Diep zwijgen over de twijfel; Hedendaagse Nederlandse kunst in galerie Gmurzynska

Rudi Fuchs, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, maakte voor de omstreden Keulse galerie Gmurzynska een tentoonstelling over hedendaagse Nederlandse kunst.

De stand van galerie Gmurzynska is zonder twijfel de merkwaardigste op de kunstbeurs van Keulen. In het voorste gedeelte, waar een wulpse bos rode rozen op tafel staat naast een schaal met chocoladekoekjes, hangt een greep uit de collectie moderne klassieken waarin de galerie zich al jaren specialiseert: een stuk of wat Picasso's, schilderijen van Schwitters en Lyonel Feininger. Achterin echter, in een aparte gedeelte, hangt een aantal schilderijen die uit een ander universum lijken te zijn geland: werken van jonge Nederlandse schilders als Kiki Lamers Benoit Hermans, Tim Ayres en Marien Schouten. De combinatie lijkt volledig uit de lucht gegrepen, maar is verrassend relevant: in het pand van galerie Gmurzynska zelf, in een statige villawijk in Keulen, wordt op hetzelfde moment de tentoonstelling The Center Holds gehouden een 'overzicht van de kunst-scene in Nederland', samengesteld door Stedelijk Museum-directeur Rudi Fuchs. Daar wordt werk getoond van achttien jonge Nederlandse kunstenaars, voornamelijk schilders, onder wie Rob Birza, Joep van Lieshout, Han Schuil, Kiki Lamers, David Bade en Lara Schnitger. Een groot deel van hen is naar Keulen gekomen om de opening mee te maken. En zo wandelt er op deze zondagochtend plotseling een keur aan kunstenaars, galeriehouders, verzamelaars en museummedewerkers, zowel uit Nederland als Duitsland door het kapitale Gmurzynska-pand, waarin verder vooral doeken van Yves Klein en diverse 'oude Russen' hangen. Een Duitse conservator merkt op dat ze 'het hier nog nooit zo druk heeft gezien'.

Maar er wringt iets op deze tentoonstelling. Dat begint al met het feit dat galerie Gmurzynska in het verleden geen enkele belangstelling toonde voor moderne Nederlandse kunst - of het nou de grimmige vrouwen van Marlene Dumas waren of de strenge expressie van Marien Schouten, laat staan voor de ruwe kleiblokken van David Bade of een schilderij als Pussy forever van Erik van Lieshout.

Nog problematischer is dat Gmurzynska al jaren in verband wordt gebracht met de dubieuze handel in schilderijen uit de Sovjet-Unie, al is de galerie daarvoor nooit door een rechter veroordeeld. Toch blijven de geruchten hardnekkig dat de galerie betrokken is bij de illegale uitvoer uit de Sovjet-Unie van de Chardzjijev-collectie, waarin onder andere werk van Malevitsj, Lissitzky en Larionov. En daarom was er voorafgaand aan de tentoonstelling veel discussie onder de kunstenaars en hun galeriehouders: moesten ze wel meedoen aan dit 'dubieuze' project? Gaven ze zich niet af met de verkeerde mensen? Op de opening lijkt iedereen echter te hebben besloten niet meer over die twijfel te willen praten. Een van de kunstenaars: “Er is wel over gepraat of we iets doen moesten, maar aan de andere kant: er is niets tegen ze bewezen en het is een mooie mogelijkheid om in Duitsland te exposeren. Dus doet iedereen toch maar mee.'

Uiteindelijk was het Fuchs zelf die de twijfelaars over de streep trok. Hij kent de Gmurzynska's al sinds de jaren zeventig en weigert zich iets van de geruchten aan te trekken. “Het zijn allemaal speculaties' zegt hij. “De kranten schrijven dan wel van alles over ze maar je moet niet alles geloven wat er in de kranten staat. Gmurzynska is een gedegen galerie die al jaren bezig is; ze vertegenwoordigen uitstekende kunstenaars en geven prachtige catalogi uit, die op wetenschappelijk niveau gemaakt worden. Dat ze daar ook geld mee verdienen, daar lijkt me niets op tegen. En waarom ik de tentoonstelling juist hier organiseer? Gewoon omdat zij me gevraagd hebben, en ik denk dat de betrokken kunstenaars er wel bij zullen varen.' Mevrouw Gmurzynska desgevraagd: “Wij organiseren deze tentoonstelling allereerst omdat ik Rudi Fuchs een van de beste tentoonstellingsmakers vind die ik ken.

Bovendien hebben we een zeker traditie waar het Nederlandse kunst betreft: in het verleden hebben al tentoonstellingen gemaakt met Van der Leck Mondriaan en Loe Louber. Die traditie willen we voortzetten; vooral met der Schouten zouden we graag verder willen werken.'

Marien Schouten zelf begint echter ongemakkelijk te kijken als hij met dit aanzoek wordt geconfronteerd en zegt dan dat hij er eigenlijk niet over wil praten. “Dat is net zoiets als wanneer je stiekem een mooie vrouw op het oog hebt en iedereen daarover vervolgens begint te speculeren.' En dan: “Ik baal ervan dat er zoveel speculaties rond deze expositie ontstaan. Is er eindelijk eens zo'n tentoonstelling, wordt er alleen maar gesproken over de galerie en de samensteller. Het zou om de kunst moeten gaan.'

Inderdaad moet worden gezegd dat The Center Holds er goed uitziet. De meer 'klassieke schilders', onder wie Schouten, Han Schuil en Robert Zandvliet hangen in de strakke, witte galerie, terwijl de 'wilde jongeren' een plek hebben gekregen in een vervallen villa, het voormalige woonhuis van de familie Gmurzynska, daar schuin tegenover. Vooral daar komen de werken mooi tot hun recht: David Bade heeft de ingangspartij volgestort met een installatie van klei, piepschuim en tekeningen die hij de titel Flappen krassen heeft meegegeven 'wat je inderdaad als een statement over de tentoonstelling zou kunnen beschouwen'. Erik van Lieshout exposeert zijn werk in de badkamer en de schilderijen van Kiki Lamers lijken altijd al gemaakt voor de goudbruine wandbekleding in een van de vervallen stijlkamers. “Dit zou een perfecte tentoonsteling kunnen zijn', mompelt een van de kunstenaar, “alleen jammer dat het nou net op zo'n manier moet.'