Ambassadeur laakt anti-Duitse reflex Nederland

Nederlanders maken zich belachelijk met hun anti-Duitse reflex. Het lijkt alsof niemand wil weten dat we zelf geen onfeilbaar oorlogsverleden hebben. Het antisemitisme speelde ook bij ons een fatale rol. En na de overgave van Srebrenica werd er feest gevierd, terwijl iedereen kon weten welke misdaden gepleegd zouden worden. Met ons gemoraliseer over Duitsers zijn we hypocriet.

Dat zegt de Nederlandse ambassadeur in Duitsland, Peter van Walsum in een gesprek met deze krant. Na ruim vijf jaar verlaat Van Walsum (64) Bonn om per 1 januari namens Nederland zitting te nemen in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in New York.

De latente anti-Duitse houding in Nederland zit de ambassadeur bijzonder hoog. “In dit opzicht heeft mijn werk hier geen zoden aan de dijk gezet.' Van Walsum had gehoopt iets te kunnen doen aan de anti-Duitse reflex die in Nederland vooral onder jongeren bij het minste geringste opnieuw de kop opsteekt.

“Dat is mij kennelijk niet gelukt', zegt hij en verwijst onder andere naar de verschillende onderzoeken van het Instituut Clingendael in Den Haag, waaruit telkens de vooroordelen van jongeren over de grote buur blijken. Daarin komt steeds weer naar voren dat Duitsers 'arrogant' 'oorlogszuchtig' en 'agressief' zouden zijn.

Deze vooroordelen stroken helemaal niet met de goede ervaringen die de Nederlandse regering al jaren met Duitsland heeft. De betrekkingen op regeringsniveau kunnen niet beter zijn, meent Van Walsum. Maar in Nederland is het vijftig jaar na de oorlog kennelijk nog steeds 'bon ton' om anti-Duits te zijn, vooral bij jongeren.

Hij schrijft het scheve beeld van Duitsland onder andere toe aan het eigen onverwerkte oorlogsverleden. Nederlanders maken zich wijs dat zij helemaal geen deel hebben aan de slechtheid in de wereld. Maar zij kennen hun eigen geschiedenis niet.

“De meeste Nederlanders weten geen donder van wat er destijds in Indie is uitgespookt. Ze weten niet dat Colijn, die jarenlang premier was, vrouwen en kinderen liet doodschieten, terwijl hij een sigaar opstak.' Het lijkt soms alsof Nederlanders zich van het kwade afgeschermd voelen, alsof zij daar geen deel aan hebben.

Als voorbeeld noemt Van Walsum de Nederlandse handelwijze in Srebrenica. Nadat de enclave was overgegeven begonnen de Nederlanders in Zagreb feest te vieren alsof ze een voetbalwedstrijd hadden gewonnen.