GEZONDE ZWANGERE UITSTELMOEDER KAN BEST THUIS BEVALLEN

Gezonde vrouwen die na hun 35-ste voor het eerst zwanger worden hebben geen verhoogd risico op spoedeisende complicaties. Dat blijkt uit het onderzoek van verloskundige Yvonne Smit, werkzaam in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (International Journal of Gynecology and Obstetrics okt.).

Smit vergeleek het verloop van de zwangerschap en de verloskundige resultaten van zwangeren boven de vijfendertig met die van zwangeren tussen de twintig en dertig jaar oud. Zij wilde weten of aanstaande uitstelmoeders een verhoogd risico op complicaties hebben en allemaal onder leiding van de gynaecoloog in het ziekenhuis moeten bevallen. Zo niet, dan kunnen zij met hulp van een verloskundige net zo goed als jongere zwangeren thuis hun thuis hun kind krijgen.

Gynaecologen verwachten bij aanstaande uitstelmoeders vaker een hoge bloeddruk suikerziekte, een vroeggeboorte of een te kleine baby. Een vroeggeboorte of te klein kind kunnen het gevolg zijn van hoge bloeddruk en suikerziekte. Hoge bloeddruk en suikerziekte komen bij het vorderen van de leeftijd vaker voor. Constateert een verloskundige bij een zwangere vrouw die aandoeningen, dan verwijst zij al bij het eerste bezoek naar de gynaecoloog. Smit weerde zwangeren met deze aandoeningen uit haar onderzoeksgroep. Het ging haar erom of gezonde vrouwen een hoger risico op complicaties en gynaecologische hulp nodig hebben. Smit verkreeg een onderzoeksgroep van 450 vrouwen, 146 gezonde oudere en 306 gezonde jongere zwangeren uit vroedvrouwenpraktijken in en rond Amsterdam.

De gezonde oudere zwangeren liepen geen verhoogde kans om naar de gynaecoloog te worden verwezen dan de jongere vrouwen. Complicaties als hoge bloeddruk, vroeggeboorten en te kleine baby's deden zich bij hen niet vaker voor dan bij de jongere zwangeren. Wel werden de ouderen tijdens de bevalling vaker ingeknipt. Ook hadden uitstelzwangeren een grotere kans op een keizersnede, hoewel dit verschil wegviel als men alleen de vrouwen in ogenschouw nam die een ongecompliceerde zwangerschap hadden doorgemaakt.

Bij de groep oudere zwangeren stierven meer kinderen in de baarmoeder: vier van de 146 tegen een van de 306 in de groep jongere vrouwen. Twee keer gebeurde dit nadat bij een vruchtwaterpunctie de vliezen waren gebroken, de andere twee keer enige tijd nadat de zwangere wegens complicaties naar de gynaecoloog was verwezen, bij vijf respectievelijk zeseneenhalve maand. Aan de vroedvrouw had het dus niet gelegen.

Opmerkelijk was dat niet de leeftijd van de aanstaande moeder maar de verkozen plaats van de bevalling bepaalde hoe groot de kans was dat vrouwen in Smits onderzoeksgroep naar de gynaecoloog werden verwezen. Wie graag in het ziekenhuis wilde bevallen liep een anderhalf keer zo grote kans om wegens complicaties bij de gynaecoloog te belanden als wie van plan was thuis te bevallen.

Door de onderzoeksresultaten van Smit is de verhoogde leeftijd van uitstelzwangeren niet langer een reden automatisch onder controle van een gynaecoloog te komen. Het ziet er naar uit dat verloskundigen en gynaecologen het leeftijdscriterium dan ook schrappen van de officiele lijst van indicaties voor verwijzing. Carriere maken staat een thuisbevalling niet langer in de weg.

(Mariel Croon)