Een streber en beslist geen diplomaat

Hockeyer Jacques Brinkman (32) speelt morgen in Lahore zijn 286ste interland en evenaart daarmee het record van Cees-Jan Diepeveen. (Oud)-collega's over “de Jan Wouters van het hockey'.

Heel even verkeerde Jacques Brinkman in de veronderstelling geschiedenis te kunnen schrijven in Lahore. De oefeninterland tegen de Verenigde Arabische Emiraten, drie dagen voor het begin van het toernooi om de Champions Trophy, betekende zijn 281ste wedstrijd voor de nationale hockeyploeg. Met zes duels in Pakistan in het vooruitzicht gloorde voor de 32-jarige middenvelder een verbetering van het interlandrecord (286) van de in 1992 gestopte Cees-Jan Diepeveen.

Zover komt het niet althans niet in Lahore. Het duel in Dubai tegen de Emiraten bleek geen officiele interland. Reden waarom Brinkman zich morgen tegen Pakistan in de finale van het zeslandentoernooi tevreden moet stellen met een evenaring. “Maar dat is mooi zat', liet de speler-coach van Amsterdam weten. “Dan zetten we binnenkort in Nederland de bloemetjes wel buiten.'

Treuren doet ook Diepeveen niet nu zijn record wordt geevenaard. “Vroeg of laat moest het een keer gebeuren. Jacques heeft het al bijna twee jaar over dat record. Het is hem kennelijk veel waard. Ik gun het hem van harte. Als ik dat record zo belangrijk had gevonden, had ik de driehonderd ook wel volgemaakt.'

Floris-Jan Bovelander maakte Brinkman negen jaar mee bij het Nederlands elftal. Regelmatig verbaasde hij zich over diens verbale uitspattingen. “Zo nu en dan zei ik: 'Jack is dat nou nodig? Hou je toch een beetje in.' Niet dat dat hielp, want als hij wat op z'n lever had, dan moest het eruit. Hij was en is niet wat je noemt een diplomaat.'

Daar kan bondscoach Roelant Oltmans over meepraten. “Als Jacques het ook maar even niet met je eens is, krijg je dat te horen. Eerst recht in je gezicht en vervolgens via andere kanalen.' Hoewel Oltmans “de akkefietjes' niet altijd kon waarderen, had de directe aanpak ook voordelen.

“Je wist waar je aan toe was, al kan Jacques weleens overdrijven.'

Opschudding veroorzaakte Brinkman toen hij in de aanloop naar het WK in Utrecht het vrouwenhockey op de hak nam. “Geen sport maar spel', zei hij in deze krant. Aanvoerster Carole Thate ergerde zich aan de provocatie. “Jack zegt mensen te willen prikkelen. Prima, maar dan niet op zo'n manier. Zeker niet als international.'

Daags na de uitspraken meldde Brinkman zich in de kleedkamer van de vrouwenploeg. Thate: “Om te zeggen dat hij het allemaal niet zo bedoeld had. Wij hebben het aangehoord. Na afloop hadden we allemaal zoiets van: leuk en aardig, het is alleen wel gezegd en wij staan daar ver boven.'

Ook bondscoach Tom van 't Hek was not amused, al kwamen de kritische noten van zijn voormalige Kampong-ploeggenoot niet als een verrassing. “Jacques is enorm gedreven. Dat is zijn sterkste, maar tegelijkertijd zwakste punt. Hij is zo ontzettend gefocust op zijn eigen doen en laten dat hij wel eens vergeet dat anderen een andere beleving hebben. Met het vorderen der jaren zou je verwachten dat hij relativeringsvermogen aan de dag legt. Maar dat is niet gebeurd, want hij blinkt nog steeds niet uit in handige uitspraken.'

Van 't Hek speelde zes jaar samen met Brinkman, eerst bij Kampong en later ook bij het Nederlands elftal. “Op z'n achttiende was het al een gedreven baasje die, en dat was heel bijzonder, meteen een plaats op het middenveld afdwong. Hij ging voor niemand opzij.' Ook niet voor Van 't Hek. “Op de training vlogen de vonken er vanaf.'

Bij Kampong was Brinkman drie jaar aanvoerder. Die eer werd hem bij het Nederlands elftal nooit gegund. Na de Olympische Spelen in Atlanta wees Oltmans niet Brinkman, zijn op een na oudste speler, maar HGC'er Stephan Veen aan als opvolger van Marc Delissen.

Twee jaar later wenst Oltmans in Lahore niet meer herinnerd te worden aan “dat gepasseerde station'.

Ook Veen houdt zich op de vlakte. “Er zijn conflicten geweest, maar dat is verleden tijd.' Gevraagd naar de verschillen wijst Veen op de uiteenlopende karakters. “Tegenpolen is een groot woord, maar feit is dat Jacques in al zijn emoties het conflict eerder opzoekt dan ik. Hij stapt snel naar de pers, ik los de zaakjes liever intern op.'

Het was niet de eerste keer dat Brinkman een stap opzij moest doen ten faveure van Veen. In de aanloop naar Atlanta besloot Oltmans het succesvolle HGC-model van assistent en HGC-coach Maurits Hendriks te kopieren: Veen, tot dat moment rechterspits, schoof een linie naar achteren, met als gevolg dat Brinkman, tot dat moment rechtermiddenvelder, op de rechtsachterpositie belandde.

Brinkman was furieus en overwoog te stoppen. Na lang beraad zag hij daar vanaf. Bovelander noemt die beslissing cruciaal. “Het is een van de redenen waarom wij goud wonnen. Jacques zette zijn persoonlijke frustraties opzij voor het teambelang. Dat uitgerekend hij dat deed, maakte indruk op de rest.'

Zelf profiteerde Bovelander jarenlang van de inspanningen van Brinkman, sinds 1988 de aangever van de strafcorner. “Ik mocht die bal erin hakken en kreeg vaak alle lof. Maar wat Jacques deed was nog belangrijker, omdat het succes van de corner begint bij de aangever. Hij bepaalt het ritme.'

Na de olympische titel beeindigden Bovelander, Delissen en Van den Honert hun internationale carriere. Generatiegenoot Brinkman bleef. Bondscoach Oltmans was niet verrast over het besluit van “de Jan Wouters van het hockey'. “Jacques' eerzucht is enorm.

Hij had alles gewonnen, behalve de Champions Trophy. Niet dat dat de doorslag gaf, maar toch. Die wilde hij ook nog even bijzetten in z'n prijzenkast. Vier maanden later was het zover.'

Brinkmans enthousiasme is grenzeloos. Befaamd zijn de lange rushes van de middenvelder na een doelpunt. Bij Amsterdam gaat de grap “de poorten van het Wagener-stadion wijd open te zetten' zodra hij scoort. Delissen herinnert zich het eerste interlanddoelpunt van zijn voormalige ploeggenoot, tien jaar geleden tegen Japan. “Het stond al 5-0 toen hij de zesde maakte. Wij liepen al terug naar de middencirkel, maar tot onze verbazing liep Jacques 25 keer de wereld rond, van hoekvlag naar hoekvlag.'

Vorige week, in het openingsduel tegen Spanje (3-2) volgde weer een karakteristieke vreugde-uitbarsting nadat Brinkman het tweede doelpunt had gemaakt. Delissen zag de bewuste beelden op tv. “Hij was weer eens zo blij als een kind. Sommigen moeten daar om lachen, ik geniet daarvan.'

    • Mark Hoogstad