Kees Torn is een stijve hark met een lijzige voordracht

Voorstelling : Plek zat, door Kees Torn Regie : Onno Innemee en Robert Spaapen

“Goedenavond meneer, goedenavond mevrouw,' begint Kees Torn te zingen, maar verder lijkt zijn openingslied weinig op het obligate nummertje waarmee het amusement tot in de jaren zestig meestal van wal stak. Het is, om te beginnen, veel beter geschreven en het wordt veel bedeesder ten gehore gebracht. Kees Torn is een slome duikelaar met een verlegen grijns, die een succesvolle cabaret-carriere maakt door hardop wereldvreemde gedachten te denken en liedjes te zingen op een hoog light verse-niveau. Zijn gesproken zinnen lopen vaak uit op gemompel, maar zijn gezongen tekstregels staan geheid in het gelid.

In zijn derde programma, Plek zat, is hij nog steeds de stijve hark die lijzig voordraagt wat hij heeft bedacht. Maar hij heeft gaandeweg de flair opgedaan om met die schutterigheid zijn voordeel te doen. Hij koketteert ermee - soms te veel, vind ik, want zo'n procede kan sleets raken. Voor de pauze hangt hij nadrukkelijk het verstrooide type uit dat zomaar doet wat hem invalt, of dat nu een liedje, een gedichtje of een overpeinzing over muggen is. Pas na de pauze komt er door een grappig telefoongesprek met een afwezige vriendin wat meer structuur in, zodat al die losse invallen meteen veel beter op hun plaats vallen.

Niettemin blijft Kees Torn intussen de auteur van gehaaide puntdichten (over een rokende schaker: “Hij schaakte om zijn zinnen te verzetten / en rookte om zijn zetten te verzinnen') en puntgave liedjes met inventieve rijmklanken en -schema's die hij door zijn aarzelende inzetten niet altijd recht doet. In sommige van die liedjes klinkt ook voorzichtig enig gevoel door, dat mooi in balans blijft met de doordachte woordkeus. “Alles wat je aandacht geeft, wordt vanzelf mooi,' merkt hij ergens op. Dat geldt misschien ook wel voor zijn optreden.