'Fascistische partijen overleven hun leider nooit'

De Franse regio Bourgogne wordt bestuurd met steun van het Front National. De besluitvorming in veel besturen van scholen en ziekenhuizen, waarin ook FN-leden zitten, ligt in veel gevallen stil.

“De Bourgogne is min of meer onbestuurbaar', zegt Jean-Pierre Soissons lachend. “We hebben hier in de regionale raad 24 leden van rechts, 24 van links en 9 van het Front National. Wat ik er aan doe? Ik ben een solide pragmaticus, met wantrouwen voor grootste ideeen. Ik gok erop dat het Front National over niet al te lange tijd explodeert. Fascistische partijen in Europa hebben hun leider nooit overleefd.'

In afwachting van de explosie van extreem rechts bestuurt Soissons de regio Bourgogne met steun van de partijgenoten van Jean-Marie Le Pen. Officieel is er geen coalitie en geen gemeenschappelijk programma, maar er kunnen geen besluiten worden genomen waar het FN-smaldeel het niet mee eens is. In de besturen van openbare lycea en ziekenhuizen zijn ook FN-leden aangewezen namens de regio. Volgens de oppositie ligt de besluitvorming in veel gevallen stil.

Soissons is voorzitter van de Conseil Regional du Bourgogne en een van de meer schilderachtige figuren in de Franse politiek. Dertig jaar centriste, noemt hij zichzelf. Hij hielp de liberale, pro-Europese Valery Giscard d'Estaing op diens weg naar het Elysee, was staatssecretaris voor Hoger Onderwijs en later minister voor Jeugd- en Sportzaken onder Raymond Barre. Tijdens de tweede presidentiele ambtsperiode van Francois Mitterrand aarzelde Soissons niet om weer minister te worden, nu in een linkse regering. Voor Frankrijk een ongehoorde overstap.

Nu is hij terug bij rechts, zeker in de publieke opinie, sinds Soissons dit voorjaar een van de vier regio-voorzitters werd waar klassiek rechts (inclusief centristen) aan de macht bleef dankzij het Front National. In Rhone-Alpes leverde dat regio-voorzitter Charles Millon bijna dagelijkse demonstraties en fluitkoren op.

Soissons wist in zijn minder dicht bevolkte en minder geindustrialiseerde wijnregio wat meer uit het nieuws te blijven.

De met leder en forse plastieken ingerichte vergaderzaal van de regionale raad in Dijon heeft sinds het voorjaar nog amper een politiek debat meegemaakt. Jean-Pierre Soissons ontvangt er in stijl. De boodschap: de situatie is absurd, maar allerminst hopeloos. “We zitten nu eenmaal in deze situatie zolang we met evenredige vertegenwoordiging stemmen voor de regio's. Men kent mij hier. Ik heb al samen met links bestuurd, ten tijde van Rocard, en mijn huidige rechtse meerderheid brokkelt niet af, zoals in Rhones-Alpes. Bovendien weiger ik te theoretiseren, zoals Millon. Door de oprichting van 'La Droite' komt Charles Millon zowel tegenover rechts als tegenover links te staan.'

De oppositieleider in Bourgogne, de socialist Francois Rebsamen, heeft een iets minder idyllisch beeld van de toestand in de regio. Volgens hem is het imago van de Bourgogne zowel Europees, als nationaal en regionaal aangetast. De Europese Commissie houdt de vier regio's die met het FN regeren in de gaten. De Franse vereniging van regiobesturen mijdt de besmette vier: “De Bourgogne is in quarantaine op landelijk niveau.'

Maar vooral in de Bourgogne lijdt het openbaar bestuur onder de situatie. Rebsamen somt op: de lyceumbesturen in Monceaux-les-Mines en Avalon weigeren bijeen te komen zolang er een FN-lid is opgedrongen het zelfde geldt voor de ziekenhuisbesturen in Tonnerre en Sercet. De Universiteit van Bourgogne in Dijon is helemaal onbestuurbaar. “Als Soissons zegt dat alles wel meevalt dan is hij een professionele leugenaar. Hij kan nergens een lyceum binnen komen zonder dat er heisa ontstaat.'

Op een punt geeft Rebsamen de regiovoorzitter enigszins gelijk: de vertegenwoordigers van het Front National in de Bourgogne zijn geen extremisten onder de extreem-rechtsen. De leider Jaboulet, een groot wijnman in Beaune, is een teleurgestelde neo-gaullist. Zijn nummer twee, een UDF-vluchteling. Soissons schetst het beeld van een soort Cola-Light versie van het Front National in de Bourgogne: “In Rhones-Alpes met Gollnisch is het een heel ander spel. Hij, en Le Pen en Megret, dat is echt Rusland. Hier is dat allemaal veel gemoedelijker. Hier zijn het mensen die herhaaldelijk hun heil elders hebben gezocht. Waarom niet ook eens bij mij?' Rebsamen: “Maar zij blijven representanten van het Front National.'

Het zonnige beeld van Soissons wordt door de socialist verder getemperd: eigenlijk beschikt Soissons (zonder het FN) over minder stemmen dan links. Van de 24 zetels die Soissons zich toerekent zijn er twee van zijn voorganger, die nooit meestemt, en drie van centristen die samenwerking met het Front National eigenlijk afwijzen. In december wordt over de begroting gestemd en dan moet blijken waar die afwijzing op neer komt. Men is voor of tegen. Het is een politieke stem. Daarna regeert het regiobestuur weer voor een jaar.

Francois Rebsamen, zelf sous-prefect van beroep en als het aan hem ligt de volgende burgemeester van Dijon, ontzegt Soissons het morele recht de regio te besturen. Dat neemt niet weg dat hij de regiovoorzitter vrij goed kent en een 'intelligente en handige man' noemt. Iets scherper geformuleerd: “Soissons is tot alles bereid om de macht te grijpen en vast te houden.'

Een van de middelen daartoe is het geven van een semi-officiele bestuursfunctie aan een van de drie afvallige partijgenoten.

Een van hen is Philippe Morel. Die erkent de charmes van Soissons, maar zegt bij een glas Gevrey-Chambertin: “Onze groep is een soort comite van waakzaamheid. Wij willen ook afrekenen met het Front National, maar anders dan Soissons. Wij hebben in de Bourgogne onze ziel verloren. Ik verdedig als christen-democraat altijd het gezin, in de Bourgogne sinds ik hier ben komen wonen met mijn tweede vrouw. Dat soort dingen zijn zoek geraakt sinds we allemaal met eenheidskandidaten van rechts moesten komen. Daar heeft het FN van geprofiteerd.'