De hysterie van de media is afgestraft

De media in de VS hebben de Lewinsky-affaire ernstig overschat, meent H.J.A. Hofland. Daardoor waren ze blind voor de mening van de kiezers.

Het leger dat zich al gereed had gemaakt om de vijandelijke koning nog een keer met pek en veren te behandelen, dan op te hangen en de buit te verdelen, is verslagen. De veldheer is door de soldaten weggejaagd. Uit de kwartieren van de afgedropen strijders klinkt het geraas en getier over de nederlaag. De koning verschijnt als een minzame Phoenix even op de televisie en complimenteert het krijgskundig genie van gisteren met zijn voorbeeldig gedrag.

Dit ongeveer is de samenvatting van het meeslepend drama zoals het zich vorige week in de Amerikaanse politiek heeft voltrokken. Een fantastisch schouwspel, klassiek toneel. Newt Gingrich, vier jaar geleden met zijn Contract with America de leider van de Republikeinse revolutie, vervolgens de machtige Speaker of the House een week geleden nog de verpersoonlijking van triomfalisme, is uit het Congres verdwenen en gaat eerst een half jaar uitblazen.

Voor de president die door het Lewinsky-schandaal voorgoed leek aangetast, zijn nog niet alle problemen achter de rug. Nu is het de vraag, hoe de Republikeinen in wanorde zullen proberen hun gezicht te redden. En zal de president erin slagen zijn leedvermaak te beheersen? Hij heeft wel moeilijker staaltjes van aanpassingsvermogen vertoond. Als hij het goed blijft spelen, komt hij sterker uit de strijd tevoorschijn.

Deze verkiezingen zijn vrijwel algemeen beschouwd als een referendum over de president onvermijdelijk nadat het publiek een half jaar lang is overweldigd met altijd weer dezelfde beelden van de omhelzende Bill en Monica, de citaten uit het Starr-rapport en de honderden grapjes. Gesterkt door deze gratis stroom propaganda, hebben de Republikeinen in hun campagne op een referendum aangestuurd.

En daarop hebben ze antwoord gekregen: de kiezers hebben op 3 november in stevige meerderheid laten weten dat ze wat Clinton en Monica aangaat verzadigd zijn en terug willen naar de gewone politiek van de sociale zekerheid de gezondheidszorg, en de belastingen. In het vuur van hun kanonnades tegen de president zijn de Republikeinen vergeten een werkelijk politiek programma op te stellen. Nu hun schutterij is verslagen, ligt daar nog de onbruikbare munitie van het impeachment waarvan ze zich met goed fatsoen moeten ontdoen. Newt Gingrich, directeur van dat arsenaal is opgestapt. Over de opvolging wordt ruzie gezocht.

Henry J. Hyde Afgevaardigde en voorzitter van de commissie die het onderzoek naar de mogelijkheid en wenselijkheid van het impeachment leidt, heeft vorige week de president een brief gestuurd met 81 scherpe vragen waarop alleen met ja of nee kan worden geantwoord. Veel vragen gaan over de inhoud van gesprekken die hij met zijn medewerkers heeft gehad, maar zoals de snelheid van een konvooi wordt bepaald door het langzaamste schip zo ongeveer wordt het niveau van de brief weergegeven door de knulligste vraag, 41 f.: “Hebt u wel of niet een doos kersenbonbons aan Monica Lewinsky gegeven?' Wat zou je er als president op antwoorden? Een half jaar geleden had hij misschien nog volgehouden dat het een rol flikjes was geweest. Die tijd is voorbij. Bij de Republikeinen weet men zich nog niet goed raad met deze brief. Misschien zal de president netjes antwoorden, misschien een overtuigende reden om de brief bij de ingekomen stukken te laten liggen. Alles is goed als het maar geen nieuwe problemen veroorzaakt, zodat men zo vlug mogelijk en opgelucht kan overgaan tot de orde van de dag.

Daarmee zou dan tegen het einde van het jaar dit schandaal als een vergissing van historisch formaat kunnen worden bijgeschreven.

