De kunst van het grootvader zijn

De Franse vlinderkundige en professor Paul Portier (1866-1962) vierde zijn vakantie door met zijn kleinzoon Olivier vlinders te vangen. Een vlinder op de rug gelegd, met gespreide vleugels, wordt door een lichte druk op de rand van het borststuk stijf en gevoelloos. Een simpele tastprikkel haalt hem uit deze katalepsie.

Portier vroeg zich af of een geurprikkel daartoe ook in staat was. Inderdaad, mosterd en lavendel wekten de schone slaapsters. Maar op welk orgaan werken die geurstoffen? De klassieke veronderstelling was dat insecten met hun antenne ruiken. Verifieren! Met een fijn schaartje knipte Portier de voelsprieten af. Maar de vlinders ontwaakten steeds door de geuren.

Toen suggereerde kleinzoon Olivier: “Knip zijn kop er dan af!' Opa schudde zijn hoofd: “Dat heeft geen zin!'

“Mag ik het dan doen?' vroeg de kleuter en hij kreeg zijn zin. De onthoofde vlinder werd blootgesteld aan een parfum. Waarachtig, de vlinder ontwaakte.

De conclusie drong zich op dat vlinders ruiken via hun tracheeen die uitmonden in hun borststuk en achterlijf. Deze vertakken zich tot in allerlei organen, zoals een ganglion.

Claude Bernard schreef ooit dat het oude ons verhindert het nieuwe te begrijpen. Kennis zou de vroegrijpe experimentator in verlegenheid hebben gebracht.

De vierjarige Olivier heeft de mededeling van zijn grootvader aan de Franse Academie van Wetenschappen omtrent de proef over de geurzin bij vlinders mede ondertekend.