Bloem uit muzikale bouquet-reeks

Concert : Radio Symfonie Orkest en Groot Omroep Koor o.l.v. Simon Halsey en Neal Stulberg.

Anton Webern benadrukte bij voorkeur Goethe's beeld van de Urpflanze. Eerst is daar de wortel, vervolgens de stengel, dan het blad, tenslotte de bloesem: even zovele variaties van hetzelfde idee. Gya Kantsjeli (1935), de in Antwerpen woonachtige Georgier en componist van tientallen film- en toneelmuzieken, laat zich eveneens door Goethe inspireren. Maar dan door zijn beeld van de vertrapte bloem die de kracht vindt om weer op te bloeien.

Kantsjeli's meest gespeelde symfonie uit 1975, de Vijfde 'in memoriam Michelangelo', stond zaterdag in de Matinee in het Concertgebouw op de lessenaars bij het Radio Symfonie Orkest. Het zwaarmoedige karakter van de Renaissancekunstenaar ving Kantsjeli op in zijn Adagio als schildering van Michelangelo's schoonheidsideaal dat hij consequent koesterde ondanks alle tegenslagen, dat laatste hoorbaar in het Marcatissimo con fuoco. Al in zijn Eerste symfonie (1967) verwerkte Kantsjeli Georgische gezangen die we mogen opvatten als een symbool voor de eenheid van het schone en het simpele. Maar deze symfonie is nog niet zo monochroom verstild als Kantsjeli vanaf de jaren '80 componeert. Nemen we het begin van de Vijfde met de ruisende klank van metalen platen als van een verre klokkenklank. Binnen twintig maten werkt hij op van ppp tot ffff, van het nauwelijks hoorbare tot het overdonderende.

Die terugkerende klokkenklank markeert de vorm. Opmerkelijk is dat wij de symfonie 'modern' noemen terwijl deze muziek in 1976 werd bekroond met de Sovjet Staatsprijs en dus volkomen acceptabel was voor het gangbare Sovjet-realisme. Het verhaal dat Kantsjeli vertelt vol sentimentele soli en bombastische uitbarstingen past dan ook in een muzikale bouquet-reeks. De lengte echter overtreft elk damesromannetje. Het doorbreken van de muzikaliteit is wat Kantsjeli interessant maakt. Spookachtig bijvoorbeeld is de werking van een knapperig col legno (gespeeld met het hout van de strijkstok) dat de tijd wegtikt.

De uitvoering kon ermee door, maar niet die van Cesar Francks symfonisch gedicht Les Eolides, geinspireerd door de mistral die Franck op een vakantie in Valence onderging. De achtstemmige divisie van de strijkers was zeker voor die tijd ongehoord.

Helaas miste de uitvoering de benodigde etherische kwaliteit. Arvo Parts Arbos echter behoort juist onverzettelijk stoer te klinken, geinspireerd als het is op de levenstempi van de boom: uit de wortels groeit de stam, daaruit de takken met de bladeren als kroon.