Paul Rosenmoller vreest zeperd

De oppositie slaapt nooit. Vorige week greep Paul Rosenmoller (GroenLinks) de kwakkelstart van het kabinet aan om een debat te opperen over de eerste honderd dagen. Hij verwees naar “veel parlementaire democratieen' waar het een ongeschreven regel is dat na 'de wittebroodsweken' van een nieuw kabinet een publiek debat volgt. 'Te vroeg', 'geen behoefte aan' 'overbodig', reageerden de regeringspartijen. Een 'onzin-debat' zeiden ze bij het CDA, ook oppositie. De fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, Hans Dijkstal, wees Rosenmoller er in een brief fijntjes op dat Nederland zo'n traditie niet kent. En met een pesterijtje voegde hij Rosenmoller in een naschrift toe: “De VVD-fractie heeft weinig problemen met uw eerste 94 dagen van oppositie voeren. Ga zo door!

Rosenmoller aarzelt nog of hij morgen in de Kamer daadwerkelijk een debat zal aanvragen. Materiaal is er genoeg, maar de actieve fractieleider van GroenLinks wil geen zeperd halen. “We zijn er niet om nederlagenpolitiek te bedrijven', zo wordt in zijn omgeving gezegd.

En Kok, die trad afgelopen vrijdag de media geforceerd luchthartig tegemoet. Natuurlijk was het geen “droomstart' geweest, hij zou “jokken' als hij iets anders zei. Maar, nuanceerde de premier, zo goed als zijn eerste kabinet nooit zo schitterend was geweest als wel was beweerd, zo slecht kon het nu ook weer niet zijn. Voor hem op het tafeltje in Nieuwspoort, het Haagse perscentrum, stond een enigszins verlept bloemstuk, achter hem een groter en fleuriger exemplaar. “Dat ene is Paars I, het andere Paars II', zei een journalist bij wijze van grap. Kok kon er maar met moeite om lachen.