'Anti-Duitse reflex beschamend'

Ruim vijf jaar diende Peter van Walsum als Nederlands ambassadeur in Bonn. Binnenkort verhuist hij naar de VN in New York. Van Walsum verlaat Duitsland met weemoed. Vraaggesprek over de wisseling van de wacht in Bonn en de anti-Duitse sentimenten in Nederland.

Verrast kijkt Peter van Walsum, de Nederlandse ambassadeur in Bonn op. Of hij de Bondsrepubliek met weemoed verlaat? “Ja, eigenlijk wel' zegt hij. “Het klinkt Nederlanders misschien gek in de oren, maar ik ben een beetje van Duitsland gaan houden.'

Op een regenachtige zondagmiddag zitten we in de Nederlandse residentie in Bad Godesberg, het 'Wassenaar' van Bonn, vlakbij de Rijn. De ambassadeur serveert thee met taartjes en Rajah, de blonde labrador, probeert zich stil te houden opdat hij in de kamer mag blijven.

Van Walsum is net terug uit Nederland waar de nieuwe kanselier Gerhard Schroder en zijn minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer vorige week bij premier Wim Kok hun opwachting maakten. Fischer, de leider van de Groenen, is de grote filosoof van de regering. Dat is de ambassadeur wel duidelijk geworden. “Je verveelt je bij hem geen seconde.' In dat opzicht lijkt hij de rol van Kohl te hebben overgenomen. En Schroder? De kanselier voelde zich in ieder geval meer op zijn gemak dan toen hij Nederland eerder dit jaar nog als minister-president van Nedersaksen bezocht.

“We weten natuurlijk nog niet welke kant het opgaat met rood-groen. Het Duitsland van Gerhard Schroder zal beslist assertiever worden, maar daar hoeven we niet bang voor te zijn', meent Van Walsum, die er altijd voorstander van is geweest dat Duitsland in Europa een krachtiger positie inneemt als tegenhanger van Frankrijk en Engeland. Daarmee is de stabiliteit in Europa gediend.

Wel kan hij zich de bezorgdheid in Nederland over de economische koers van de Duitse regering wel enigszins voorstellen. De machtsverschuiving in Bonn van rechts van het midden naar links van het midden doet sterk denken aan het aantreden van het kabinet-Den Uyl in 1973.

De gedrevenheid waarmee de Duitse minister van Financien Oskar Lafontaine te werk gaat, herinnert ook Van Walsum levendig aan Joop den Uyl.

“Het is frappant dat uitgerekend Duitsland nu vraagtekens plaatst bij de hard-geld-politiek en pleit voor renteverlaging, terwijl juist Duitsland het stabiliteitspact voor de euro heeft doorgezet'. Maar Schroder heeft Kok verzekert ook namens Lafontaine - dat de onafhankelijkheid van de Bundesbank en de Europese Centrale Bank niet ter discussie staat. Bovendien is de positie van de bank en het geld vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, dus daaraan kan niet getornd worden.

De verschillende opvattingen in de regerende SPD zijn de ambassadeur niet ontgaan, maar dat is geen reden tot paniek. Van Walsum heeft juist de geruisloze overgang van de oude naar de nieuwe regering zo opmerkelijk gevonden.

“De wisseling van de macht in Bonn is voorbeeldig soepel gelopen. Het bewijs dat de democratie in Duitsland voortreffelijk functioneert want tenslotte ging het om een grote politieke verschuiving zoals je die zelden tegenkomt in stelsels met evenredige vertegenwoordiging.' Er waren geen conflicten met de oude regering, zelfs geen conflicten tussen SPD en Groenen. De enige spanning, die wordt gesignaleerd, bestaat binnen de SPD.

Maar de positie van het nieuwe Duitsland in Europa is absoluut safe, meent Van Walsum. Fischers opstelling is anders dan die van Kohl, die steeds op de 'onomkeerbaarheid' van Europa hamerde. “Fischer zegt het heel nuchter: er is geen alternatief voor Duitsland dan Europa. Punt.' Er komen onherroepelijk accentverschuivingen in de buitenlandse politiek. Vooralsnog is Fischer op goodwill-missie in zijn nieuwe pak met stropdas om de wereld gerust te stellen.

