Straatvechter Gingrich gaf Republikeinen missie

De held van conservatief Amerika, Newt Gingrich, heeft aangekondigd te zullen aftreden. Daarmee verliezen de Republikeinen een leider die zowel straatvechter als intellectueel is. De Democraten moeten op zoek naar een nieuw mikpunt.

In de twintigste eeuw hebben maar weinig Amerikaanse politici de politieke agenda zozeer naar hun hand kunnen zetten als Newt Gingrich op het hoogtepunt van zijn macht. Maar het ontbrak de Republikeinse leider, die vrijdagavond onverwachts zijn aftreden bekendmaakte, aan temperament en politieke handigheid om daar lang van te kunnen profiteren.

Amerika leerde de unieke figuur Newt Gingrich (55) kennen als een conservatief en een revolutionair, een straatvechter en een intellectueel een ambitieuze strateeg en een impulsieve populist, tegelijk de ideoloog en de aanvoerder van een politieke beweging. Het combineren van die verschillende rollen lukte hem steeds minder goed. De enorme verdiensten die hij voor de Republikeinen had, stonden steeds meer in de schaduw van de schade die hij zijn partij berokkende. De uitslag van de tussentijdse verkiezingen op 3 november was voor zijn bitter teleurgestelde partijgenoten de druppel die de emmer deed overlopen.

In 1994, twee jaar nadat George Bush bij de presidentsverkiezingen was verslagen door de Democraat Bill Clinton, gaf Gingrich de Republikeinen weer zelfvertrouwen, hoop en een missie. Hij was het brein achter het Contract met Amerika, een voor de Verenigde Staten ongekend gedetailleerd politiek programma, dat de tussentijdse verkiezingen van 1994 een nationale lading gaf. Als de Republikeinen erin zouden slagen om voor het eerst in 40 jaar de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden te veroveren, zo stelde het Contract, dan zouden binnen 100 dagen tien wetsvoorstellen in stemming worden gebracht waarin de kern van de Republikeinse idealen belichaamd was: wegwerking van het begrotingstekort, bijstandshervorming belastingverlaging, misdaadbestrijding, inkrimping van de overheid verschuiving van de macht van Washington naar de deelstaten, etc.

De Republikeinen boekten een monsterzege en kregen het in beide huizen van het Congres voor het zeggen. Newt Gingrich werd speaker, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, de man die alle commissievoorzitters benoemt en die kan bepalen welke onderwerpen op de politieke agenda komen.

Gingrich was de held van conservatief Amerika. Aan zelfvertrouwen ontbrak het hem niet: de voormalige geschiedenisleraar zag zichzelf als een historische leider, in de categorie van De Gaulle en Franklin Delano Roosevelt. Hij beloofde het hele politieke bestel op zijn kop te zetten en sprak van de “Republikeinse revolutie'.

Een man van confrontatie, zonder twijfels

Daarmee begon voor Gingrich de ellende. Hadden de kiezers hem wel een mandaat voor revolutie gegeven? Of hadden ze vooral hun onvrede tot uiting willen brengen over het optreden van Clinton en zijn partijgenoten in het Congres? Opiniepeilingen gaven aan dat de meeste kiezers geen idee hadden wat het Contract met Amerika behelsde. Maar gedreven zette Gingrich zich aan zijn missie niet gehinderd door twijfels, niet opgehouden door tijdrovende pogingen om compromissen te sluiten.

Gingrich was altijd een man van de confrontatie. In zijn jeugd had hij het voortdurend aan de stok met zijn stiefvader, een officier in het leger. In het Huis van Afgevaardigden, waarin hij sinds 1979 zitting heeft, maakte hij carriere door met de vasthoudendheid van een pitbull Democraten aan te vallen op morele kwesties. In 1987 richtte hij zijn vizier op Jim Wright de Democratische voorzitter van het Huis, die de ethische gedragsregels van het Congres had overtreden. Twee jaar later moest Wright aftreden.

De Democraten hebben de rol van Gingrich in die zaak nooit vergeten.

In 1995 en 1996 zagen ze hun kans schoon en onderwierpen ze hem aan een onderzoek, dat vorig jaar uitmondde in een berisping en een boete van 300.000 dollar. Het was een vernedering, die hem in zijn eigen partij veel schade deed.

