Paars: geld naar kleinere klassen

De Paarse fracties in de Tweede Kamer hebben boos gereageerd op het pleidooi van wethouders in de grote steden om het geld voor de klassenverkleining op alle basisscholen alleen te besteden aan achterstandsscholen. D66, VVD en PvdA willen onder geen beding afwijken van hun plannen om de laagste klassen op de basisscholen te verkleinen. Met deze plannen is jaarlijks een bedrag van 270 miljoen gulden gemoeid dat oploopt tot 1,1 miljard gulden in 2003.

Kamerlid C. Cornielje (VVD) noemt het een “bloody shame dat uitgerekend de grote steden het geld eisen', terwijl achterstandsscholen volgens hem al jaren aantonen dat ze extra geld niet effectief besteden. “Veel scholen negeren goede methodes om taalles te geven en boeken dus geen vooruitgang.' Volgens hem is dit een “actie uit PvdA-hoek'. Hij doelt op PvdA-wethouders uit Amsterdam en Rotterdam en de voorzitter van de Onderwijsraad J. Leune (PvdA), die zegt begrip te hebben voor het standpunt van de wethouders.

Kamerlid U. Lambrechts (D66) is ook “zeer geirriteerd'. “De hele Kamer heeft hiervoor gekozen en nu krijgen we dit.' Volgens haar moeten de klassen op alle basisscholen worden verkleind - scholen in welgestelde wijken hebben soms 35 kleuters in een klas - om de werkdruk van leraren te verlagen.

Er is geen sprake van “een PvdA-complot', zo reageert Kamerlid M. Barth (PvdA) op Cornielje. Zij begrijpt de wanhoop van de wethouders wel, omdat die “worden geconfronteerd met problemen op scholen die uitzichtloos lijken'. Alleen al in Amsterdam zijn 65.000 leerlingen die worden gerekend tot de groep 'achterstandsleerlingen'. Maar Barth blijft voorstander van de klassenverkleining. “We gaan toch niet op een achternamiddag, tijdens de behandeling van de begroting, beslissen dat een miljard gulden naar iets anders moet?'

Leune zegt niet af te wijken van het advies dat de Onderwijsraad een half jaar geleden uitbracht over de verkleining van klassen. “Als de politiek daarvoor kiest, dan moeten leraren individuele aandacht geven aan leerlingen en moeten er voldoende leraren zijn. Anders is klassenverkleining zinloos, omdat het de kwaliteit van het onderwijs dan niet verbeterd.'

Leune: “Nu blijkt dat er een groot tekort aan leraren ontstaat en de Inspectie stelt vast dat veel leraren moeite hebben met het geven van individuele aandacht. De wethouders denken nu: geef ons dan maar dat geld voor achterstandsbestrijding. Daar valt dan wel wat voor te zeggen.'