Sweder van Wijnbergen een excellente lastpak; Secretaris-generaal op EZ hecht aan recht op kritiek

Sweder van Wijnbergen is nu ruim een jaar secretaris-generaal op het ministerie van Economische Zaken. In september schreef hij in het PvdA Vlugschrift dat het nieuwe kabinet te optimistische verwachtingen had van de economische groei. Het werd zijn eerste persrel.

Hans Wijers: “Ik zei tegen hem: je wordt de dienaar van de minister er komt een einde aan je vrijheid, je zult rekening moeten houden met de politiek. Denk je dat je daar tegen kunt?'

Sweder van Wijnbergen: “Ik vroeg hoe hij dacht dat ik de regeringen van Polen en Mexico had kunnen adviseren als ik geen rekening kon houden met de politiek.'

Dat was het tweede gesprek tussen, toen nog, de minister van Economische Zaken en de man van wie hij wilde dat die de nieuwe secretaris-generaal werd. December 1996. Het eerste gesprek, een maand eerder, was ook snel to the point.

Hans Wijers (D66): “We hadden meteen discussie.'

Sweder van Wijnbergen (PvdA): “Binnen drie minuten waren we de hele wereld aan het hervormen.'

Ontzettend leuk vonden ze allebei. Social talk, zeggen ze, is niet hun sterkste kant. Ze praten liever over de inhoud. Verschil van mening? Andere inzichten? Des te leuker!

Wijers wist dat hij een lastpak binnenhaalde. Maar het was een “gecalculeerd risico'. De minister wilde een vernieuwer, iemand die het ministerie zou leren “internationaal te denken'. En dan weet je zegt hij, dat je ook moeilijkheden kunt verwachten.

Van Wijnbergen begon in september 1997. In januari schreef hij zijn eerste nieuwjaarsverhaal voor het economenblad ESB - dat doet de secretaris-generaal van EZ altijd. “Dat was op het randje', zegt Wijers nu. Het stuk ging over de belastingvoorstellen van Zalm en Vermeend. Die waren volgens Van Wijnbergen slecht voor de werkgelegenheid. Maar Wijers had al wel met de voorstellen ingestemd. “En dan is zo'n ESB-verhaal lastig', zegt hij.

Van Wijnbergen: “Ik liet het hem vantevoren lezen en hij was het er niet mee eens.

Hij wilde dat ik het veranderde, maar ik zei: dan is het mijn visie niet meer, dan kunnen we jouw naam er beter boven zetten.'

Negen maanden later kwam de eerste echte affaire, zoals dat dan heet. Van Wijnbergen schreef in het PvdA Vlugschrift van zaterdag 5 september dat het nieuwe kabinet verkeerde verwachtingen had van de groei van de economie: “niet behoedzaam genoeg'. De Volkskrant maakte daar op maandag “zware kritiek' van en op woensdag konden drie ministers (Jorritsma, Zalm en Kok) zich in de Tweede Kamer komen verantwoorden voor de eigengereidheid van deze topambtenaar die het had gewaagd een politieke uitspraak te doen. Daarna stonden wekenlang de kranten vol met de commentaren van deze hoogleraar staatsrecht en die hoogleraar filosofie, ruziend over de vraag of iemand in overheidsdienst de vrijheid heeft om zijn mening te uiten.

“Natuurlijk heb ik die vrijheid', zegt Van Wijnbergen nu. “Vrijheid van meningsuiting is in dit land het grondrecht van iedere burger.' Hij mag - dat weet hij best - alleen geen oorlog voeren tegen het kabinetsbeleid.

Zijn respect voor de pers is er, zegt hij, sindsdien niet groter op geworden. “Journalisten vonden ook dat ik mijn mond had moeten houden. Collectief schreven ze dat ambtenaren niet mogen praten. Journalisten die openheid slecht vinden! Ik vind dat onbegrijpelijk.'

Nederlandse kranten stellen zich niet onafhankelijk op, zegt hij. Ze doen niet aan investigative reporting. En er zijn er bij die niet snappen wat het verschil is tussen citaat en interpretatie. “Ik belde Mike Ackermans op' zegt Van Wijnbergen. (Dat was de journalist van de Volkskrant die schreef dat de secretaris-generaal “zware kritiek' had geuit.) “Ik zei: pak de tekst en lees voor waar het staat.

Het staat er niet! Hij zei: zo vatten wij het wel op. Bullshit. Zet het dan niet tussen aanhalingstekens. Maar hij vond dat de vrijheid van de journalist.'

