Agusta-affaire: 'Dit is een politiek proces'

De verdediging is aan het woord in het Agusta-proces. De advocaten van de socialistische politici leggen de nadruk op het gebrek aan bewijs van corruptie. De 'open oorlog' tussen justitie en politiek zou een eerlijk proces onmogelijk maken.

De voormalige penningmeester van de Socialistische Partij, Etienne Mange, was gisteren in het zwart gekleed. Het was de eerste keer sinds de dood van zijn echtgenote, drie weken geleden, dat hij in de rechtszaal verscheen. Nu eens met het hoofd in de handen, dan weer verwoed aantekeningen makend, hoorde hij toe hoe zijn drie advocaten hem urenlang verdedigden tegen de aanklacht van passieve corruptie. Kort na zijn arrestatie, begin 1995, had Mange al toegegeven dat hij 51 miljoen frank (bijna f3 miljoen) voor zijn partij heeft ontvangen van de Italiaanse helikopterbouwer Agusta. Maar giften van bedrijven waren in die tijd toegestaan, betoogden zijn advocaten, en de SP zat nu eenmaal in geldnood. “Het was de tijd van de veramerikanisering van de kiescampagnes.'

Mange speelt een sleutelrol bij de vraag of de Vlaamse socialisten, onder wie voormalig NAVO-chef Willy Claes, wisten dat zij geld zouden krijgen van Agusta voordat de Belgische regering in december 1988 besloot een bestelling te plaatsen bij het Italiaanse bedrijf. In eerste instantie verklaarde Mange dat hij het aanbod van Agusta had aangekaart bij de partijtop, onder wie voorzitter Karel van Miert. Dat zou betekenen in 1988, want Van Miert werd begin 1989 Europees Commissaris. Maar enkele dagen na zijn arrestatie wijzigde Mange zijn versie. Niet Van Miert, maar diens opvolger Frank Vandenbroucke was aanwezig. Dus was het in 1989, na de beslissing voor Agusta. Dat hij in eerste instantie Van Miert had genoemd, zei zijn advocaat, kwam omdat Mange in hem altijd de voorzitter van de partij was blijven zien. “De president, le president, zijn president uit de tachtiger jaren.'

Eendrachtig hebben Vandenbroucke Van Miert en voormalig SP-voorzitter Louis Tobback vorige maand al als getuige verklaard dat Mange pas begin 1989 de partijtop op de hoogte heeft gebracht.

Tobback gaf wel toe dat de penningmeester te veel de vrije hand had gekregen. Maar openbaar aanklager Eliane Liekendael zei weinig geloof te hechten aan hun verklaringen. Inmiddels wordt hun bewering echter ondersteund door een brief, die vorige week bij het gerechtelijk dossier is gevoegd. Het schrijven is afkomstig van de echtgenote van Mange, die is omgekomen in een brand. Justitie, die zelfmoord vermoedt vond in haar computer de bewuste brief in verschillende versies - gericht aan Mange en aan Tobback. Het epistel over de Agusta-zaak die haar leven zou hebben vernietigd, is een wat warrige uiteenzetting van vooral verwijten aan haar echtgenoot, van wie ze gescheiden leefde. Maar ook staat in de brief dat Mange drie politici over de Agusta-gift had geraadpleegd: Claes, Tobback en Vandenbroucke. Dit aanbod zou zijn gestuit op een “categoriek njet' van Tobback en Vandenbroucke. Claes zou hebben opgemerkt: “Wat denkt dat broekventje wel.' Maar Mange kon niet meer terug, de geldstroom was al op gang gekomen.

De advocaten citeerden gisteren uit “het tragische van wat over het graf heen is gekomen'. Mange was volgens zijn advocaat “verteerd door schuldgevoelens'. Moreel zou hij inderdaad schuldig zijn, ten aanzien van zijn gezin en van de partij. “Maar in strafrechtelijke zin is hij onschuldig.' Zijn advocaten vroegen daarom vrijspraak, zoals eerder hun collega's deden voor vrijwel alle andere verdachten. Ook de advocaten van Claes hebben betoogd dat er geen enkel bewijs is te zijner laste. Maar “de goden zijn bloeddorstig' en “de tijdgeest is tegen Claes'. Alleen Francois Pirot, voormalig secretaris-generaal van de Parti Socialiste heeft (deels) schuld bekend.

Niet aan corruptie maar aan heling omdat hij bleef betalen met geld waarvan hij de dubieuze herkomst kende.

De advocaten van de in totaal 12 verdachten gingen ook in op de strijd tussen de Belgische politiek en justitie. Die open oorlog maakt volgens de advocaten van de vroegere kabinetschef van Claes, Johan Delanghe, een eerlijk proces onmogelijk. “Dit is een politiek proces want dit is het proces van de politieke klasse van weleer en van de methodes van partijfinanciering uit het verleden.' In mildere vorm waarschuwde gisteren ook de advocaat van Mange het Hof van Cassatie. “U bent in een andere wereld opgegroeid, de wereld van rituelen.' Als het hof in giften van bedrijven aan partijen corruptie ziet, aldus de verdediging, dan getuigt dat van wereldvreemdheid. Een wereldvreemdheid waarvan procureur-generaal Liekendael alvast blijk zou hebben gegeven.

De bijna 70-jarige procureur-generaal zelf zat gisteren te knikkebollen tijdens de urenlange betogen. Daarentegen was in de beklaagdenbank de voormalig voorzitter van de Parti Socialiste, Guy (Dieu) Spitaels, druk aan het werken aan zijn verdediging die donderdag en vrijdag aan bod komt. Volgende week komt het openbaar ministerie met een repliek, waarop de advocaten nog kunnen reageren. Het Hof van Cassatie zal zich waarschijnlijk niet voor het eind van het jaar uitspreken. Daarmee is de kans klein dat de wens uitkomt van openbaar aanklager Liekendael, dat het proces wordt afgerond voordat zij half december met pensioen moet.