Een arrogante egomaan; Oskar Lafontaine, Duitslands nieuwe minister van Financien

Oskar Lafontaine, de nieuwe Duitse minister van Financien, schreef vorig jaar samen met zijn vrouw een boek over globalisering dat alom werd weggehoond - 'vulgair-keynesiaanse macro-hydraulica'. Inmiddels moet het zeer serieus genomen worden, want het bevat zijn programma voor de komende jaren. Portret van een buiten zijn partij niet zo geliefd politicus waarbij de rol van zijn vrouw niet vergeten moet worden.

“Gerd', vroeg minister van Economische Zaken Werner Muller kanselier Schroder afgelopen week ironisch tijdens de kabinetszitting, “hoe denkt Doris eigenlijk over de Bundesbank?'.

Doris Kopf, die journaliste was voordat ze met Gerhard Schroder trouwde, denkt er natuurlijk het hare van, maar als echtgenote van de bondskanselier zegt ze dat niet openlijk. Net als haar voorgangster Hannelore Kohl wil ze zich enkel 'sociaal' engageren.

De ambitieuze vrouw van Oskar Lafontaine, de nieuwe minister van Financien, denkt daar heel anders over. Christa Muller 'Oskars Hillary', meldt Die Zeit mengt zich openlijk in het debat. De linkse econome heeft uitgesproken opvattingen, die ze graag te berde brengt. Tot ontzetting van menig bankier en politicus in Bonn en in diverse Europese hoofdsteden.

Lafontaine was vorige week nog niet tot minister beedigd of Muller gaf in een interview op de televisie een verkapte regeringsverklaring af. De machtige Bundesbank was gewaarschuwd. De centrale bank moet hoog nodig gecontroleerd worden, vond de echtgenote van de minister.

Enkele dagen later voerde Muller opnieuw het hoogste woord in een zondagochtendshow op de televisie, waarin ze samen met haar man optrad. Onomwonden riep Muller de Bundesbank en de Europese Centrale Bank op de rente te verlagen, ze waarschuwde voor een wereldeconomische crisis en zelfs toen het delicate thema 'de SPD-top' aan de orde kwam, babbelde ze erop los alsof ze de officiele woordvoerder van de minister was. “Ik zeg dat nu maar even in zijn naam: Mijn man moet als partijvoorzitter compromissen sluiten. En ik denk dat mijnheer Schroder compromissen moet sluiten.'

Oskar Lafontaine zat genoeglijk aan haar zijde, lachte en knikte instemmend.

'Wie is deze vrouw? Nu praat ze al mee op de televisie over de financiele en de economische politiek!', schreef Bild deze week verontrust. Een dag eerder kopte het blad 'Lafontaine regeert zijn vrouw mee?'

Haar politieke invloed wordt steeds groter, haar vertrouwelingen hebben sleutelposities op het ministerie van Financien en ze valt openlijk de Bundesbank aan, noteert het blad. En de Berliner Morgenpost merkte op 'Schroders Schattenmann hat eine Schattenfrau'.

Het echtpaar Lafontaine heeft er nooit een geheim van gemaakt dat ze ook een politiek team zijn. De 42-jarige blonde Muller de nummer drie van Lafontaine is niet alleen een opvallend doortastende vrouw. De dochter van een hotelier uit Frankfurt, was ook jarenlang in de partijcentrale van de SPD actief waar ze haar man jaren geleden leerde kennen. Momenteel werkt ze bij de Friedrich Ebertstichting in Bonn, een onderzoeksinstituut dat aan de sociaal-democratische partij gelieerd is.

Toen Oskar Lafontaine zich in 1990 kandidaat stelde voor het kanselierschap, werkte Muller mee aan zijn regeringsprogramma. Ook schreef ze delen van het nieuwe partijprogramma van de SPD en vorig jaar trok het echtpaar de aandacht met de publicatie van het boek 'Keine Angst vor der Globalisierung'.

Het boek is een schotschrift, een klaagzang over de 'dwaalwegen van het neoliberalisme' en draagt de sterke handtekening van Muller die van de economische wetenschap niet van de economie meer begrijpt dan haar man, de natuurkundige.

Bekleedde Oskar Lafontaine als minister van Financien niet een van de belangrijkste politieke functies in Europa, dan zou het boek het beste in de kast kunnen verdwijnen op de plank 'relikwieen uit de jaren zeventig'.

Het boek is een grote tirade tegen de vrije concurrentie in de economie. Ideeen voor modernisering van Duitsland worden nauwelijks aangedragen.Het tweetal heeft eerder een 'oorlogsverklaring' geschreven aan de vernieuwers in de SPD zoals Gerhard Schroder, diens adviseur en chef van de bondskanselarij Bodo Hombach en Wolfgang Clement, minister-president van Noordrijn-Westfalen.

