WAO-keuring krijgt wettelijke grondslag

De richtlijn op grond waarvan artsen bepalen of en in hoeverre iemand arbeidsongeschikt is, wordt een wettelijke regeling. Dat heeft het kabinet vrijdag besloten.

Een meerderheid in de Tweede Kamer dwong vorige maand bij staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zekerheid) af de keuringsrichtlijn een wettelijke status te geven door die in de vorm van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aan de arbeidsongeschiktheidswet te 'hangen'.

De keuringsrichtlijn is vooral relevant voor mensen die wegens de chronische vermoeidheidsziekte ME niet in staat zijn te werken en daarom een beroep doen op de WAO. Omdat ME en de gevolgen van een whiplash op grond van objectieve criteria moeilijk is vast te stellen, is een door artsen geschreven richtlijn met criteria in het leven geroepen. Op grond van de richtlijn kunnen zij ook bij een vermoeden van arbeidsongeschiktheid wegens vermoeidheidsklachten, besluiten iemand geheel of gedeeltelijk af te keuren.

Een ME-patient die bij het hoogste rechtscollege in de sociale zekerheid, de Centrale Raad van Beroep, de keuringsbeslissing aanvocht, kreeg vaak nul op het rekest omdat de Raad de richtlijn als niet bindend beschouwt en zijn uitspraken over wie recht heeft op een uitkering, baseert op arbeidsongeschiktheidswetten. Deze gaan evenwel uit van objectieve criteria die bij ME en whiplash nauwelijks vast te stellen zijn.

Hoogervorst meent dat de richtlijn in zijn huidige vorm niet zonder meer tot AMvB verheven kan worden, omdat deze geen juridisch waterdichte formuleringen bevat. De richtlijn moet wat hem betreft dan ook eerst de huidige keuringspraktijk in juridische zin adequaat omschrijven.