CWI: een loket voor wie zoekt naar werk of een uitkering

De arbeidsbureaus worden opgedeeld. Wie zoekt naar werk of een uitkering moet dat achter een loket kunnen vinden.

Een 'voorlopige denkrichting', zo bestempelen de minister van Sociale Zaken De Vries en zijn staatssecretaris Hoogervorst hun 'discussienota' over de toekomstige organisatie van de sociale zekerheid. Dergelijke vrijblijvendheid - 'voorlopig', niet definitief; 'denken', niet doen; 'richting', geen doel - heeft de bewindsmannen echter de vrijheid verschaft om hun eigen visie op tamelijk apodictische wijze te schetsen. Discussie of niet: de beoordeling of iemand recht heeft op een uitkering blijft in de handen van de overheid. Na 2001 moet iedereen die op zoek is naar werk en/of een uitkering zich vervoegen bij een van de ruim tweehonderd Centra voor Werk en Inkomen (CWI's). En de verstrekkers van WW- en WAO-uitkeringen kunnen onderling concurreren wat ze willen werkgevers en werknemers samen zijn hun opdrachtgevers.

Over deze en andere uitgangspunten gaan organisaties die bij Werk en Inkomen (lees: uitkering) betrokken zijn, morgen en woensdag in discussie. Deelnemers zijn de auteurs van de nota samen met de ministers Zalm (Financien) en Peper (Binnenlandse Zaken) en afgevaardigden van werkgevers- en werknemersorganisaties, van de toezichthouder en de coordinator van de sociale zekerheid (respectievelijk CTSV en LISV), van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en van Arbeidsvoorziening, ofwel de arbeidsbureaus.

Grof gezegd kunnen alle deelnemers zich wel vinden in de hoofdlijnen van de nota, behalve Arbeidsvoorziening. De arbeidsbureaus worden dan ook volledig uitgekleed in de voorstellen van de minister en staatssecretaris.

De arbeidsbureaus dichten zichzelf twee taken toe. De basistaak is het inschrijven van werkzoekenden, het registreren van vacatures en het 'matchen' van die twee.

De tweede taak is de reintegratie, het klaarmaken voor de arbeidsmarkt van die werklozen die niet onmiddellijk aan een baan geholpen kunnen worden bijvoorbeeld omdat ze al jaren niet meer gewerkt hebben.

Aan die 'moeilijk bemiddelbaren' bieden de arbeidsbureaus scholing en actieve bemiddeling en begeleiding, een VN-verdrag van 1950 verplicht de overheid daartoe. De basis- en reintegratietaak zijn volgens Arbeidsvoorziening onmogelijk los te koppelen; het aan een baan helpen van een langdurig werkloze kan immers niet zonder te putten uit het vacature-aanbod.

De Vries (PvdA) en Hoogervorst (VVD) willen de twee taken echter wel uit elkaar trekken. Het 'reintegratie-deel' van Arbeidsvoorziening wordt geprivatiseerd en vecht met bijvoorbeeld uitzendbureaus om opdrachten van gemeenten en sociale partners. Wat overblijft is de basistaak van de arbeidsbureaus, die dient het hart te gaan vormen van de op te richten CWI's.

Dat wil niet zeggen dat de arbeidsbureaus de belangrijkste organisatie achter het ene loket worden. In tegenstelling tot het vorige kabinet zien De Vries en Hoogervorst een CWI niet als een samenwerkingsverband van een arbeidsbureau, een gemeentelijke sociale dienst en uitkeringsinstanties zoals het Gak, maar als “een zelfstandige organisatie met eigen taken, zoals (...) directe bemiddeling administratieve intake, uitkeringsaanvraag en de nadere beoordeling van de afstand van de werkzoekende tot de arbeidsmarkt'. Ergens tussen de CWI als zelfstandige organisatie en de CWI als een loket waarachter nog eens minstens drie loketten zitten, moeten de discussiedeelnemers een compromis zien te vinden.

De vraag waarop de toekomstige uitvoering van de sociale zekerheid zich tot nu toe heeft toegespitst, is min of meer onder het vloerkleed geschoven.

Die ging over de zogenoemde claimbeoordeling: waar wordt bepaald wie welke uitkering krijgt, vanachter het publieke CWI-loket of bij de toekomstige commerciele aanbieders van de WW en de WAO? Het vorige kabinet meende het eerste uit vrees voor al te grote commercialisering van de sociale zekerheid. De sociale partners kwamen daarentegen in verrassende eensgezindheid tot de conclusie dat het het meest praktisch is om de claimbeoordeling op dezelfde plek te laten plaatsvinden als de verdere afhandeling van de uitkering.

De Vries en Hoogervorst houden in hun discussienota onverkort vast aan een publieke claimbeoordeling. Praktische bezwaren zoals geuit door het CTSV dat dossiers voortdurend tussen CWI en commerciele verzekeraar heen en weer gaan schieten en dus leiden tot grotere bureaucratie, doen de bewindslieden af met te wijzen op de zegeningen van de electronische snelweg. Langs die weg kunnen gegevens worden uitgewisseld zonder dat de klant, de WW'er of WAO'er daar last van heeft.

Minister en staatssecretaris komen hun opponenten een beetje tegemoet door als alternatieve optie voor te stellen dat die claimbeoordeling weliswaar door de publieke organisatie, maar bij de commerciele instelling plaatsvindt: een publieke functionaris van een CWI wordt als een loods neergezet bij een private verstrekker van uitkeringen. Die loods bepaalt welke aanvrager welke uitkering krijgt en laat de rest aan de markt over.

De sociale partners die eerder nog op de barricaden dreigden te springen als de claimbeoordeling in publieke handen zou blijven reageren nu opvallend laconiek over het voorstel van De Vries en Hoogervorst. Wie die claimbeoordeling doet, is nu niet meer dan een organisatorische kwestie.

Die bagatellisering is goed verklaarbaar gezien de stelligheid waarmee de bewindslieden de werkgevers en werknemers tot opdrachtgevers van de commerciele uitvoerders van de sociale zekerheid bombarderen. Het binnenhalen van dat opdrachtgeversschap en niet de claimbeoordeling is de voornaamste inzet van vooral de vakbonden geweest. Nadat een parlementaire enquete in 1992 uitwees dat de harmonie tussen werkgevers en werknemers het sociale zekerheidsstelsel heeft uitgehold en ze dus invloed op dat stelsel moest worden ontnomen krijgen de sociale partners nu weer de touwtjes in handen.

    • Robert Giebels