Het inkomen van...de werkster

'Onze Greet' doet het zwart, al jaren. Ze krijgt voor het schoonmaken van het huis vijftien gulden per uur, zo in het handje. Eens in de twee weken komt ze op vrijdagochtend drie uur boenen, wassen, zuigen en schrobben. En koffiedrinken en een beetje bijkletsen natuurlijk. Zo heeft Greet drie huizen die ze schoonhoudt. Daarnaast werkt ze zestien uur per week in een fabriek, waar ze veel minder verdient dan met huishoudelijk werk. “Maar dat is toch meer voor de sociale contacten. Schoonmaken doe je altijd alleen', zegt ze.

Waar het twintig jaar terug nog als sjiek werd gezien om iemand te hebben die eens in de week je huis kwam doen, is de werkster of huishoudelijke hulp, nu een veel vaker voorkomend verschijnsel. Tienduizenden vrouwen, want mannen zijn in deze branche een zeldzaamheid verdienen zo wat bij. Zelfs sommige studentenhuizen hebben nu werksters om de ergste zooi op te ruimen of om ervoor te zorgen dat de keuken in ieder geval eens in de week een sopje ziet.

Hoewel het merendeel van dit huishoudelijke werk zich afspeelt in het grijze en zwarte circuit is er over de omvang van schoonmaakwerk bij particulieren wel het een en ander te melden. Uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen bijvoorbeeld bleek dat er een potentieel van ongeveer 250.000 werksters is. Die werken dus allemaal zwart of grijs, tegen gemiddeld 15 gulden netto per uur.. “Een enorme hoeveelheid mensen', zegt ook Jolande Hendriks van FNV Bondgenoten. En een doorn in het oog van de overheid die miljoenen guldens belasting misloopt. Maar daar werd wat op gevonden.

Op initiatief van voormalig minister Melkert van Sociale Zaken is in 1996 voorzichtig geexperimenteerd met het project 'de witte werkster'. Om vermeende discriminatie te voorkomen (er kwamen klachten van allochtone werksters), is de naam witte werkster inmiddels officieel veranderd in Schoonmaker Voor Particulieren (SVP'er), maar witte werkster is in de volksmond blijven hangen. Afgelopen januari is het project officieel van start gegaan.

Particulieren moeten voor maximaal 17,50 per uur een legale werkster kunnen inhuren, meende Melkert, anders blijven ze zoeken in het goedkopere zwarte circuit. Hij stelde daarom een subsidieregeling in, verklaarde die van toepassing op langdurig werklozen en besteedde de uitvoering ervan uit aan branchevereniging Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB).

Inmiddels hebben 100 schoonmaakbedrijven een beschikking om de SVP'ers in dienst te nemen, zijn er zo'n 400 contracten gesloten tussen particulieren en deze bedrijven en zijn er welgeteld 265 witte werksters via de regeling aan het werk.

De witte werkster moet tussen de 15 en de 32 uur in de week werken. Op basis van het aantal uren berekent OSB het aan de werkgever toe te kennen subsidiebedrag. Bij een 32-urige werkweek bedraagt die subsidie maximaal 19.000 gulden. Daarmee kan de werkgever de premies voor de werksters afdragen, zodat zij gewoon verzekerd zijn tegen ziekte, vakantiedagen hebben en een pensioen opbouwen.

De werkster verdient net zoveel als in het zwarte circuit de particulier betaalt net zoveel als voor een zwarte werkster en de overheid hoeft nu slechts een subiside te betalen in plaats van een hele uitkering en dringt en passant het werkloosheidscijfer terug. Een win-win-win-situatie, zo lijkt het.

Het instroomsalaris voor de SVP'ers is 13,82 gulden bruto per uur. Na een half jaar bereikt de werkster haar normale salaris van 15,70 gulden bruto per uur. In zes jaar tijd kan in drie stappen doorgeklommen worden naar 15,94 gulden per uur. Omgerekend betekent dat een stijging per jaar van vier cent bruto per uur. Overigens worden schoonmakers die voor bedrijven werken exact hetzelfde betaald.

Jolande Hendriks van de FNV: “Dat is inderdaad een erg kleine vooruitgang. Daar zouden we graag wat aan doen. Mensen die thuis schoonmaken hebben andere, grotere verantwoordelijkheden dan mensen die dat bij bedrijven doen. Daar mag je best wat meer voor betalen ook.' En een beetje functiedifferentiatie zou volgens de FNV ook geen kwaad kunnen, om de uitdaging erin te houden.

Dat vindt Noelle Davelaar van branchevereniging OSB ook. “Maar', zegt zij, “we kunnen nu simpelweg niet meer betalen, omdat we aan de vraagkant gebonden zijn.' In de regeling staat namelijk dat aan particulieren maximaal 17,50 per uur berekend mag worden. Ook het subsidiebedrag ligt vast, dus is er aan de werkgeverskant weinig ruimte om meer te betalen dan de kleine 16 gulden per uur. “Anders zouden we er geld op toe moeten leggen, en dat is natuurlijk niet de bedoeling', aldus Davelaar. “Als de overheid de markt nou wat meer zijn werk zou laten doen, dan zul je zien dat particulieren ook best wat meer dan die 17,50 willen betalen voor een goede, betrouwbare werkster.'

Maar 'onze Greet' moet er niets van hebben, dat witte gedoe. Ze werkt nu alleen bij mensen die ze kent, of waar ze via-via aan is gekomen. Greet vindt het belangrijk dat ze niet alleen een zakelijk contact heeft met haar opdrachtgevers. “Als ik wit zou werken, dan zit ik er echt aan vast, met een contract enzo. Nu hebben zowel mijn opdrachtgever als ik maximale vrijheid. Kan ik een keer niet, dan is dat geen probleem en andersom ook niet', zegt ze. “En wat ik van die witte werksters heb gehoord is dat ze hun werk niet goed doen. Dat kan ook niet 32 uur in de week goed schoonmaken is ondoenlijk. Dan kom je niet toe aan af en toe een grote schoonmaak, dan verplaats je alleen maar vuil.'

    • Egbert Kalse