Veertig rechters voor 750 miljoen mensen

Straatsburg vierde feest deze week, omdat de Raad van Europa een nieuw hof voor de rechten van de mens in gebruik nam. Maar is dat wel opgewassen tegen de eisen van de toekomst?

Het was een historisch moment, ook al zullen weinigen dat hebben beseft. Enige maanden geleden kwam de eerste klacht uit Rusland binnen bij de Europese commissie voor de rechten van de mens in Straatsburg. De klacht had betrekking op de periode voordat Rusland lid was van de Raad van Europa, en de commissie verklaarde haar daarom niet ontvankelijk. Maar het was de eerste sneeuwvlok van een lawine waar de Raad van Europa nauwelijks op is voorbereid en die, zo vrezen velen in Straatsburg, het hele systeem van de Europese rechtspraak op het gebied van de rechten van de mens duurzaam zal ontwrichten. 'Veertig rechters voor zevenhonderdvijftig miljoen mensen', zo wordt de crisis van het Europese hof voor de rechten van de mens wel eens samengevat.

Het was feest deze week in Straatsburg, omdat de Raad van Europa een nieuw hof voor de rechten van de mens in gebruik nam. De vlaggen hingen uit en aan hooggestemde toespraken was er geen gebrek. Maar dat neemt niet weg dat er in Straatsburg algemeen grote zorg is over hoe het verder moet met het Europese hof. Want begon de Raad van Europa in 1949 met tien lidstaten, inmiddels zijn het er veertig. Alle ongeveer 750 miljoen inwoners van die landen mogen - in hun eigen taal - een beroep doen op het Europese hof voor de rechten van de mens, als zij vinden dat de overheid hun rechten met voeten treedt en zij in eigen land alle juridische mogelijkheden om daar tegen in het geweer te komen hebben uitgeput.

Waren in 1949 de meeste lidstaten betrekkelijk goed geordende democratieen, na de val van de Muur zijn ook de voormalige communistische landen in Oost-Europa en Rusland (sinds 1996) toegetreden. Het is een grote vraag of het Hof niet overbelast gaat worden als de hondervijftig miljoen Russen, die vaak alle reden tot klagen hebben over hun overheid, de weg naar Straatsburg ontdekken.

De opening van het nieuwe hof, dinsdag, was een eerste poging om de groeiende werkdruk op te vangen. Tot nu toe werden klachten eerst beoordeeld door de Europese commissie voor de rechten van de mens. Deze maakte een selectie en stuurde van de duizenden klachten die inmiddels jaarlijks in Straatsburg werden gedeponeerd, er twee- a vierhonderd door aan het 'oude' Hof. Dat leidde tot onnodig veel dubbel werk, zo vonden critici. Vandaar dat de lidstaten van de Raad van Europa in 1994 besloten om het 'oude' hof en de commissie samen te voegen in een 'nieuw' hof. Door de toenemende efficientie zou het 'nieuwe' hof zich sneller een weg door de steeds aanzwellende stroom van klachten kunnen ploegen, zo was de gedachte.

Maar zal dat ook gebeuren? De Leidse hoogleraar E. Alkema, die Nederlands lid is van de commissie voor de rechten van de mens, heeft zijn twijfels. “De commissie en het oude hof waren beide in deeltijd werkzaam. Hun werkzaamheden zijn in de loop der jaren steeds meer toegenomen. Tenslotte waren beide twee weken per maand actief. Samenvoeging van twee organen die beide vijftig procent van de tijd werken tot een permanent hof resulteert dus nauwelijks in tijdwinst.' Daarnaast was de operatie ook 'budgettair neutraal'. Meer medewerkers zijn er nauwelijks gekomen. De totale staf van de griffie (juristen en secretariaat) van het nieuwe hof bedraagt niet meer dan een honderdvijftigtal mensen, die voor een deel ook belast zijn met vertalen. “Dat is alles bij elkaar kleiner dan het hoofdkantoor van Amnesty International in Londen', zegt Alkema. Ter vergelijking: bij de Europese Commissie in Brussel bedraagt alleen het aantal vertalers al 1.400.