De vraag blijft echter bestaan hoe het mogelijk is dat de pers, de meest ingewijde commentatoren, kenners van de publieke opinie, die machtige partij die zoveel te winnen had, dit hele gezelschap bij elkaar zich zo ver op een dwaalspoor heeft laten brengen? Wat is er gebeurd dat een vaak beproefd politiek systeem zich dusdanig heeft kunnen verstrikken in een web van intriges? Hoe komt het dat het systeem zichzelf bijna had gemutileerd, en op het nippertje is gered door een meerderheid van kiezers die niet de kluts is kwijtgeraakt? Loopt het schandaal af met de sisser waarnaar nu zo gretig wordt verlangd, dan blijft dit raadsel.

Er is een volgorde van oorzaken.

De kiem van het drama ligt in het karakter van de president. Hij heeft twee bijnamen: Slick Willy en de Comeback Kid. Van het moment af waarop hij aan zijn eerste stap zette op de weg naar zijn eerste termijn als president, is hij omgeven door schandaaltjes en heeft hij zich gered door de slimmigheidjes die hem misschien nog legendarisch zullen maken. Hij heeft zich onttrokken aan de oorlog in Vietnam wat hem de vijandschap van veteranen en pariotten bezorgde. Hij heeft marihuana gerookt maar niet geinhaleerd. Hij heeft een lange verhouding gehad met Gennifer Flowers die daarvan tegen grote beloning in Penthouse geen geheim maakte. Zijn reputatie op deze gebieden was daarmee nationaal gevestigd. Maar altijd weer had hij bijtijds een goed politiek programma. Hij werd de presidentskandidaat en nam het op tegen George Bush.

Deze zittende president, die zich in 1992 als overwinnaar in de Golfoorlog onkwetsbaar achtte, legde de grondslag voor de verkeerde bestrijding.

In het begin van zijn campagne, nu zeseneenhalf jaar geleden, heeft hij Clinton als politicus niet ernstig genomen. Het Republikeinse kamp ging ervan uit, dat door de 'character issue' de Democraat zichzelf al had verslagen. Het antwoord van Clinton is samengevat in de formule It's the economy, stupid. Toen Bush in de laatste weken van zijn campagne besefte dat Clinton een programma vertegenwoordigde, heeft hij zich geassocieerd met de partij van de haat. De tegenstander pareerde niet met hetzelfde wapen maar zette zijn programmatische campagne voort. Van zijn overwinning in 1992 hebben de Republikeinen toen niets geleerd. Wel heeft het hun onverzoenlijkheid bevorderd.

In 1994 leek de tijd voor de revanche gekomen. Newt Gingrich kondigde zijn populistische revolutie af, The Contract with America, waarmee een eind zou worden gemaakt aan het harteloos bureaucratisch gezag van Washington, de hoge belastingen en nog het een en ander dat de gevestigde burgerij zwaar op de maag lag. Het succes was overweldigend. Het presidentschap leek in 1996 voor het grijpen te liggen. De Democraten hadden hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden verloren; de partij was in wanorde.

In 1996 moest Clinton het opnemen tegen de 72-jarige Bob Dole. Diens leeftijd was minder in de mode dan in deze tijd, nu de 77-jarige John Glenn de zwaartekracht heeft overwonnen. Dat leek geen grote handicap, want Clinton bleef door schandalen achtervolgd, en door de geruchten die in de media als schandalen in wording werden behandeld.Maar opnieuw werd de politicus onderschat. Hij had een programma dat die naam verdiende. Dat was gedeeltelijk en schaamteloos van de tegenstander geplagieerd. Gingrich maakte zijn eerste grote fouten en Dole deed wat Bush ook al had gedaan.

Hij bleef hameren op de tekorten in het presidentiele karakter. In de campagne nam het bestanddeel haat verder toe met de persoonlijke attack ads op de televisie. Maar Clinton speelde het weer op het nippertje klaar. In het Republikeinse kamp nam de haat nog verder toe.

