OCEANEN HADDEN VROEGER EEN HOGER ZOUTGEHALTE

Zeewater is zout doordat er met het zoete rivierwater relatief zeer geringe hoeveelheden zout worden meegevoerd. Dat zout is, vooral in opgeloste vorm, afkomstig van verweerde gesteenten in het stroomgebied van de afvoerende rivier. Doordat de verwering altijd doorgaat, en doordat er altijd water naar zee blijft stromen, neemt de hoeveelheid zout in zee dus steeds toe. Wanneer zeewater verdampt, blijft het zout vrijwel geheel achter. Het lijkt dus logisch dat het zoutgehalte in de loop van de geologische geschiedenis steeds verder is toegenomen.

Die hypothese, die vrij algemeen wordt aangehangen, staat op losse schroeven nu blijkt dat de oceanen - in de vroege aardgeschiedenis ruwweg 1 tot 2,5 miljard jaar geleden - zo'n anderhalf- tot tweemaal zo zout lijken te zijn geweest als de huidige (Nature, 8 oktober). Het merendeel van de zout-ionen in zee bestaat uit natrium en chloor (die samen keukenzout vormen, NaCl). Het chloor in de vroege oceanen moet grotendeels afkomstig zijn geweest van vulkanische uitbarstingen, waarbij veel zoutzuur (HCl) vrijkwam. Het natrium moet door uitloging van verweerde gesteenten in zee terecht zijn gekomen.

In de loop van de geschiedenis zijn er op tal van momenten en op tal van plaatsen grote hoeveelheden zout in zee neergeslagen, bijvoorbeeld door verdamping van water in ondiepe zeeën (zoals nu nog in onder meer de Dode Zee gebeurt). Veel van die zoutafzettingen zijn later door andere gesteenten bedekt, maar ooit moeten ze deel van het in zee voorkomende zout hebben uitgemaakt. Zouden al die 'begraven' zoutvoorkomens weer in zee oplossen, dan zou het zoutgehalte in zeewater met circa 30 procent toenemen. Daarnaast bevat al het grondwater bij elkaar nog eens zoveel zout dat, als dat ook in zee terecht zou komen, het zoutgehalte zelfs ongeveer zou verdubbelen.

Volgens een geoloog van Arizona State University was het zoutgehalte in het begin van de aardgeschiedenis inderdaad zo hoog. Hij leidt dat onder meer af uit modellen waarin de vorming van continenten is verwerkt. Tussen 3,2 en 2 miljard jaar geleden nam het zoutgehalte in zee geleidelijk af, op het eind zo vlug dat binnen zo'n 100 miljoen jaar de helft van alle bekende zoutlagen werd gevormd. Pas in de laatste 1 miljard jaar, misschien zelfs half miljard jaar, bereikte het zoutgehalte in zee waarden die vergelijkbaar zijn met nu: circa 3,5 procent.

(A.J. van Loon)