Biennale Gelderland in het tijdperk van globalisering

Tentoonstelling : Time Fiction. De vierde Biennale van Gelderland

In steden als Venetie, Johannesburg, Istanbul, Sao Paulo en sinds kort ook Berlijn komt de internationale kunstwereld eens in de twee jaar bijeen om de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de hedendaagse kunst te aanschouwen. De biennales, de aangewezen plaatsen om je als kunstenaar internationaal te manifesteren, hebben zelfs geleid tot een nieuw type kunstenaar: de airport-kunstenaar. Deze reist het hele jaar van tentoonstelling naar tentoonstelling, heeft geen vaste woonplaats en maakt zijn werk ter plekke. Of een kunstenaar nu in New York of Tokyo geboren is, maakt in deze tijd van globalisering eigenlijk niet meer uit.

Het heeft dan ook iets paradoxaals om een biennale te organiseren waarbij de woonplaats van de kunstenaar als uitgangspunt dient. De Biennale Gelderland, die dit jaar voor de vierde keer georganiseerd wordt omvat alleen werk van kunstenaars die in deze provincie wonen en werken. Aangezien er niet zoiets bestaat als 'Gelderse kunst', is de over vier steden verdeelde tentoonstelling een bontgekleurde verzameling van kunstwerken, met traditionele schilderijen en hypermoderne mediawerken gemaakt door oudere, maar vooral door jonge kunstenaars.

In het Van Reekum Museum in Apeldoorn is de boeiendste presentatie te zien. Een snoeiharde housebeat lokt de toeschouwer al van verre naar de verduisterde ruimte waar de multimedia-installatie Cyborg van Andre van Roijen staat opgesteld. Hier volg je op groot scherm een handvol pilletjes op hun virtuele reis door het menselijk lichaam. Eenmaal in de maag beland ontpoppen de kapsules zich tot vrolijke rupsjes die hun reis vervolgen door een soort woud van met piercings behangen tentakels, waarna ze uiteindelijk worden uitgebraakt. De kortstondige trip is zowel visueel als muzikaal een heftige belevenis.

Erik Wesselo inmiddels ook buiten Gelderland geen onbekende meer toont in Apeldoorn een serie korte filmpjes waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Vastgebonden aan een molenwiek draait hij duizelingwekkende cirkels door de lucht, of hij snelt achterstevoren zittend op een galopperend paard over een Veluws zandpad. De ronddraaiende beweging van de wieken en de regelmatige cadans van de paardenhoeven zorgen dat je haast gehypnotiseerd naar de beelden blijft kijken.

De tentoonstellingen in de verschillende musea hebben ieder een heel eigen karakter.

Is de tentoonstelling in Apeldoorn vooral visueel imponerend met de computeranimaties van Van Rooijen en bijvoorbeeld de indrukwekkende portrettekeningen van Aafke Bennema, de opstelling in het Zuthpense Museum Henriette Polak is juist ingetogen en contemplatief. In de kleine kamertjes van het historische pand is veel persoonlijk werk te zien, waaronder de seksueel getinte notities van Annelies Slaats en de nostalgische, naar haar kinderjaren teruggrijpende tekeningen van Nana Ruegebrink.

De reis naar Arnhem is alleen al de moeite waard vanwege de wandvullende tekening van Erik Odijk. Zijn metersgrote voorstelling, die herinnert aan middeleeuwse wandtapijten toont een mysterieus bos vol feerieke varens, boomstronken, zwammen en wortels. Odijk tekende het sprookjeswoud op een schaal van een op een waardoor je het gevoel krijgt er middenin te staan.

Met een beetje goede wil zijn de vier steden, zelfs met het openbaar vervoer, op een dag te bezoeken. Omdat de organisatoren van de Gelderse Biennale bang waren dat weinig mensen de complete tentoonstelling zouden zien, kozen zij voor een aantal verbindende projecten die op alle locaties te zien zijn. Ernie Bossmann plaatste delicate mini-installaties van draden, katoen en spelden in de verschillende musea, waar ze de bezoeker steeds op onverwachte plaatsen achter een deur of hoog tegen het plafond verassen. Het kunstenaarsduo Terry van Gurp en Rene van Oudenhoven ging nog een stapje verder: zij drongen de toiletten van de musea binnen. Voor de duur van de biennale kan iedere bezoeker daar gebruik maken van hun originele gezeefdrukte toiletpapier.