Er mag niet een kip meer bij

De pluimveehouderij mag niet langer groeien, zo kondigde minister Apotheker (Landbouw) gisteren aan. Hoe moet het nu verder met de sector?

Marc in 't Groen klopt beleefd op de deur van de schuur, voordat hij naar binnen gaat. “Dat is om ze niet te laten schrikken', legt zijn oudere broer Geert-Jan uit. “Anders vliegen ze alle kanten op.' Maar ook vijfduizend rustige scharrelkippen zorgen voor veel lawaai. Bij elke stap die Marc zet, stijgt een dikke walm van ammoniak op.

Toch is het familiebedrijf van de broers In 't Groen in het Brabantse Kaatsheuvel niet groot: negeneneenhalfduizend legkippen, verdeeld over twee schuren. Dat is niet genoeg om van te leven, vertelt Marc. Geert-Jan heeft een fulltime baan als kraanmachinist. Marc neemt 's ochtends melkmonsters bij een lokale veehouder.

Dit jaar heeft het pluimveebedrijfje zelfs helemaal niets opgeleverd. “Het was vrij slecht dit jaar met de prijzen' verzucht Geert-Jan. “Dat komt door alle concurrentie.' De pluimveesector groeit explosief en dat is ook in de directe omgeving merkbaar, vertellen de broers. In De Moer is een nieuw bedrijf gekomen met vijftigduizend mestkuikens. “En in Oosteind is boer Stoop begonnen met een fokbedrijf van 150.000 kippen', vertelt Marc.

Nederland telt 98,7 miljoen kippen, kuikens en kalkoenen. Dat aantal is de laatste vier jaar met zo'n tien miljoen toegenomen. Vooral het afgelopen jaar, toen veel varkenshouders overstapten op kippen, nam de groei extra toe. Minister Apotheker legt daarom de pluimveesector aan banden, met onmiddellijke ingang. Er mag geen kip meer bij in Nederland. Via een wettelijke regeling krijgen boeren het recht op het houden van een beperkte hoeveelheid pluimvee. De rechten zijn vrij verhandelbaar. De regeringspartijen, het CDA en GroenLinks hebben positief gereageerd. Ze vinden het verstandig omdat de sector zelf om een groeistop had gevraagd en omdat het een gedwongen inkrimping, zoals in de varkenssector, kan voorkomen.

Ook de betrokken boeren reageren opgelucht. De enorme toename van het aantal kippen was de sector zelf ook boven het hoofd gegroeid.

In het rapport 'Iedereen kiplekker' pleitte de Nederlandse Organisatie voor Pluimveehouders (NOP) dit voorjaar voor een tijdelijk groeistop, om orde op zaken te kunnen stellen. Maar daar was wel de hulp van de overheid bij nodig.

Die helpende hand bood Apotheker gisteren. De minister wil dat de pluimveesector zich bezint op een aanpak van drie urgente problemen: hoe dringen we het mestoverschot terug, wat doen we aan het welzijn van de dieren en hoe voorkomen we besmetting met bijvoorbeeld salmonella?

In 'Iedereen kiplekker' garandeerde de NOP het mestoverschot op te lossen, onder meer door technische innovatie. Voorzitter J. Wijnen van de vakgroep Pluimveehouderij van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond (NCB) zegt dat “het zuiden' druk doende is het mestprobleem aan te pakken. “Wij zijn hard bezig met een energiecentrale die brandt op pluimveemest. Die centrale kan een enorme hoeveelheid mest verwerken, die dan niet op het land terechtkomt', vertelt Wijnen, eigenaar van 150.000 kippen. “Binnen tien jaar zitten we in Nederland met het mestoverschot van het pluimvee op het niveau nul.'

Tien jaar, die had Apotheker gisteren niet in gedachten toen hij “een time-out' wenste in te lassen. Op 1 januari 2000 moeten de problemen zijn opgelost. Zo niet, dan gaat het kabinet over tot uitvoering van afspraken uit het regeerakkoord: dan volgt een gedwongen inkrimping, net als in de varkenshouderij. Juist dat korte tijdsbestek baart de pluimveehouders zorgen. NOP-voorzitter Boonen zegt niet te weten of de technische innovatie wel zo snel gaat.

“Voor hetzelfde geld vallen de resultaten van de mestverbranding tegen, wat moeten we dan?'

Apotheker denkt met de time-out een gedwongen inkrimping, zoals bij de varkenshouderij noodzakelijk was, te voorkomen. “Reductie hoeft geen uitgangspunt te zijn, maar ik sluit het ook niet uit', aldus de minister. Apotheker zegt niet dezelfde fouten als voormalig minister van Landbouw Braks te willen maken. Braks kondigde in 1984 een verbod op de groei van de varkensstapel aan en in de vijftien jaar daarna verdubbelde het aantal varkens. Apotheker: “Door een beperkt aantal rechten aan de pluimveehouders toe te kennen houden we dat nu prima in de hand.'

De Stichting Natuur en Milieu heeft verbaasd maar verheugd op de maatregelen gereageerd. “Dat Apotheker nu al ingrijpt, is veel beter dan wachten', zegt een woordvoerder. Zijn organisatie pleitte eerder samen met de Dierenbescherming, voor inkrimping van de pluimveesector met dertig procent. In hun nota 'Samen hokken, samen scharrelen' stelden zij een inkrimping voor zoals bij de varkens is gebeurd. “Ik hoop dat Apotheker de pluimveesector net zo voortvarend saneert als Van Aartsen bij de varkenssector heeft gedaan.'

De natuurorganisaties zeggen vooral het milieu en het welzijn van het pluimvee hoog in het vaandel te hebben staan. Net als Apotheker, die bezorgd is over de slechte huisvesting. Hij is blij dat in Europees verband wordt onderzocht of de krappe legbatterijen kunnen worden verboden. Nederland gaat hierin zelfs nog iets verder: komt er geen Europees verbod, dan stelt Nederland na 2002 alsnog een verbod in.

De etholoog prof.dr. P.R. Wiepkema, die jarenlang het gedrag van dieren heeft bestudeerd, onderschrijft die mening.

Twee maanden geleden zei hij in deze krant dat niet alleen een inkrimping van de pluimveestapel nodig is, maar dat de dieren ook ingrijpend anders moeten worden gehuisvest. “Het laten lijden van dieren moet een grens kennen' vertelde Wiepkema. “Als kippen een ei hebben gelegd, kakelen ze. Dan hebben ze het naar hun zin. Maar als je ze iets onthoudt waar ze naar uitzien, gaan kippen 'gakelen'. Dat klinkt zeurderig en het is een uiting van hun teleurstelling. Volgens de Duitse onderzoeker Folsch wordt er veel 'gegakeld' in legbatterijen.'

De scharrelkippen van de broers In 't Groen in Kaatsheuvel zijn er beter aan toe. Maar scharrelkippen zijn arbeidsintensief, vertelt Geert-Jan: “Elke dag zijn we drie uur bezig met dit bedrijf. Alle eieren rapen we met de hand. Een grote boer met honderdduizend kippen in legbatterijen is in anderhalf uur klaar.'

De beide broers weten nog niet of ze nog doorgaan met het bedrijf. “Op den duur is een bedrijf van deze omvang niet haalbaar', zegt Geert-Jan. Er zijn twee opties, vertelt Marc stellig. “Of we breiden uit, of we verkopen de hele handel.'