'Inmiddels staat milieu op de agenda'; Gesprek met Peter Nijhoff van Natuur en Milieu

Peter Nijhoff, directeur en secretaris van de Stichting Natuur en Milieu kreeg vorige week de prijs voor natuurbehoud van het Prins Bernhard Fonds.

Voor het eerst is de prijs voor natuurbehoud van het Prins Bernhard Fonds uitgereikt aan een particulier: Peter Nijhoff (64), bioloog van huis uit en in 1972 mede-oprichter van de Stichting Natuur en Milieu. De vorige winnaars waren het radioprogramma Vroege Vogels en de Vereniging voor natuur- en milieu-educatie. Nijhoff is “de verpersoonlijking van de natuur- en milieubescherming in Nederland', aldus de jury.

Zo'n prijs van het establishment, is dat niet een beetje de kus des doods voor een actievoerder?

“Zo voel ik dat niet. Ik beschouw de prijs als erkenning van het maatschappelijk belang van de milieubeweging als luis in de pels. 't Is een regentesk gezelschap, dat wel, maar uit de toekenning blijkt dat het establishment zich bewust is van de noodzaak van kritische geluiden.'

De jury roemt de inzet waarmee u de zorg voor natuur en milieu heeft bepleit bij ministers, Kamerleden, ambtenaren provincies en maatschappelijke oranisaties. Als ik zo vrij mag zijn: u draagt vandaag een blauwe blazer en een grijze broek. U geeft de voorkeur aan het netwerken boven de confrontatie?

“Begin jaren zeventig moesten we nog vechten om milieu op de politieke agenda te krijgen. Ik weet nog goed hoe, toen het kabinet-Den Uyl aantrad in 1973, de Kamerleden vochten om zitting te mogen nemen in de commissie milieuzaken, want daar kon je scoren. Inmiddels staat het milieu op de agenda en verschuift de tactiek van de milieubeweging als geheel van confrontatie naar coalitievorming.

“Dat is pragmatisch, ja, maar in de beste zin van het woord: het levert tastbaar resultaat op. Met Shell werken we aan de verspreiding van zonne-energie, we trekken samen met de waterleidingbedrijven op tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de ANWB trekt tegenwoordig ook een groen gezicht.

Met de LTO de verzamelde land- en tuinbouworganisaties, maken we afspraken over natuurbeheer door boeren en de groei van het 'agrotoerisme'. Tien of zelfs vijf jaar geleden was dat ondenkbaar geweest, maar inmiddels zien ook de boeren en hun organisaties in dat er een markt is voor niet alleen kaas en vlees maar ook voor het produceren van landschap.

“Maar vergist u zich niet, de samenwerking geldt voor bepaalde thema's. Daarnaast voeren we tientallen rechtszaken per jaar, bijvoorbeeld tegen de toelating van bestrijdingsmiddelen.'

Het zijn er nogal wat, de zaken waar uw stichting zich de laatste jaren over heeft uitgesproken. Landbouwgif de pluimveehouderij, Schiphol, de export van zonne-energie, genetisch gemanipuleerde soja, de revitalisering van de binnensteden, een tv-spot over de productie van melk - geen onderwerp of Natuur en Milieu heeft er wel een mening over. Spreidt u zich niet wat dun?

“Nu niet meer. Een jaar of vier geleden hadden we wel dat gevoel, en dat heeft tot een reorganisatie van de activiteiten geleid in vijf teams. Maar als je je met deze onderwerpen bezighoudt, ontkom je er niet aan uitspraken te doen over zaken als de enorme nieuwe woonlocaties en het woon-werkverkeer dat ze oproepen, over vergroening van het belastingstelsel en over de manier waarop boeren en stedelingen het platteland gebruiken. Ik werk aan de schoonheid van Nederland.'

Het aantal mensen dat lid is geworden van een of andere organisatie op dit gebied is enorm gegroeid. Inmiddels telt Natuurmonumenten ruim 900.000 leden, maar bij Natuur en Milieu schommelt het al jaren rond de tien-, twaalfduizend. Mist u de boot?

“Wij appelleren niet zozeer aan het grote publiek alswel aan een 'harde kern' van mensen die hun verantwoordelijkheidshorizon verder leggen dan het eigen hachje.

Al bij de oprichting in 1972 hebben we bewust besloten geen grote bedragen te stoppen in publicitaire acties en ledenwervingscampagnes, zoals Natuurmonumenten doet. We hebben geen winkel, we reiken geen wandelbewijzen uit, we hebben geen aaibare mascotte en we doen geen spectaculair stuntwerk op zee. Toch is onze naamsbekendheid groot. Dat komt, denk ik, doordat de informatie waar wij onze standpunten op baseren, betrouwbaar is.'

U zegt nu wel dat natuur en milieu tegenwoordig vast op de politieke agenda staan, maar hoe diep gaat de liefde nu eigenlijk? Uw collega Ad van den Biggelaar heeft vorig jaar zijn lidmaatschap van de PvdA opgezegd omdat hij zo teleurgesteld was dat premier Kok de economie vooropstelt en het milieu “vrijwel totaal negeert'. Verwacht u meer van Paars II?

“De premier is dezelfde, dat is op zichzelf veelzeggend, maar in het kabinet en in de Kamer is er wel het een en ander veranderd. Het nieuwe kabinet kan zich niet meer permitteren zo eenzijdig op de economie in te zetten. Daar zijn aanwijzingen voor. Het Havenbedrijf van Rotterdam krijgt niet zomaar z'n zin als het gaat om de aanleg van een tweede Maasvlakte en de arrogantie van de landbouw is gelukkig ook voorbij. De luchtvaartsector valt ook door de mand nu blijkt dat ze ons met hun informatiemonopolie bij de neus hebben genomen. Bepaalde economische sectoren hebben domweg hun hand overspeeld, maar Kamer en kabinet gaan zich nu achter de oren krabben. De overheid is zelf ook opener geworden, trouwens: we hebben al in geen jaren een procedure hoeven voeren op grond van de Wet openbaarheid van bestuur om aan overheidsdocumenten te komen. De milieubeweging is een gelijkwaardige gesprekspartner geworden, en dat vind ik een geweldige verworvenheid.'

Tot slot de overstromingen van de laatste jaren. Duiden die op een structureel verkeerde omgang met Nederlands waterhuishouding?

“We hebben de rivieren en beken in een te strak keurslijf geperst. Ik zou bijna zeggen: het hoge water is een welkome waarschuwing. Het wordt steeds moeilijker het water af te voeren, daar is Rijkswaterstaat heel open over. De zeespiegel zal de komende eeuw tussen de dertig en de zestig centimeter stijgen. Bovendien is Nederland door een geologisch verschijnsel licht aan het kantelen, waarbij helaas juist het westen zakt. Dankzij het hoge water wordt er nu vaart gezet achter zowel de veiligheid als de ontwikkeling van natuur langs de rivieren.'