EEN SYMPATHIEKE GEDACHTE; Integratie in het basisonderwijs werkt soms contra-productief

Bij het Weer Samen Naar School-project zitten moeilijk lerende en reguliere leer- lingen in dezelfde klas. Het integratie-idee is goed maar 'er is onvoldoende gereedschap om het goed uit te voeren.'

'TUSSEN NANCY en Utrecht heeft hij onafgebroken geneuried, gezongen gefloten, met zijn vingers getrommeld en anderszins lawaai gemaakt. Zo'n vakantie nooit weer, dacht ik. Ik roste hem bijna de auto door. Knettergek werd ik ervan. Totdat je je realiseert dat hij er niets aan kan doen.'

Irma de Haas uit Diemen spreekt liefdevol, maar ook nuchter over haar zoon Thijmen (10). Thijmen is een van de zogeheten ADHD-kinderen vroeger bekend als MBD-kinderen, met een minimal brain damage. Hij is hyperactief, zijn fijne motoriek is gestoord, de oog-hand-coordinatie is zwak ontwikkeld en hij geeft een eigen invulling aan de taal: moeilijk uit te spreken woorden vervangt hij eenvoudigweg door gemakkelijke. Ondanks alle handicaps draait hij 'als een tierelier', maar dat komt vooral omdat hij tegenwoordig het speciaal onderwijs bezoekt. Het was lang geen sinecure hem daar te krijgen, verzucht zijn moeder, want 'zo lang mogelijk op de basisschool' is tegenwoordig beleid.

Het is zowel uit onderwijskundig als maatschappelijk oogpunt een verheven gedachte om leerlingen met een psychische achterstand of handicap bij reguliere leerlingen in de klas te zetten. Die gedachte is neergelegd in het Weer Samen Naar School-project (WSNS), dat stamt uit 1991, en is nu vastgelegd in de nieuwe Wet op het Primair Onderwijs (WPO), die op 1 augustus van dit jaar in werking is getreden. De WPO is in de plaats getreden van de oude Wet op het basisonderwijs en de Interimwet speciaal onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs. LOM-scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden en MLK-scholen voor moeilijk lerende kinderen zijn, samen met de eraan verbonden speciale kleuterklasjes, omgevormd tot zogeheten speciale scholen voor basisonderwijs.

Zij hebben zich aan moeten sluiten bij een van de 250 samenwerkingsclusters die in Nederland zijn ontstaan en waarin LOM, MLK en gewoon basisonderwijs samenwerken. Elke cluster heeft een zak met geld en moet zelf maar zien hoeveel daarvan wordt besteed aan 'gewoon' en hoeveel aan speciaal onderwijs. De bijdrage van Zoetermeer gaat ervan uit dat twee procent van de leerlingen van elke cluster het speciaal onderwijs bezoekt, maar dat percentage varieert per cluster.

speciale school

Uitgangspunt is dat binnen elk samenwerkingscluster nauw wordt samengewerkt en dat leerlingen zo lang het kan op de gewone basisschool blijven en pas wanneer het echt nodig is naar een speciale school voor basisonderwijs gaan. Maar niet alleen de integratiegedachte, ook een financiele overweging lag ten grondslag aan het WSNS-project. Met het (dure) speciaal onderwijs was het net als met de WAO: mensen - in dit geval leerlingen - kwamen er soms wel erg gemakkelijk in terecht, mede onder invloed van de snellere signalering van problemen.

'Het speciaal onderwijs moest goedkoper worden en daaraan is een filosofie gekoppeld', zegt Menno Messelink. Hij is als kinderpsycholoog werkzaam bij de gemeente Haarlem en verricht psychologisch onderzoek voor het WSNS-project. Daarnaast werkt hij bij de Onderwijs Begeleidingsdienst Zuid-Kennemerland. Per jaar neemt hij bij 35 kinderen een psychologisch onderzoek af. Tachtig procent wordt daadwerkelijk verwezen naar het speciaal onderwijs. Niks samen in de klas. Er is Messelink weinig bekend van de integrerende werking die uit zou gaan van gemengde scholen voor speciaal en 'gewoon' basisonderwijs. 'Tot en met groep vijf levert het minder problemen op, maar daarna komen de 'zaakvakken' aan de orde, zoals biologie, aardrijkskunde en geschiedenis.

Het komt dan vooral aan op 'begrijpend lezen'. Dat is voor zwak begaafde MLK-kinderen een stuk moeilijker. Mijn ervaring is dat deze kinderen op een gewone school de beschermende omgeving en de succeservaringen missen, die de 'gewone' leerlingen wel hebben. Faalangst kan het gevolg zijn.'