En deze selecte groep mensen wordt met steeds moeilijker zaken geconfronteerd.

Want bestaat er bij klachten uit landen als Nederland over het algemeen een goed dossier, bij Turkije ligt dat anders. Vaak moeten leden van de Europese commissie voor de rechten van de mens zelf naar Turkije reizen om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van wat er bijvoorbeeld precies met een Koerdische opposant van het regime is gebeurd. In het geval van Rusland zal dat niet veel beter zijn. Dat land heeft inmiddels zo'n graad van bestuurlijke ontbinding bereikt, dat Moskou in vele gevallen niet in staat zal zijn om het hof de informatie te geven die het nodig heeft.

Omdat de Raad van Europa geen miljarden te spenderen heeft zoals de Europese Unie en dus geen respect kan 'kopen', rest het hof in Straatsburg alleen de hoop dat de diverse regeringen de rechters genoeg respecteren om hun vonnissen uit te voeren. Ook in West-Europa schort het daar al aan. Zo is Italie al vele malen ter verantwoording geroepen voor de onredelijk lange duur van processen in het land. Maar liever dan de wetgeving en praktijken aan te passen, betaalt Rome compensatie aan de mensen die een klacht bij het Europese Hof hebben ingediend en in het gelijk worden gesteld. Of het bij Rusland beter zal gaan, is een grote vraag.

En in het geval van Turkije nadert voor de Raad - en dus ook voor het hof - inmiddels het uur van de waarheid. Al jaren komen klachten binnen tegen Turkije over het optreden van politie en veiligheidstroepen en het gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Zo weigert Ankara om speciale rechtbanken met militaire rechters af te schaffen die tot taak hebben om overtredingen met betrekking tot de 'veiligheid' van het land te berechten. “Binnenkort blijft alleen de ultieme sanctie open om Turkije uit de Raad van Europa te weren', aldus Alkema.

Met zo'n crisis kan de Raad van Europa alleen succesvol omgaan als het hof bij alle partijen respect afdwingt.

En daar kan het in de toekomst aan gaan schorten, want sommige benoemingen van rechters waren op zijn minst omstreden. Zo wilde de parlementaire vergadering van de Raad van Europa dat er meer jong bloed in het hof kwam en stelde daarom een leeftijdsgrens voor nieuwe rechters. Voor enkele algemeen gerespecteerde eminences grises op het gebied van de mensenrechten was de weg naar het rechterschap zo geblokkeerd. Veel kritiek was er ook op de selectieprocedure van de Assemblee: in enkele dagen tijd werden alle honderdtwintig kandidaten geInterviewd.

Nog problematischer was het politieke karakter van een aantal benoemingen. Elke regering kon een drietal namen voordragen waaruit de Assemblee van de Raad vervolgens een keuze mocht maken na een openbare screening. Dit leidde ertoe dat de Turkse ambassadeur bij de Raad van Europa, die tot voor kort een groot deel van zijn tijd besteedde aan het tegenwerken van bijvoorbeeld missies naar zijn land, nu opeens zelf zitting heeft genomen in het hof.

Daarbij komt nog dat 'Straatsburg' steeds meer concurrentie krijgt van bijvoorbeeld het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in Luxemburg. Tot nu toe was het hof in Straatsburg vrij behoudend in zijn interpretatie van basisrechten. Het Hof in Luxemburg is liberaler en gaat veel verder in zijn bescherming van zwakke groepen als vrouwen, etnische minderheden en transseksuelen. Alkema: “Als het hof in Straatsburg geen poging onderneemt om zich de tijdgeest eigen te maken, zul je zien dat de driehonderdzeventig miljoen inwoners van de Europese Unie zich steeds meer op het Hof in Luxemburg zullen gaan richten en dat het hof in Straatsburg zich van hen vervreemdt.'