Siberische intimidatie

De russische regering van premier Primakov schrikt niet terug voor een beetje chantage en intimidatie. Twee weken voordat het 90 dagen durende moratorium op de staatsschulden afloopt en Rusland in totaal ruim veertig miljard gulden (7 miljard dit jaar en 35 miljard in 1999) moet terugbetalen heeft vice-premier Masljoekov de internationale financiele hulpverleners voor het blok gezet.

Er is gewoon geen geld meer, aldus de tweede man in de regering, en dus kunnen de crediteuren maar beter het hoofd in de schoot leggen. Nog voor het eind van dit jaar zal de regering bovendien vijftien miljard roebel (bijna twee miljard gulden) van de drukpersen laten rollen om de achterstallige lonen uit te betalen, en de buitenlandse schuldenlast 'herstructureren'. Als het IMF vervolgens niet met de beloofde tranche van ruim acht miljard gulden of nieuwe leningen over de brug komt, zal Moskou daarmee ook volgend jaar doorgaan: op de rol staat dan een emissie van 30 tot 35 miljard roebel.

Zie daar de wijze waarop de regering-Primakov de financiele chaos in Rusland het hoofd probeert te bieden, terwijl president Jeltsin van een geneeskrachtige vakantie in een 'kuuroord' nabij Sotsji aan de Zwarte Zee geniet en deze week de tweede man van de ooit gigantische Oneksimbank is gearresteerd.

Haar 'anticrisisprogramma' is nog steeds niet van a tot z gepubliceerd. Maar de lijn is helder. Trefwoorden: roebelemissies 'deprivatisering' van failliete banken, herstel van het alcoholmonopolie prijscontroles en stringentere valutaregels. Het IMF ziet er weinig in vreest voor inflatie en heeft het plan daarom voorzien van vijf A4'tjes-commentaar. De Russische regering op haar beurt wenst niet meer naar het IMF te luisteren, ze wil alleen geld en hulp. Het herstel van de 'vaderlandse industrie', die de afgelopen zeven jaar is weggezakt, is thans prioriteit. Staatssubsidies (in inflatoire roebels) zijn daarbij onontbeerlijk.

DE STEUNdaarvoor in de nucleaire grootmacht Rusland moet niet onderschat worden. De Russen zijn de afgelopen jaren overspoeld met importgoederen. Hun houding jegens deze spullen is ambivalent. De kippenpoten uit Nederland vindt menigeen ook niet te eten, maar er zijn helaas geen alternatieven meer. Wanneer er wel 'vaderlandse producten' op de markt komen, stimuleert dat de broodnodige eigenwaarde. Nu de Duitse auto's onbetaalbaar zijn geworden, kunnen bijvoorbeeld de Zjigoeli-fabrieken in Togliatti eindelijk eens hun producten kwijt. Als de import van drank straks aan de beurt is, knijpt de Kristal-destilleerderij in haar handen. De minister van Landbouw verwoordde dit gemoed vorige week aldus: “We hebben geen import nodig. We hebben in Rusland alles.

Behalve een paar kleinigheden als geld technologie en investeerders.'Superieure Russische ironie of welgemeend optimisme, zo simpel zal het vermoedelijk hoe dan ook niet uitpakken. Anno 1999 kan Rusland zich geen autarkie meer veroorloven. Na jarenlange verwaarlozing van de 'vaderlandse' industrie, is het land voor zijn valuta grotendeels afhankelijk geworden van inkomsten uit olie, gas en andere bodemschatten. Zelfs om die rijkdommen adequaat te exploiteren, heeft Rusland buitenlands kapitaal nodig dat zich nu wegens de financiele crisis en de dalende energieprijzen juist terugtrekt. De verkoop van het olieconcern Rosneft wil daarom maar niet lukken. Binnenkort wordt desalniettemin toch gepoogd 2,5 procent van de aandelen van het gasbedrijf Gazprom te verkopen. De vraag is of het genoeg oplevert.MAAR NOG BELANGRIJKER is de invloed van het politieke klimaat. Afgelopen week heeft het Constitutionele Hof van Rusland bepaald dat president Jeltsin geen nieuwe termijn mag ambieren. Volgens de grondwet kan het staatshoofd maar twee periodes dienen. De verkiezing van Jeltsin in 1991, toen de Sovjet-Unie nog bestond, moet volgens het hof dus worden meegerekend.Hoewel er in Rusland meer mensen rekening houden met een voortijdig (politiek) verscheiden van Jeltsin dan met zijn wederopstanding, heeft het Constitutionele Hof hiermee de verkiezingscampagne voor 2000 definitief voor geopend verklaard. De belangrijkste pretendenten voor het Kremlin - zoals generaal/gouverneur Lebed, burgemeester Loezjkov van Moskou, een van de communistische voorlieden (partijleider Zjoeganov of parlementsvoorzitter Seleznjov) en wellicht parlementarier Javlinski - zullen hun kaarten voorlopig dicht bij hun borst houden en steeds wisselende onderlinge coalities sluiten. Het gevolg daarvan zal zijn dat het beleid nog lang ondergeschikt zal blijven aan de politieke opportuniteit. Rusland mag dan op zijn knieen liggen, de positie van het IMF is in deze omstandigheden niet veel florissanter.