Column

Soms gniffelt mijn hart.

Natuurlijk is het winnen van de Kampioenstrofee door de Nederlandse hockeyers een prachtprestatie, maar het geeft me geen kriebel. Ook snap ik dat Oscar Moens gisteravond geen trap hoefde te lopen. Hij oibibiode zichzelf naar boven. Zwevend dus. Maar ook dit kachelt mij niet warm. Wat dan wel? De wereldgoal van Youri? Beetje, maar niet genoeg.

Nee, er is maar een ding dat zorgt dat mijn ziel neuriet en dat is: Heerenveen op kop.

Heerenveen is een topclub. Het stadion is skyboxloos en vernoemd naar de beste Friese voetballer aller tijden. Dat heet respect en zo hoort het ook. Foppe de Haan is een van de weinige beschaafde trainers in de voetballerij. Kaliber Hans Westerhof en Morten Olsen. Je hoort hem nooit pochen, patsen of kleineren. Een Fries die door alles laat voelen: het is maar voetbal. En dat is het ook. Nooit babbelen over poen. Nooit de pers gebruiken om zelf een clubje verder te komen.

Verder is de club hooliganloos. Als ze in de bekerfinale staan komen ze met een vredesmissie van 279 zacht zingende bussen naar De Kuip. En als ze verloren hebben aanvaarden ze fluitend de thuisreis. Het is maar voetbal.

De leuke traditie van het Friese volkslied voor aanvang van de thuiswedstrijden. Deze folklore werd alleen door de brute Leo Beenhakker op wrede wijze genegeerd. Ook toen zwegen de Friezen.

Wat ik hoop? Het onmogelijke: een kampioenschap. Een juichende Abe in de hemel, een uitzinnig Thialf en een toch weer nuchtere Foppe, die een minuut na de rijtoer zegt: 'Het is maar voetbal.'