IN DE ANDES BEWERKTE MEN METAAL 1000 JAAR EERDER DAN GEDACHT

Onderzoekers van Yale University hebben aangetoond dat metaalbewerking in het Andesgebergte al rond 1400 voor Christus plaatsvond (Science, 6 november). Bladmetaal van koper en goud, aangetroffen in het Peruaanse tempelcomplex Mina Perdida op 25 kilometer ten zuiden van Lima, laten zien dat de bewoners toen al experimenteerden met folies op kleine voorwerpen en wellicht textiel. Ook vergulden kwam voor.

Tot nu toe waren er slechts bewijzen voor metaalbewerking in de Andes voor de culturen van Chavin en Cupisnique, uit de periode 600-200 voor Christus.

De sporen van koper- en goudfolie werden gedateerd door de koolstof-14 methode toe te passen op het materiaal waaraan ze gehecht waren. Het metaal is door de toenmalige edelsmeden niet gesmolten maar met hamers geplet. Wel bestaan er aanwijzingen, afgeleid uit de samenstelling van het metaal, dat verhitting is toegepast om het metaal soepeler te maken en zo scheuren of breuken te voorkomen. De folies hebben afmetingen ter grootte van een postzegel, te klein om uit te maken hoe de oorspronkelijke voorwerpen er uit hebben gezien. Maar de vindplaatsen op de top en op de terrassen van het tempelcomplex duiden er op dat ze figureerden in religieuze en burgerlijke ceremonieen.

De in Mina Perdida aangetroffen sporen van metaalbewerking zijn het vertrekpunt geweest voor een hoogontwikkelde cultuur later. Drie kenmerkende elementen voor die cultuur waren ook 3400 jaar geleden al aanwezig: buitengewone aandacht voor dunne folies, het vergulden van koper en de verbintenis met rituelen en het bovennatuurlijke. Dat alles in een samenleving die nog nauwelijks sociale klassen kende.

(Dirk van Delft)

    • Dirk van Delft