In het begin van dit jaar zag het er voor de president, gemeten naar zijn eigen maatstaven, rooskleurig uit. Het onderzoek van Kenneth Starr naar de Whitewater-affaire was na vier jaar vastgelopen, en het proces van Paula Jones wegens ongewenste intimiteiten had zulke absurde vormen aangenomen dat voortzetting tot het bittere einde niet haalbaar leek.

En toen kwam Linda Tripp met de bandopnamen van haar gesprekken met Monica Lewinsky. Voor Starr brak de zon door. Iedereen die kon getuigen werd opgeroepen en uitgemergeld tot de laatste details. Dat leverde de speciale aanklager geen populariteit op maar door ieder verhoor steeg zijn politieke waarde. In zijn verweer volgde Clinton zijn oude tactiek van ontwijken. Geen seks, wat is seks, niet gelogen, niet in de zin van de wet gelogen, enzovoort. Hier ligt het begin van de grote vergissing die vorige week is opgehelderd.

Starr ging door, tot ver over de grens die de meeste mensen trekken als het om de openbaring van hun strikt particuliere doen en laten gaat, en hij hield niet op. Zijn gevecht kreeg een andere kwaliteit. De president moest getuigen, op video. Na lang dralen verscheen hij tenslotte op de televisie om een en ander op te biechten en zijn spijt te betuigen. Hij deed het halfhartig en het was een eerloze vertoning. Voor Starr, de onverzadigbare, was het niet genoeg. En zo verscheen het Starr-rapport. De vernietiging van de president leek bijna voltooid.

Het wachten was alleen nog op de bevestiging door de verkiezingen en dan kon door de zegevierende Republikeinen het impeachment met volle kracht worden doorgezet.

Vanaf de eerste dag heeft het nieuws over het Lewinsky-schandaal een dualistische betekenis gehad. Het was 'smakelijk' want het ging over verboden seks in de hoogste kringen, en naarmate er meer werd onthuld terwijl het duidelijker werd dat het allemaal waar was, kreeg het een zwaarder politiek gewicht. Er valt een grafische voorstelling van te maken: de lijn van 'smakelijkheid' en die van de politieke betekenis. Beide stijgen en ze lopen vrijwel parallel.

Hier komen we aan de kern van de vergissing. Geen enkele commentator, waarnemer, deskundige heeft gezien dat op zeker ogenblik deze twee lijnen zich van elkaar gingen scheiden. Wel verbaasde men zich erover dat de job ratings voor de president onverminderd hoog bleven, maar men heeft niet gezien van welke betekenis dit voor de verkiezingen was. Men heeft verondersteld dat de lage waardering voor de persoonlijkheid van de president, zijn opvatting van de moraal, hem axiomatisch de kop zou kosten.

Intussen had het door Starr en Clinton veroorzaakte nieuws een dwingend karakter gekregen. All the News That's Fit to Print luidt het devies van The New York Times. “But was all this fit to print?' vroeg een geroutineerd waarnemer mij. Over de schandaalpers hoefde je niet te praten.

Maar moesten ook de serieuze kranten die zee van klungelige details voor hun lezers tot in de finesse oplepelen? Nee, zei hun journalistieke smaak. Ja, zei hun overlevingsinstinct, want ze doen het allemaal, en hier kunnen we niet achterblijven. Toen het Starr-rapport was verschenen, zette Le Monde als kop boven zijn hoofdartikel L'enfer est Americain maar dit verhinderde de krant niet een bijlage aan de publicatie te wijden.

Men mocht van oordeel zijn dat Starr een lawine van treurigheid had ontketend maar alle media beschouwden het als verplichte, onontkoombare treurigheid waarin ze zich moesten laten meesleuren.

Op de seks van de president is intussen een industrie verrezen. Er is een anthologietje, The Scandalously Funny Clinton Reader and Joke Book, dat het tegendeel van grappig is, maar nog een wonder van beschaving vergeleken bij de platheid die andere bladen ten beste geven.

