Fides et Ratio

Met de verhouding tussen geloof en rede is het eigenlijk een merkwaardige zaak. Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Zijn het de laatste stuiptrekkingen van een instituut dat niets meer te vertellen heeft of is het een voortgang van de discussie die leidt tot een nieuwe analyse van de opvattingen over geloof en rede?

Van Deursen (Z 31 okt) houdt het op beide maar geeft nog geen zicht op een richting hoe het verder moet. De paus weet dat hij uiteraard moet gokken op het laatste en reageert navenant voorzichtig. De laatste eeuwen hebben hem immers geen vooruitgang gebracht. Dat blijkt alleen al uit het feit dat hij zich beroept op filosofen en theologen uit het grijze verleden. Een tijd waarin er tussen geloof en rede veel meer sprake was van een eenheid in denken. Sindsdien gaat het mis. Vanaf de late middeleeuwen kunnen we spreken van een ambivalente verhouding tussen wetenschap en metafysica. De strijd zet zich in 'Fides et Ratio' voort. Moeten we een metafysische (geloofs)waarheid erkennen?

Kant, Adam Smith en vele anderen daarna hebben geprobeerd ons te laten zien wat de motor en de drijfveren zijn van het menselijk handelen dat leidt tot een vooruitgang van de mens t.o.v. zijn morele zelfbevestiging en zijn eigen verantwoordelijkheid. Deze lijn hebben we doorgetrokken tot vandaag de dag want wat is waarheid, anders dan dat deze empirisch vast te stellen is. Laten we ons bedienen van een dialectiek en een systeem dat zo breed en open mogelijk is (Popper).

Doch al die moderne wetenschappers zullen toch geinspireerd zijn door een geestelijke kracht die hen steunt in het zoeken naar die empirische waarheid en hen vertrouwen geeft in het aanvaarden van het resultaat op dat moment, wel of niet in consensus verkregen. Vertrouwen, inspiratie? Ja, dat hebben we dus wel degelijk nodig.

Wat resteert is de fundering. de paus heeft daarbij zijn eigen opvattingen over deze geestelijke stroom. Zijn metafysische waarheid is een geloofswaarheid die hem op grond van het geloof in God vertrouwen schenkt en liefde geeft om innerlijk sterk te staan om zijn werk te kunnen doen.

De paus ziet dit als een existentiele voorwaarde. Zonder die voorwaarde is er voor hem van geen waarheid sprake.

Maar het is dan ook het standpunt van de paus, van de katholieke kerk. Het is zijn standpunt in een eeuwenoude traditie. Het is zijn standpunt dat hij er zich aan stoort dat seculiere geestelijke stromingen niet voldoen aan zijn criteria van de (metafysische) waarheid. Maar daarmee het katholicisme opzijschuiven is het kind met het badwater wegspoelen. Het is immers het goed recht van de paus zijn standpunt in te nemen en vanuit die positie zal hij ook moeilijk tot een andere conclusie kunnen komen. Wel: kan er wat gedaan worden aan de verhouding tussen theologie en de leerstellingen van Rome om in de toekomst problemen te voorkomen?

Meerdere moderne antwoorden op het probleem van de verhouding geloof/rede lijken echter mogelijk. Dat is de uitdaging van ook deze tijd. Kan de verhouding tussen wetenschap en metafysica nog opnieuw worden ingevuld? Waarschijnlijk is dat de inhoud van de verpakking van de boodschap van de paus. Hij heeft in ieder geval zijn antwoord paraat.