Tilburg krijgt met 013 eerste nieuwe popzaal

Tilburg, steeds meer de Nederlandse 'rocktown', krijgt zaterdag met het nieuwe centrum voor popmuziek 013, het eerste gebouw in Nederland dat speciaal voor popmuziek is ontworpen. “Dit betekent dat de popmuziek volwassen is geworden', zegt directeur van 013 Martin van Ginkel.

Hier kan men veilig stagediven - dit is de boodschap van 013, het nieuwe centrum voor popmuziek in Tilburg. Op het eerste gezicht zijn Mels Crouwel en Jan Benthem met dit door hen ontworpen gebouw van hun geloof afgevallen. Tot voor kort omschreven deze architecten, die onder meer verantwoordelijk zijn voor de recente nieuwbouw van Schiphol, zichzelf als functionalisten. “Wat goed functioneert, is mooi', is een van hun spaarzame uitspraken. Een voorlopig ontwerp van Benthem en Crouwel voor 013, dat overigens naar het kengetal van Tilburg is genoemd, laat dan ook een strakke, ronde gevel zien van glazen en metalen panelen. Overdag zou zo was hun oorspronkelijke bedoeling, het gebouw ogen als een of ander chic kantoor langs de snelweg, 's avonds zouden kleuren en beelden op de gevel worden geprojecteerd.

Gelukkig is het exterieur van 013 uiteindelijk het volkomen tegendeel van een glad, functionalistisch gebouw geworden. Het Tilburgse popcentrum is een mooi voorbeeld van 'architecture parlante': 013 oogt als een gigantisch kussen met duidelijke verwijzingen naar het doel van het gebouw, popmuziek. De twee hoofdgevels aan de Tivolistraat en de Veemarktstraat zijn bekleed met pikzwart gecapitonneerd rubber met echte (maar overigens niet geluiddragende) cd's als knopen. Zelfs het gebogen dak is gecapitonneerd, omdat in de buurt van het popcentrum een aantal hoge gebouwen staan met uitzicht op het dak.

Het Las Vegas-achtige karakter van 013 wordt versterkt door een zogenaamde VeeJay-machine van kunstenaar Gerald van der Kaap boven de ingang. Op een grote monitor in de gevel zullen honderden fragmenten uit videoclips zijn te zien die kunnen worden geactiveerd door het intoetsen van bijvoorbeeld een songtitel.

Toch hebben Benthem en Crouwel hun functionalistische achtergrond met 013 niet helemaal verraden. Het gigantische kussen kan grotendeels ook op bouwkundige gronden worden gerechtvaardigd: het rubber dient ook als geluidsisolering. Zo is 013 een typisch Nederlandse variant op een Las Vegas-gebouw geworden. In dit gebouw is het thema popmuziek niet schaamteloos uitbundig verbeeld, maar terughoudend en functioneel. Door de kleur zwart is 013 zelfs een beetje somber geworden, alsof onbekommerd genot uit den boze is.

Het popcentrum in Tilburg, dat zaterdag in aanwezigheid van staatssecretaris Rick van der Ploeg voor cultuur zijn deuren opent, is het eerste gebouw in Nederland, en waarschijnlijk ook in Europa, dat alleen voor popmuziek is ontworpen en gebouwd. “De bouw van 013 betekent dat de popmuziek volwassen is geworden', zegt Martin van Ginkel die sinds het voorjaar directeur is van het centrum dat ongeveer 25 medewerkers en een wisselend aantal vrijwilligers in dienst heeft. “013 is de eerste klassieke-popmuziekhal. Andere steden zoals Rotterdam en Haarlem hebben ook plannen voor dergelijke popcentra.'

Maar als ook andere steden een popcentrum hebben, is Tilburg waarschijnlijk al weer een paar stappen verder. De bouw van 013 is onderdeel van de herontwikkeling van het Veemarktkwartier. Eind 1999 wordt in dit overgangsgebied tussen het oude en nieuwe Tilburg Nederlands eerste Rockacademie gevestigd, een driejarige HBO-opleiding in popmuziek. Verder bestaan er ook plannen voor een Rockmuseum, dat de bekroning moet worden van Tilburg als Rocktown van Nederland.

