Ombudsman: CBR discrimineert op rijexamen

Rijexamenkandidaten worden door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) niet gelijk behandeld. Dat stelt Stichting de Ombudsman naar aanleiding van klachten van rijexamenkandidaten en rijscholen.

Het CBR, de enige instantie die in Nederland rijexamens mag afnemen verplicht volgens de Ombudsman rijscholen een overeenkomst te ondertekenen waarmee onder meer de toegang tot de automatische reservering van examentijden en het meerijden van een instructeur tijdens een examen worden geregeld.

“Leerlingen van rijscholen die geen overeenkomst met het CBR hebben afgesloten worden hierdoor achtergesteld. Hun rijinstructeur mag niet mee, en ze krijgen een nulnummer wat betekent dat de rijschool onbekend is. Dat kan voor examinatoren reden zijn die school en de kandidaat dwars te zitten', aldus Y. Cluysenear van Stichting de Ombudsman.

De Ombudsman heeft een klacht ingediend bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens “discriminatie' en “misbruik van de monopoliepositie'.

Ook J. Loke, rijschoolhouder in Den Haag, diende een klacht in bij het NMa.“Het CBR houdt er mafiapraktijken op na', vindt de rijschoolhouder. “Als je de overeenkomst niet tekent, word je uit hun bestand gehaald. En tekenen daar begin ik niet aan. Dan moet ik de schade aan mijn auto die tijdens een examen wordt gemaakt zelf betalen.' Een soortgelijke klacht van Loke werd door het NMa verworpen omdat het CBR “activiteiten uitvoert die geen economisch belang hebben'.

Woordvoerder J. Fontijn van het CBR erkent dat leerlingen van een rijschool die geen overeenkomst heeft getekend, geen rijinstructeur meekrijgen. Hij meent echter dat de maatregel nodig is om de wildgroei onder rijscholen tegen te gaan. “Ons bereikten op een gegeven moment verhalen over rijscholen met gestolen auto's. We moesten ons bestand zuiveren.'