met vijftig procent geen problemen op. Als er later toch meer capaciteit nodig blijkt, verdient uitbreiding bij de zeven ziekenhuizen de voorkeur.

Na de invoering van het donorregister werd door een aantal belangengroepen betwijfeld of de capaciteit voldoende was. Ook waren er berichten dat transplantaties door onvoldoende capaciteit niet doorgingen en geschikte organen naar het buitenland verdwenen.

In de academische ziekenhuizen in Groningen, Leiden, Rotterdam en Utrecht mogen alle organen worden getransplanteerd. Voor die in Amsterdam Maastricht en Nijmegen geldt de vergunning vooralsnog alleen voor niertransplantaties.

Minister Borst gaat er blijkens het Planningsbesluit van uit dat het in de nabije toekomst ook het (blijvend) implanteren van kunstorganen mogelijk wordt of het transplanteren van - al dan niet daartoe gekweekte - organen van dieren. Een beslissing over de toepassing van deze technieken laat Borst over aan de ziekenhuizen. Die zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde zorg.

De Gezondheidsraad beoordeelt of, gezien de stand van de wetenschap, het verantwoord is het transplantatieprogramma uit te breiden met andere organen of nieuwe technieken.