De president is vogelvrij, en niet alleen hij maar zijn hele familie. Heeft Starr beseft dat hij daartoe het signaal heeft gegeven? Door het rapport zijn het beruchte blad The Hustler en The New York Times feitelijk gelijkgeschakeld.Wat fit is to print wordt hier door de speciale aanklager uitgemaakt. Alle media samen worden onder zijn regime tot een gehoorzaam monster, dat erop is afgericht de president te verslinden.

Binnen de media is er dan de partij die de productie van Starr met tegenzin relayeert, en de andere die er niet genoeg van kan krijgen en er met graagte de consequenties uit trekt, dat wil zeggen de consequenties waarin het wenselijke en het politiek onvermijdelijk gewaande, comfortabel verenigd zijn. De dag voor de verkiezingen schreef de fameuze conservatieve columnist William Buckley: “Morgen wordt er een schot gelost dat in de hele wereld zal worden gehoord.' Het is waar maar het kanon stond de andere kant op.

Een goed voorbeeld van wensdromerij levert The Economist waarvan de redactie iedere week regering van de wereld speelt. Op 12 september was de wens daar de vader van het omslag; een week later nog dringender, en op 7 november volgde de erkenning van de vergissing, zo slinks alsof Clinton zelf het omslag had ontworpen.

Want de overwinning is geen kwestie van geluk. Dat de media deze uitslag niet hebben zien aankomen, bewijst hun verblinding. Vanaf de dag waarop het schandaal uitbrak, nu negen maanden geleden, is er een steeds grotere verwarring gegroeid. Alle opiniemakers hebben particuliere moraal en de politieke leiding van de supermacht onverbrekelijk met elkaar verbonden. Ze zijn blind geweest voor de derde partij, die van de kiezers om wie de politiek tenslotte draait.

Als het goed gaat met de politiek blijken de kiezers geen boodschap te hebben aan wat het staatshoofd achter gesloten deuren verder uitvoert. De media hebben zich losgeschreven van de politieke werkelijkheid. Ze hebben niet de publieke opinie verwoord maar hun eigen smaak, moraal, gedachten en verwachtingen. Intussen gebeurden er andere dingen. Terwijl Starr de moeder van Monica aan het verhoren was, tot ze in tranen uitbarstte was de president bezig Saddam Hussein tot rede te brengen. Toen kwamen de aanslagen op de Amerikaanse ambassades en de represailles, de beurs raakte in paniek, Netanyahu en Arafat kwamen naar Washington. Terwijl de soap van Bill en Monica de kiezer de keel uithing, deden de opiniemakers hun voorspellingen in wat nu een politiek luchtledig blijkt te zijn. De media hebben verondersteld dat zij de kiezers waren.

Newt Gingrich is gevallen als een baksteen. De werkelijk genante taferelen spelen zich nu af in zijn kamp. Zijn trouwe vrienden van gisteren vliegen elkaar aan om hem op te volgen. De kranten die hem hebben gesteund, verklaren hem besmet. Het is jammer dat Starr zich niet zal verdiepen in de moraal van dit sauve qui peut.

Het permanente risico voor de Republikeinen is vanouds dat ze zich te ver associeren met de rijke verscheidenheid van zeer (hoewel niet uiterst) rechts: de National Rifle Association die het bezit van vuurwapens verdedigt, de pro life beweging tegen alle abortus het ultraconservatieve religious right, de doodstraf, kortom het complex dat onversneden parlementair conservatief is.

De steun van de zeer conservatieve kiezers en verschaffers van de campagnefondsen betekent dat de gekozenen een hypotheek af te lossen hebben. Voor de Democraten geldt natuurlijk hetzelfde. Maar dat is na deze verkiezingen minder aan de orde.

De Republikeinen zijn verslagen. Dat geldt in het bijzonder hun rechtervleugel,de motor achter het impeachment. En dit kan betekenen dat de wereld binnenkort weer te maken krijgt met een Amerikaanse president die zijn hoofd helemaal bij de politiek kan houden. Zeker is het niet, want Starr en de Republikeinen zijn nog niet uitgepraat. En wat er zou gebeuren als Clinton een nieuwe Monica zou tegenkomen, valt absoluut niet te voorspellen.