Kinderen vinden het volgens Messelink bovendien niet prettig door hun klasgenoten als uitzonderingsgeval te worden beschouwd. De nieuwe wet laat de samenwerkingsclusters vrij in het al dan niet samenvoegen van het MLK en de LOM-scholen, maar zo'n samenvoeging wordt door de nieuwe wet wel gestimuleerd, aldus een woordvoerder van het ministerie. Messelink vreest een negatieve beeldvorming. 'Doordat LOM-schoolleerlingen - met een functiestoornis, maar een normale intelligentie - in dezelfde klas zitten als moeilijk lerende kinderen, krijgen ouders van LOM-schoolleerlingen net als vroeger weer het idee: 'mijn kind gaat naar een debielenschool'. Dat moeten we niet hebben.'

haken en ogen

Hoe mooi de gedachte van de integratie van 'gewoon' en speciaal basisonderwijs door de meeste betrokkenen ook wordt gevonden, er zitten heel wat haken en ogen aan. Zo is een extra zorgteam nodig dat de mindere goden in de klas opvangt en begeleidt: een systeem van klasse-assistenten, remedial teachers en zogeheten interne begeleiders is in het leven geroepen om de juf of meester te assisteren bij de opvang van potentiele LOM- of MLK-kinderen.

'De WSNS-gedachte is hartstikke goed, maar er is volstrekt onvoldoende gereedschap om het goed uit te voeren', zegt Willemien Nijenhuis, interne begeleider van de neutraal bijzondere Nutsschool Floralaan West in Eindhoven. De school heeft vijfhonderd leerlingen verdeeld over twintig groepen.

Nijenhuis zoekt samen met de groepsleerkracht naar oplossingen voor leerlingen met leer- en gedragsproblemen, houdt zich bezig met het leerlingvolgsysteem en kijkt wat dieper naar 'lees- en rekenproblemen'. Gemiddeld zijn er op de school twee tot drie leerlingen per groep die intensieve begeleiding in of buiten de groep nodig hebben om vooral op een verantwoorde manier in het regulier basisonderwijs te blijven. Veertienduizend gulden per jaar heeft de school tot haar beschikking voor de interne begeleiding, maar het belang van het project vindt de school zo groot, dat er voor is gekozen een hele formatieplaats van 38 uur vrij te maken voor interne begeleiding en het zorgteam. Genoeg is dat nog lang niet. Nijenhuis noemt de interne begeleiding, hoe belangrijk ook, daarom toch een druppel op een gloeiende plaat.

'Als er binnen scholen niet meer aan teamvorming wordt gedaan, zie ik het somber in', zegt prof.dr. Wim Meijnen van het SCO Kohnstamm-instituut van de Universiteit van Amsterdam. Al is hij een groot voorstander van het WSNS-beleid, hij vindt dat er in de praktijk nog heel wat moet gebeuren om van een succes te kunnen spreken. Uit een tussentijdse evaluatie van het project bleek hem dat op veel scholen de aanpak en begeleiding van probleemkinderen worden gezien als een probleem van de klas en niet van de school. 'Anderhalve formatieplaats voor ondersteuning en assistentie van de leerkrachten acht ik toch noodzakelijk voor een gemiddelde basisschool met acht groepen van elk 25 tot 30 leerlingen.' In navolging van een land als Canada zou het volgens Meijnen het mooiste zijn wanneer extra personeel in de klas wordt ingezet bij vakken die problemen opleveren, zodat leerlingen met leerproblemen niet uit de groep hoeven worden gehaald, wat tot nu toe veelal gebeurt.

testrapporten

Basisscholen verwijzen steeds minder naar het speciaal onderwijs. Dat is de trend en dat was ook precies de bedoeling. De laatste cijfers van oktober 1997 wijzen uit dat de deelname jaarlijks met 0,1 procent daalt en momenteel 3,5 procent bedraagt. Thijmen de Haas zit daar bij, 'omdat ik haar op mijn tanden heb en het niet accepteer te worden afgescheept', zegt zijn moeder. 'Zo lang mogelijk op de basisschool' - dat uitgangspunt is prima, vindt ook Irma de Haas, maar 'zo lang mogelijk' is een rekbaar begrip, heeft ze ervaren. Testrapporten van de Schoolbegeleidingsdienst wezen uit dat voor Thijmen regulier basisonderwijs plus remedial teaching 'in eerste instantie voldoende' was. Irma de Haas vond dat helemaal niet en eiste, 'met het testrapport in de hand, waar je altijd om moet vragen anders krijg je het niet', een second opinion. Resultaat? De conclusie van het testrapport werd onderuit gehaald. Niet langer wachten, direct naar het speciaal onderwijs, zo luidde het advies. De Haas: 'Je wordt lang aan het lijntje gehouden en voordat je het weet is het te laat. Als we veel langer met Thijmen hadden gewacht, had het niet meer gehoeven. Er is een wachtlijst van twee jaar en dan gaat hij toch naar het voortgezet onderwijs.'

Thijmen is tegenwoordig prima te spreken. In de klas is hij geen uitzondering meer en bij zijn vriendjes in de buurt voert hij een toneelstukje op. De Haas: 'Thijmen zegt op straat altijd dat hij in groep zeven zit en dat kan hij rustig volhouden, zolang ze niet over lezen beginnen.'