Bruckner nr. 9 met Hollandse versie van finale

Concert : Viotta Jeugdorkest o.l.v. Wim Bredenhorst

“God nam de pen uit zijn hand; daarom zou het hovaardig zijn tegenover Zijn wil nog iets aan de bestaande drie delen toe te voegen' meende Bruckner-biograaf Hans-Hubert Schonzeler een kwart eeuw geleden. Bij zijn dood in 1896 had Bruckner drie delen van zijn Negende symfonie voltooid; de Finale bestond slechts in schetsvorm. Hoewel sinds 1934 zeker zestien creatieve voltooiingen, reconstructies of speelbare versies van Bruckners zwanenzang zijn gemaakt, eindigt het werk in de concertzaal in de meeste gevallen nog altijd met het Adagio.

Onlangs werd een goed bedoelde poging van het Gelders Orkest om een van de laatst gemaakte voltooiingen (een gezamenlijke onderneming van de musicologen Nicola Samale, John Philips, Gunnar Cohrs en Giuseppe Mazzuca) uit te voeren op het allerlaatste moment verijdeld door Hans Vonk die de Negende (in onvoltooide vorm!) kort daarvoor bij het gezelschap had gedirigeerd en niet wilde dat chefdirigent Lawrence Renes haar opnieuw zou uitvoeren.

In het kader van de Nederlands-Oostenrijkse manifestatie De Onvoltooiden, Die Unvollendeten ging zondag een bijzondere reconstructie van de Finale in premiere van de hand van de Nederlander Hein 's-Gravesande. In 1969, amper een jaar voor zijn plotselinge dood op 54-jarige leeftijd, voltooide de vader van presentator en oud-Holland Festival-directeur Ad 's-Gravesande zijn derde reconstructie van de Finale maestoso. Deze leraar op de kweekschool in Baarle-Nassau en dirigent van de Zuid-Limburgse Opera was geobsedeerd door Bruckners Negende. Over twee eerdere voltooiingen was hij niet tevreden - die vernietigde hij. De definitieve versie belandde na zijn dood in de Muziekafdeling van het Haags Gemeentemuseum en werd onlangs in facsimile uitgeven door Donemus het Documentatiecentrum voor Nederlandse (!) muziek.

Met de 481 maten tellende partituur (er bestaan voltooiingen die bijna eens zo lang zijn) realiseerde 's-Gravesande een bescheiden bekroning van het werk, die in de uitvoering door het Viotta Jeugdorkest onder leiding van Wim Bredevoort nauwelijks een kwartier duurde.

Geen grootse uitgesponnen en majestueuze Finale dus, maar een hecht ineengrijpend spel met drie themablokken, een coda die knipoogt naar het Te Deum - door Bruckner zelf gesuggereerd als de alternatieve kroon op het werk - en een tweede coda waarin nog eens wordt teruggegrepen op eerdere momenten uit het opus. 's-Gravesande voegde alleen het hoogstnoodzakelijke toe om de ontwikkeling die Bruckner zelf al had uitgetekend voortgang te doen vinden. Slechts daar waar pagina's verloren gewaand werden, maakte hij zelf de overgangen, en op eigen gezag liet hij ten slotte het koraalthema terugkeren.

Het is een reconstructie die vooral door pragmatische motieven lijkt te zijn ingegeven omdat alles erom draait de schetsen orkestraal uitvoerbaar te maken. De voltooiing is deels gedateerd omdat er sinds de jaren zeventig veel meer materiaal van de Finale boven water is gekomen. Dat deze premiere dertig jaar na dato alsnog heeft plaatsgevonden, is te prijzen. Het Viotta Jeugdorkest, bestaande uit talentvolle jongeren in de leeftijd van 12 tot 21, speelde met verve. Maar Bruckners veeleisende werk bleek in architectuur en techniek te hoog gegrepen. Misschien was het van de organisatoren ook wel een beetje hovaardig tegenover Bruckner om diens zwanenzang door een amateurorkest te laten uitvoeren.