Met Allah aan de zijde in onvergetelijke droomfinale

Met zes doelpunten uit zes duels was aanvaller Marten Eikelboom (25) in Lahore de smaakmaker van de Nederlandse hockeyploeg. Op verzoek van deze krant doet hij verslag van de finale.

Nadat Pakistan uit drie wedstrijden slechts twee punten had gehaald geloofde niemand van ons meer in de droomfinale Pakistan-Nederland. Dat Pakistan alsnog de finale haalde was aan Allah te danken, tenminste als we de Pakistanen moeten geloven. Alle kranten schreven zelfs al over de eindoverwinning. Het 'Dutch Team' was hier immers zonder Bovelander (ze denken hier nog steeds dat hij ooit weer terug zal keren in het Nederlands team) en met Allah aan hun zijde was de winst zo goed als zeker. Bovendien zal het stadion zo goed als vol zitten en dat betekent zeker een slordige 50.000 mensen.

De dag begint voor ons zoals altijd met een loopje om de spieren los te maken in de ochtend. Om twee uur zal de bus vertrekken richting stadion. In de tussentijd wordt er ook nog behandeld door de fysio's en natuurlijk wordt er ook de nodige pasta gegeten.

Begeleid door twee jeeps van het leger met sirenes worden we dan een uur voor de wedstrijd door de straten van Lahore richting stadion gereden. Alle kruispunten zijn voor ons afgezet en iedereen zwaait en schreeuwt naar ons. Bij het stadion aangekomen moeten we ons een weg zien te vinden door de massaal toegestroomde toeschouwers, om zo bij de kleedkamer te komen. Eenmaal in de kleedkamer is het stil en iedereen is geconcentreerd, ook beseffende dat dit wel eens de mooiste wedstrijd uit ons leven kan worden. Want een finale van een groot toernooi in en tegen Pakistan speel je waarschijnlijk nooit meer.

Op het moment dat we het stadion binnenlopen kunnen we elkaar bijna niet meer verstaan. Ruim 45.000 juichende mensen bezorgen ons kippenvel. Jack Brinkman is de enige speler van ons die dit al een keer heeft meegemaakt (hij werd hier in 1990 wereldkampioen tegen Pakistan).

Een betere ambiance is ondenkbaar voor een hockeyer. Nog steeds zijn de Pakistanen er niet gerust op dat Bovelander niet meer meedoet. Ze roepen van alle kanten zijn naam en denken heel even dat Erik Jazet toch echt wel Bovelander is. Na het inlopen beginnen de gebruikelijke plichtplegingen voorafgaande aan zo'n belangrijke finale. De Wim Kok van Pakistan, president Rafiq Tarar, wordt aan ons voorgesteld en een heel leger vips komt achter hem aan.

Als de wedstrijd begint, is het publiek niet meer te houden. We kunnen elkaar nu echt niet meer verstaan. Pakistan krijgt een strafcorner in de tiende minuut van de wedstrijd. Ineens is het stil in het stadion. Stilte voor de storm dacht ik nog en ik kreeg gelijk. Hij ging er in en achteraf had ik dat tegendoelpunt niet willen missen. Wat een blijdschap op de tribunes.

We winnen uiteindelijk met 3-1. De Pakistanen tonen zich goede verliezers en we krijgen een staande ovatie van het publiek. De ereronde kon niet lang genoeg duren en we liepen er dus nog maar eentje. Op uitnodiging van de Nederlandse ambassadeur, de heer Simons hebben we een bescheiden feestje gevierd en eenmaal in het hotel was iedereen snel door de slaap bevangen.

Een onvergetelijke wedstrijd is het geweest in het nog meer dan onvergetelijke Lahore. Alles loopt fietst en rijdt hier dwars door elkaar. Naast elk verkeerslicht staat een bord met uitleg over hoe het licht werkt, op elk kruispunt staat een agent die om het uur een keer met zijn handen wappert en claxonneren is volkssport nummer een. Vanavond vliegen we terug naar Nederland. De Pakistaanse journalisten hebben de nederlaag inmiddels verklaard. Allah heeft het gewild en sommigen geloven zelfs dat Allah met Nederland was.