Kabinet: Betuwelijn gaat door

Het kabinet vindt de bezwaren tegen de aanleg van de Betuwelijn niet steekhoudend. Sommige ontwikkelingen, zoals de groei van het goederen- en reizigersvervoer, maken de aanleg van de spoorlijn zelfs urgenter dan ooit.

Dat concludeert het kabinet op basis van een notitie over de Betuweroute van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Minister Netelenbos schreef deze notitie na pleidooien van economen en vervoersdeskundigen om de aanleg van de Betuwelijn te heroverwegen, omdat er onzekerheid zou bestaan over de noodzaak en rentabiliteit van de spoorlijn.

Volgens Netelenbos zijn de risico's van het project beheersbaar. Bovendien zou het niet aanleggen van de Betuwelijn strijdig zijn met het streven meer vervoer van de weg naar het spoor te verplaatsen. De argumenten die het kabinet er in 1995 toe brachten met de aanleg van deze spoorlijn in te stemmen, zijn volgens Netelenbos nog steeds van kracht. Het kabinet zet daarom de in gang gezette procedures voort. “We gaan ermee verder', zei premier Kok na afloop van het wekelijkse kabinetsberaad.

De periode waarin de kosten van de Betuwelijn, geraamd op 9,3 miljard gulden, kunnen worden terugverdiend zou volgens Netelenbos de 25 jaar kunnen overschrijden. Maar de spoorlijn heeft volgens haar een “maatschappelijke rentabiliteit voor ons land' waardoor het project niet alleen op zijn economische merites moet worden beoordeeld.

De vrees dat de door de overheid gewenste private financiers niet participeren, vindt zij “voorbarig', al schrijft zij wel dat de ervaring hiermee “beperkt en niet altijd positief is'. De Betuwelijn moet in 2005 gereed zijn.