Omtoveren

Met grote schroom begin ik aan dit onderwerp. Wat volgt zou ik niet opschrijven als het niet woord voor woord waar was. Ik liep door de 42ste straat naar Times Square om daar de bus te nemen. De zon scheen, de verkiezingen waren goed verlopen, Kenneth Starr zou wel flink uit z'n humeur zijn, het was een mooie dag. Een oude Japanner hield me staande. Hij wilde een sigaret. Ik begreep niet hoe hij kon weten dat ik een pakje in mijn zak had, maar sommige raadsels moet je zo laten. Omdat alles zo goed verliep gaf ik hem er twee. Hij zei: 'Thank you father.' Ik gaf mijn nieuwe zoon ook nog vuur en ging verder met het bekijken van de vorderingen. De achterbuurt daar is tegen de grond geslagen, de glorieuze theaterpaleizen van de jaren dertig worden gerestaureerd, dat hele treurige verval in deze buurt is nog juist bijtijds gestuit. Eigenlijk, dacht ik, zou de hele Amsterdamse gemeenteraad hier eens een kijkje moeten nemen.

Ik bereikte de hoek van de straat en de zevende avenue. Daar keek iemand me doordringend en vriendelijk aan, een keurig geklede man van middelbare leeftijd.Hij zei: 'Goedemorgen meneer Montag. Mooi weertje!'

'Goedemorgen! Ja, geen wolkje aan de lucht.' En ik wilde alweer verder lopen, maar toen zag ik dat hij meer op zijn hart had.

Hij glimlachte. 'Hebt u al gehoord dat ter gelegenheid van het nieuwe millenium de Dam in een ouderwetse ijsbaan zal worden omgetoverd?'

Nee, dat had ik nog niet gehoord. 'Vertel verder,' zei ik.

'Ja,' zei hij. 'Er komt een ijsbaan, met bruggetjes en koek- en zopietenten en sneeuw en dat komt allemaal op de wereldtelevisie. Neemt u mij niet kwalijk dat ik u zomaar staande heb gehouden. Ik dacht wel dat u dit zou interesseren. Goedemorgen.' Hij lichtte hoffelijk zijn hoed en verdween in het gewoel.

Opeens was ik terug in de stad van herscheppingen en omtoveringen. Bijna een halve eeuw geleden: Amsterdam was omgetoverd tot Damstad met op de Dam het kasteel van Gijsbreght van Aemstel opgetrokken uit geperst stro en bewaakt door hellebaardiers met kartonnen hellebaarden. Er was nog geen televisie om de wereld in verbazing te brengen en het ludiek doen moest nog worden uitgevonden. Plensbui na plensbui viel neer op Damstad, het kasteel begon groen uit te slaan en aan de kant van Krasnapolsky in elkaar te zakken. Enige tientallen jaren gingen voorbij. De Britse koningin kwam op bezoek en de Dam werd vol aarde gegooid en omgetoverd tot een Engelse tuin. Wolkbreuken waren niet te vermijden, de bloemen werden gestolen, het was nog een heel karwei om de Dam weer aardevrij te maken, maar eerlijk is eerlijk: ik heb twee vorstinnen in een Engelse tuin op de Dam een wandeling zien maken.

Niet op de televisie; live.

Twee keer per jaar komt de kermis op de Dam. Met houten draaimolens, een cakewalk en een spookhuis krijg je geen kind meer aan de pret. Twee maal per jaar, op een vroege ochtend zie ik de zware industrie van het vermaak uitgeladen worden. Het is een imponerend gezicht, die machines van de megapret te zien verrijzen. Als er geen kermis is dan heerst daar in de buurt ook al de megapret, maar er kan nog altijd meer bij. Het gedonder, het gestamp, het getetter begint, en als de fabrieken weer zijn afgebroken is de Dam omgetoverd tot een megavuilnisbelt. Dat wordt weer keurig opgeruimd. Blijvend zijn de dal-achtige deformaties die de machines achterlaten, ieder half jaar een beetje dieper. Het Paleis is gebouwd op 13.465 palen. Zo'n fundering heeft de kermis niet.

Toen werd de Dam opgeknapt, het gebied van de keitjes werd uitgebreid tot de ingang van het Paleis. Dat kostte 1,2 miljoen gulden. Of het door de kermis kwam, of door de permanente evenementarising weten we niet. Maar de stenen gingen loszitten, gaten werden opgevuld met asfalt, er ging een nieuwe kermis overheen en hoe de toestand nu is weet ik niet. Maar gelukkig werd ik op de hoogte gebracht door een vriendelijke landgenoot.

Wat moeten we van deze nieuwe omtoverij zeggen. Dat het weer ludieke flauwekul is. De Nederlandse schilderkunst heeft prachtige ijstaferelen voortgebracht, van Breughel tot Koekkoek. Maar het is absoluut zeker dat op oud en nieuw van het volgende millenium geen levende ziel van de televisie kijkende wereldbevolking aan een van deze schilders zal denken en zich dan zal voornemen, vlug eens naar Amsterdam te gaan om zelf de koek en zopie te proeven.

Geachte bestuurders, doe het niet. Tover niets om. Probeer niets tot iets anders te herscheppen. De stad is mooi genoeg als ze goed wordt onderhouden. Zo'n evenement is erger dan kitsch. Het is goedkope, uit een talentloze duim gezogen uitsloverij.

Ik dank mijn anonieme informant.