Van Wijnbergen lacht en herhaalt: “De vrijheid van de journalist. Ik zei: jullie mogen schrijven dat ik een schooier ben. In jullie commentaren mogen jullie vuil en vitriool over me uitstorten. Dat is jullie vrijheid. Maar jullie vrijheid is niet dat jullie iets citeren wat er niet staat.'

De Volkskrant was gewoon op een rel uit, zegt hij. Net als toen met Huibregtsen. “Je weet gewoon dat hij verkeerd is geciteerd.'

Geboren in Haarlem, 1951, opgegroeid in Nijmegen, drie zusjes, vader jurist en hoogleraar, moeder thuis. Katholiek. Maar hij zat op een niet-katholieke hockeyclub en ging naar een niet-katholiek gymnasium, “ik was al jong tegendraads.' Hij droomde van sterrenkunde, het werd natuurkunde, in Utrecht, maar hij merkte al snel: verkeerde keus te specialistisch. “Ik heb het toch afgemaakt. Ik wilde niet dat mensen zouden denken dat ik er te dom voor was.'

“Hij deed die natuurkunde er een beetje bij', zegt zijn studiegenoot Wilfred Griekspoor, nu director van McKinsey & Co in Amsterdam. “Hij was toen al zeer maatschappelijk betrokken. En heel nieuwsgierig. Hij wilde echt weten hoe de wereld in elkaar zat. En nooit tevreden met gemakkelijke antwoorden.'

“Je merkte meteen aan hem dat hij geen ontzag had voor de gevestigde orde' zegt Johan Kleyn, nu advocaat bij Loeff Claeys Verbeke in Amsterdam. Ze leerden elkaar kennen in de groentijd van het corps. “Dan zie je snel het verschil tussen de mensen die dat allemaal heel serieus nemen en de mensen die erom kunnen lachen.'

Griekspoor vertelt dat ze, tussen het tentamens voorbereiden door, eindeloos in de kroeg hingen - praten over politiek, over sociaal-economische ontwikkelingen, “niet over auto's en sport'.

Kleyn vertelt dat er tijden waren dat ze elkaar iedere dag zagen - maar over hun “gevoelsleven' hadden ze het eigenlijk nooit. “Dat kwam pas later.' Allebei zeggen ze dat ze óok veel lachten aan sport deden, naar het toneel gingen, dronken werden. “Het was zeker niet alleen maar serieus', zegt Griekspoor. “Het was work hard, play hard.' Van Wijnbergen was barkeeper in de grootste discotheek van Utrecht. “We voelden ons anders', zegt Kleyn. “We wilden meer dan de meeste anderen. We waren mondialer.'

“Binnen onze studie waren we een uitzondering', zegt Griekspoor. “Wij besteedden niet al onze vrije tijd aan het uitdenken van een nieuwe natuurkundige theorie.'

Dat Sweder van Wijnbergen weg zou gaan uit Nederland verbaasde hen geen van beiden. Eerst ging hij nog naar Rotterdam om econometrie te doen, daarna werd het Boston, Massachusetts Institute of Technology. En toen de Wereldbank.

He has a soft spot in his heart', zegt Kemal Dervis door de telefoon vanuit Washington. Hij is nu vice president van de Wereldbank voor Azie en Afrika, hij heeft jaren met Van Wijnbergen samengewerkt. “Hij heeft een speciale belangstelling voor de meestgeplaagde landen. De landen waar niemand bij ons echt graag heen wil.'

Albanie, Jemen Oekraine, Palestina, Polen. En Mexico.

“Hij heeft de gave om ergens binnen te komen en binnen twee dagen van iedereen het vertrouwen te winnen', zegt Angel Gurria, anderhalve minuut aan de lijn vanuit Mexico City. Hij is nu minister van Financien. Met Gurria, toen schuldenonderhandelaar namens de Mexicaanse regering, werkte Van Wijnbergen in 1989 aan de oplossing van de Mexicaanse schuldencrisis. (Mexico had in een paar jaar 48 miljard dollar schuld opgebouwd bij buitenlandse banken - op een nationaal inkomen van 300 miljard.)

Heerlijk vindt Van Wijnbergen het om over dit soort dingen te praten. “Ik werd er met zestig man heengestuurd, ik wist nauwelijks waar het land lag. En ik had de opdracht om binnen drie weken met een voorstel te komen.'