Popcentrum 013 vond zijn oorsprong in het begin van de jaren negentig. Tilburg had toen drie instellingen voor popmuziek op verschillende locaties.

Noorderligt, Brabants bekendste poppodium zat in een oude bioscoop, Batcave had elders in de stad een klein zaaltje voor experimentele popmuziek en de MuziekKantenwinkel verhuurde onder meer oefenruimten aan muzikanten. “Alle drie hebben ze onderdak gekregen in 013', zegt Van Ginkel, die eerder werkte bij de Rotterdamse Kunststichting en onder meer verantwoordelijk was voor het Dunya-festival. “De Batcave zit in een kleine zaal die ook kan worden gebruikt voor de vertoning van films of discussie-avonden. De MuziekKantenwinkel heeft aan de straat een eigen ruimte met een balie en ook zijn er midden in het het gebouw vijf oefenruimtes en een opnamestudio. En ten slotte heeft 013 een kleine zaal voor 400 bezoekers en een grote voor 2200.'

Vooral de grote zaal moet er voor zorgen dat het aantal bezoekers aan 013 de komende jaren oploopt tot 200.000. Van Ginkel is er van overtuigd dat dit gaat lukken hoewel Noorderligt in het verleden nooit meer dan 100.000 concertgangers trok en de landelijke trend is dat het bezoek aan met Noordeligt vergelijkbare popzalen afneemt. De 200.000 bezoekers zijn nodig om de gemeente Tilburg, die het 14 miljoen gulden kostende 013 heeft gefinancierd, terug te kunnen betalen in huur en andere vergoedingen. Van Ginkel denkt dit te kunnen bereiken door een aanbod van popmuziek in brede zin. “Van Borsato tot Faithless - alles is mogelijk in de grote zaal van 013. Ook het heavy metal-publiek, dat hier in de regio heel groot is, willen we blijven bedienen. Als dergelijke concerten in Noorderligt met zijn capaciteit van duizend bezoekers werden gehouden, waren er altijd kaarten tekort. Daarnaast zijn de programmeurs van 013 nu aan het bedenken hoe je dance in het programma kunt integreren.

En ook willen we enkele keren per jaar een festival organiseren dat volledige en gelijktijdige benutting van het hele gebouw mogelijk maakt.'

De grote zaal, het hart van 013, kan zonodig door afsluiting van de balkons worden verkleind. De vormgeving van de zaal is schok- en pogobestendig. Zo heeft het balkon stalen roosters als hekken gekregen en ook de bars zijn van robuust metaal. Uitdrukkelijke eis van de opdrachtgever, de Stichting 013, was dat de vloer van de grote zaal, net als die van het Noorderligt, schuin zou oplopen, zodat iedere bezoeker goed zicht op het podium heeft. Ondanks zijn capaciteit van 2200 bezoekers, is de grote zaal verrassend intiem: wie de zaal ziet, gelooft niet dat hier meer dan twee keer zoveel mensen als in het Amsterdamse Paradiso kunnen. Nergens is de afstand tot het podium groot: zelfs de bezoekers op het U-vormige balkon staan niet ver van de muzikanten op hun ruim bemeten podium.

Ook de rest van het interieur wordt gekenmerkt door de no-nonsense benadering van Benthem/Crouwel. De kleine zalen zijn zwart en kaal, de garderobe, die zich onder de oplopende vloer van de grote zaal bevindt, en de foyer zijn weliswaar blauw en geel geschilderd maar even kaal en bovendien opvallend klein. Toch zal dit laatste waarschijnlijk geen probleem opleveren: popmuziekliefhebbers hebben nu eenmaal de ontheatrale gewoonte om zonder dralen naar de zaal te gaan. Dit zal ze in 013 weinig moeite kosten, want Benthem en Crouwel hebben gezorgd voor een logische route door het gebouw. Wie de logistieke Gordiaanse knoop van Schiphol kan oplossen, kan ook een popcentrum aan.