Gingrich heeft vaak zijn hand overspeeld, vooral in de titanenstrijd die hij de afgelopen vier jaar leverde met Bill Clinton. Na de Republikeinse zege in 1994 leek Clinton vleugellam. Terwijl Gingrich de wetgevende machinekamer op Capitol Hill tot grote prestaties opjoeg, voelde de president zich genoodzaakt om de pers uit te leggen dat hij nog wel degelijk relevant was. Het politieke zwaartepunt in Washington lag duidelijk niet meer in het Witte Huis.

Totdat Gingrich in de winter van 1995/1996 onenigheid met de regering over de begroting liet uitmonden in tijdelijke sluiting van het overheidsapparaat. Als de president het Congres zijn zin niet gaf, dan hield het Congres de hand op de knip en dan was er dus geen geld om ambtenaren te betalen. Dat bleek een fatale misrekening. Het publiek vond dat de Gingrich en de Republikeinen te ver waren gegaan in hun afkeer van de ambtenarij (steevast aangeduid als 'bureaucraten'). Vanaf dat moment konden de Democraten Gingrich afschilderen als een onredelijke, fanatieke om niet te zeggen gemene man.

In twee verkiezingscampagnes hebben de Democraten dat negatieve imago van Gingrich ten volle uitgebuit. Tot en met de verkiezingen van vorige week was hij hun favoriete boeman. Ze werden ook geholpen door een incident eind 1995, waarbij Gingrich zich beklaagde over zijn slechte plaats in het vliegtuig dat Clinton en andere Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleders naar de begrafenis van de Israelische premier Rabin vloog.

Het leek gezeur van een kleingeestig mens.

Maar de invloed van Gingrich was nog allerminst uitgewerkt. Clinton had de populariteit van sommige van de Republikeinse ideeen herkend. Terwijl hij Gingrich tot symbool maakte van gevaarlijk Republikeins extremisme, ging hij ondertussen met het Republikeinse programma aan de haal. Daarmee heroverde hij het politieke midden.

Gingrich zelf deed na de sluiting van de overheid zijn best zijn imago te verbeteren. Ook probeerde hij zijn partijgenoten te manen tot een minder radicale koers. Dat werd hem door de conservatieve Afgevaardigden die hem aanvankelijk als hun held zagen, niet in dank afgenomen. Gingrich liet in hun ogen de revolutie verwateren. Een interne coup kon in de zomer van 1997 maar net verijdeld worden.

Maar hoezeer Gingrich er ook op uit was om zijn slechte imago te overwinnen zijn vechtlustige aard verloochende zich niet. Toen Clinton begin dit jaar opnieuw uitgeteld leek, overspeelde hij opnieuw zijn hand. Eerst hield hij zich op de vlakte over het Lewinsky-schandaal, maar in april kondigde hij aan dat hij de affaire voortaan in iedere toespraak aan de orde zou stellen. Al snel zag hij in dat hij zichzelf daarmee in de vingers sneed; opiniepeilingen gaven immers aan dat het publiek genoeg had van de affaire. Maar in de laatste week voor de verkiezingen lanceerde Gingrich tot verbijstering van veel partijgenoten, toch een reeks reclamespotjes om de kiezers aan het seksschandaal te herinneren. Die hielpen hooguit de Democraten. De spotjes gaven voedsel aan de gedachte dat de Republikeinen alleen uit zijn op de beschadiging van een president.

Het politieke jaar dat gedomineerd werd door de affaire-Lewinsky, heeft zo niet tot het aftreden van de president geleid, maar verrassend genoeg tot de ondergang van zijn tegenspeler.

De Democraten zullen hem missen als lievelingsschurk, het zal lang duren voor ze een nieuwe Republikein hebben die even impopulair is. De Republikeinen zullen opgelucht zijn dat Gingrich hun verkiezingscampagnes niet meer kan bederven, maar ze zullen hem ook missen. Geen van de mogelijke opvolgers heeft zijn brede visie, zijn enorme energie en ambitie, zijn populariteit bij de harde kern van Republikeinen en zijn ongeevenaarde vermogen om geld voor de partij in te zamelen.

Wat Gingrich nu gaat doen, is onduidelijk. Hij koesterde de afgelopen jaren presidentiele ambities. Een gooi naar het Witte Huis mag

onwaarschijnlijk lijken, Gingrich heeft Amerika al eerder versteld doen staan.

Het leek gezeur van een kleingeestig mens

    • Juurd Eijsvoogel