Zes maanden zou normaal geweest zijn, zegt hij. En dan ook nog iets bedenken dat afweek van het normale recept, want dat zou toch niet helpen. Hij kwam met een oplossing waarbij de banken tevreden werden gesteld zonder dat heel Mexico werd uitgeleverd. “Het was zo slim', zegt Kemal Dervis, “dat Amerikaanse banken hem vroegen om voor hen te komen werken.'

Maar Van Wijnbergen dacht er niet over. “Geen seconde. Ik vond het prachtig wat ik deed. Ik had direct toegang tot het hoogste niveau. Dit had echt invloed.'

Polen - daar kan hij ook eindeloos over vertellen. Hoe daar na de val van de muur een totaal failliete boedel van bedrijven overbleef, gefinancierd met politiek afgedwongen leningen. “Waar begin je?'

Toch kwam hij vijf jaar geleden terug naar Nederland. Johan Kleyn begrijpt dat wel. Hij heeft zelf lang in New York gewerkt. “Sweder had inmiddels drie kleine kinderen en om dan in Amerika te blijven moet je wel heel goed weten wat je doet. De kwaliteit van de Nederlandse samenleving is zo veel hoger. De Amerikaanse samenleving is hard, competitief.' Plus minimaal 25 duizend dollar per kind per jaar voor een beetje een behoorlijke schoolopleiding.

Nee, het verbaasde Kleyn niet dat Van Wijnbergen aan de Universiteit van Amsterdam ging werken. “Hij is tussendoor altijd blijven publiceren in wetenschappelijke tijdschriften. Hij had al gedoceerd in Princeton en in Tilburg.' Maar toen Van Wijnbergen werd gevraagd om naar Den Haag te komen, zei Kleyn tegen hem dat hij het “meteen' moest doen.

“Ik zei: nu kun je in de praktijk brengen wat je zegt.'

Dat zei Hans Wijers ook tegen Van Wijnbergen in hun eerste gesprek: “Je hebt zo veel kritiek, kom het nu maar eens zelf doen.'

Dat eerste jaar in Nederland had hij geen kans onbenut gelaten om in de kranten te zeggen dat het belastingstelsel niet deugde, de sociale zekerheid niet deugde, en dat de manier waarop Nederland de werkloosheid aanpakte nog het minst van alles deugde.

Nu zit hij dus ruim een jaar op Economische Zaken. Hij heeft er doorheen gekregen dat in het nieuwe belastingplan mensen met de laagste inkomens belastingvoordelen gaan krijgen die het voor hen aantrekkelijker maken om te werken. Hij heeft, zegt Wijers, vastgesteld in welke grote infrastructurele projecten Nederland de komende jaren het best geld kan steken. Hij is, zegt Wijers ook, “meer dan ik had verwacht' het ministerie aan het reorganiseren.

Maar heeft Van Wijnbergen het naar zijn zin?

“Het allerergste', zegt hij zelf, “zijn de mensen die aan het eind van een vergadering zeggen: hier moeten we een nota over schrijven. Bij de Wereldbank heb ik weleens voorgesteld dat iedereen die dat zei voor straf een procent van zijn salaris moest inleveren.'

Sweder van Wijnbergen wil “resultaten zien'. En wie dat niet snapt, kan beter uit zijn buurt blijven. Maar zolang hij niet te veel met bureaucratie te maken heeft, vindt hij het werk “fantastisch'. En hij hoeft van Jorritsma echt zijn mond niet te houden. “Dat is echt onzin dat heeft ze niet gezegd.'

“Hij is niet de grootste diplomaat die ik ken', zegt Kemal Dervis van de Wereldbank. En dat is een understatement. “Hij kan mensen heel kwaad krijgen door al te gaan lachen voordat ze hun zin hebben afgemaakt', zegt Johan Kleyn.

“Maar hij weet gewoon al wat ze gaan zeggen.'

“Mensen als Sweder roepen altijd weerstand op', zegt Hans Wijers. “Zo'n snelheid, zo veel intelligentie, dat verdraagt niet iedereen.' Maar volgens de ex-minister is dat voor de secretaris-generaal helemaal geen probleem. “Hij is volstrekt onafhankelijk. Hij doet dit zeker niet voor de rest van zijn leven.'

“Misschien wordt hij minister', zegt Kemal Dervis.

“Misschien de Europese Centrale Bank', zegt Johan Kleyn.

“Sweder heeft geen inflated ego', zegt Wilfred Griekspoor. “Hij denkt niet dat hij alles wel kan. Maar ik weet dat hij overal zal excelleren.'

    • Jannetje Koelewijn