De ambassadeur vindt het al een enorme verandering dat het pacifisme van de Groenen geen struikelblok meer is. Ook zullen de relaties met Engeland intensiever worden, maar die met Frankrijk worden er niet minder om. Benieuwd is Van Walsum ook naar de “nieuwe vorm van niet-militaire crisisbeheersing' van de rood-groene regering.

De ambassadeur zal het niet meer beleven vanuit Bonn, maar vanuit New York. Want Van Walsum gaat vanaf 1 januari de tijdelijke Nederlandse zetel in de Veiligheidsraad bezetten bij de Verenigde Naties. De post is de bekroning van zijn carriere, waarin Van Walsum als zoon van een Rotterdamse burgemeester zich heeft ontwikkeld tot een topdiplomaat. Parijs, Boekarest, New Delhi, Londen, Bangkok. Waar heeft de ambassadeur die ooit journalist wilde worden, de Lage Landen eigenlijk niet gediend.

Maar nergens is Van Walsum zo lang en zo intensief geweest als in Bonn. “Vijfeneenhalf jaar Duitsland gaat je niet in de koude kleren zitten'. Niet omdat de ambassadeur zelf problemen heeft met de Duitsers. Hij voelt zich juist thuis is in het grote buurland, houdt van de Duitse precisie, de Grundlichkeit.

“Een politieke discussie is een belevenis omdat de Duitsers hoge eisen stellen, vooral aan zichzelf.' Als er eenmaal een besluit is genomen, gebeurt het ook als afgesproken. Heel anders dan in Nederland waar iedere afspraak door iedereen op elk moment weer wordt opengebroken. Ook vindt Van Walsum de Duitsers in veel opzichten bescheiden, soms zelfs verlegen. Heel anders dan de vooroordelen die er in Nederland bestaan.

Dat zit de ambassadeur het meeste dwars: de anti-Duitse reflex. “Op dit terrein heb ik niets bereikt. Helaas'. Er kan geen roeiwedstrijd worden gehouden die de Duitsers winnen of het zijn weer de Hollanders die boeh roepen.

“Het is ronduit beschamend. Nederland maakt zich belachelijk door in zijn relatie met Duitsland eeuwig het verongelijkte slachtoffer uit te hangen.'

Nederlanders verpakken volgens hem het kleine-buurland-complex in een gevoel van morele superioriteit, gebaseerd op de rol die Duitsland meer dan een halve eeuw geleden heeft gespeeld. Alsof Nederland geen deel heeft aan de slechtheid in de wereld. “Jongeren weten in Nederland alles van de spoorwegstaking in 1944. Ze weten niet dat het spoorwegpersoneel in de jaren '41 tot '43 zonder protest meewerkte aan de deportatie van 100.000 joden. Dat liep zo gesmeerd dat Adolf Eichmann de Nederlandse jodendeportaties een genot voor het oog heeft genoemd.'

Nederland maakt zich volstrekt belachelijk als het probeert Duitsland vanwege de oorlog eeuwig in een morele wurggreep te houden, vindt de ambassadeur. “Dat is niet alleen oneerlijk, maar ook schadelijk want de werkelijke reden waarom de herinnering aan de oorlog levend moet worden gehouden is dat de extremisten in Nederland en Duitsland nooit meer toegang tot de regeringsmacht mogen krijgen. Dat vereist grensoverschrijdende solidariteit', aldus de ambassadeur.

Anti-Duits zijn is even dom als anti-joods of anti-Turks zijn, vindt Van Walsum. Er is geen land meer in Europa dat de Duitsers moreel nog 'vogelvrij' verklaart vanwege de oorlog. “Duitsland is een normaal land, met een normale hoofdstad normaal inzetbare strijdkrachten en recht op een normale permanente zetel in de Veiligheidsraad. Nederlanders die de geschiedenis alleen maar gebruiken om zich tegen Duitsland af te zetten, bewijzen ons land geen dienst.'

    • Michèle de Waard