Mummies beter op de kermis; Twijfels over het nut van tonen van menselijke resten

“Het neigt toch naar griezelen, spannend amusement, wat de Kunsthal doen wil. En je vraagt je af: kunnen ze dat niet beter aan de kermis overlaten,' vindt Peter Bettenhausen, volkenkundige en hoofdconservator van het Museon in Den Haag, over de volgende week te openen expositie Botje bij botje.

De Kunsthal toont daarin een selectie van de naar schatting honderdduizend menselijke resten die in Nederlandse musea bewaard worden. Uit de collectie van het Westfries Museum in Hoorn worden daar ook de gemummificeerde resten van een gevilde eskimo getoond, in de kajak waarmee de overleden man tweehonderd jaar geleden door Nederlandse walvisvaarders gevonden werd op zee. Namens de Groenlandse autoriteiten heeft de Haagse organisatie voor volkeren in het poolgebied, Arctic Peoples Alert, protest aangetekend tegen de expositie van de Groenlander en verzocht de resten terug te geven aan de Groenlanders, om ze te begraven.

Bettenhausen bereid zelf een expositie over de cultuur van het Inuit-volk op Groenland voor in het Museon. “Daarin zullen geen menselijke resten te zien zijn, nee. Alleen voorwerpen uit de cultuur van de mensen die we vroeger eskimo's noemden.' Bettenhausen vindt eigenlijk dat je met het tonen van menselijke resten zo terughoudend mogelijk moet zijn. Veenlijken, mummies en andere menselijke resten: wat hem betreft worden ze niet meer geexposeerd. Dat dat in de Kunsthal wel weer gebeurd 'is het gevolg van de toenemende roep om meer publieksgerichtere tentoonstellingen. De notie dat we cultuur wat verfijnder moeten brengen verdwijnt daardoor in Nederland. De ellende is dat alle musea door de privatisering meer aan amusement moeten doen.' Nederland zou wat hem betreft voorop moeten lopen in het ethisch omgaan met zaken zoals menselijke resten in musea. In het geval van de eskimo-mummie vindt hij de claim van de Groenlanders, die hem terug willen hebben legitiem. “Daaraan zou gehoor gegeven moeten worden.' Conservator W. Pijbes van de Kunsthal benadrukt dat de tentoonstelling geen 'freakshow' wordt en juist bedoeld is de nadruk te leggen op de cultuurhistorische context en op de wijze waarop in Nederlandse musea menselijke resten bewaard en getoond worden.