Het begrip modern mag volgens het tweetal nooit in verbinding worden gebracht met bezuinigingen op sociale voorzieningen en beknotting van rechten van de werknemers. En met “zogenaamde hervormingen' van de vorige regering-Kohl zoals vermindering van de ziekte-uitkering, afschaffing van de gemeentelijke bedrijfsbelastingen, versoepeling van de winkeltijden en privatisering van de Telekom wil het tweetal niets te maken hebben. “Uitingen van verwerpelijk marktradicalisme', luidt het oordeel.

Hun antwoord? De rente moet omlaag, de lonen flink omhoog zodat de binnenlandse consumptie wordt aangejaagd; en de overheid moet fors investeren, desnoods hogere tekorten riskeren, om meer groei te genereren. En aan de internationale wedloop om lagere kosten en 'ecologische en sociale dumping' moet een eind worden gemaakt. “Internationale afspraken' kunnen met de globalisering korte metten maken, menen Muller en Lafontaine. Duitsland heeft niet minder, maar meer staat nodig en vooral een sterke interventionistische staat.

Het lijkt alsof het faillissement van het socialisme en de chronische crisis van de verzorgingsstaat aan het schrijversduo voorbij zijn gegaan. Ook de ontsporingen uit de jaren zeventig toen excessieve loonstijgingen tot uitstoot van banen leidden en hoge overheidstekorten tot forse inflatie, hebben op Muller en Lafontaine geen indruk gemaakt.

Loonmatiging, laat staan enkele jaren van nulrondes, zijn uit den boze.

“Vulgair-keynesiaanse macro-hydraulica', oordeelde de Neue Zurcher Zeitung.

Nee, angst voor de globalisering hebben Muller en Lafontaine niet. Ze willen de globalisering echter bestrijden, want de concurrentieslag binnen de triade VS, Japan en de Europese Unie is het “resultaat van de verkeerde economische politiek'.

Nu de SPD aan de macht is kan deze veranderd worden. Daarom kan het boek van het echtpaar niet in de kast verdwijnen want nu Lafontaine minister van Financien is geworden blijkt het werk een blauwdruk voor zijn beleid. “De kern van het boek wil hij uitvoeren' weten insiders in de SPD.

Oskar Lafontaine heeft zich vast voorgenomen de wereld te verbeteren en daarbij speelt ordening een centrale rol. Het 'casinokapitalisme' moet worden geordend, de sociale stelsels in Europa moeten worden geordend, de rentepolitiek de belastingen. In zijn ordeningsdrang kent Lafontaine geen enkel taboe.

Direct na de verkiezingsoverwinning op 27 september, begon de SPD-voorzitter met “imperiale ambitie' een superministerie van Financien te bouwen. Hij trok de helft van Economische Zaken aan zich, waardoor het ministerie dermate werd uitgekleed dat de ondernemer Jost Stollmann, de door Schroder beoogde minister die het vertrouwen van het bedrijfsleven had, geirriteerd het veld ruimde.

Spijtig, beweerde Lafontaine, maar wat is beter dan dat de minister van Financien ook de economische touwtjes in handen heeft, want in de economie hangt uiteindelijk ook alles met elkaar samen. Dat het nieuwe ministerie van Financien in Berlijn ten tijde van de DDR Haus der Ministerien heette, is een toevalstreffer.

Alles of niets, naar dit devies handelt de Saarlander Lafontaine al sinds zijn jeugd, blijkt uit de biografie die de journalisten Werner Filmer en Heribert Schwan over de politicus schreven. Toen de kleine Oskar op driejarige leeftijd met zijn moeder op weg naar de dokter langs het huis van de burgemeester in Dillingen kwam, vroeg hij waarom al die mensen daar naar binnen gingen. 'Zij werken daar', was het antwoord. Wie zegt ze dan wat ze moeten doen?, vroeg hij door. 'De burgemeester', zei z'n moeder en Lafontaine werd op 34-jarige leeftijd burgemeester van Saarbrucken.

Oskar Lafontaine is dol op de macht en schuwt niet deze op gezette tijden ook te misbruiken. Toen hij in het armlastige Saarland als minister-president achtervolgd werd door kleine en grote schandalen, verscherpte hij de perswetten (Lex Oskar) om zich te wreken op die 'Schweine-Journalisten', die over zijn contacten in de onderwereld en het 'Rotlichtmilieu' hadden beschreven.

In de eigen partij was de SPD-voorzitter ook niet altijd zo geliefd als de laatste jaren. “Een arrogante egomaan', noemde voormalig SPD-voorzitter Hans-Jochen Vogel zijn partijgenoot, naar aanleiding van Lafontaines verkiezingscampagne in 1990. De kandidaat was “bijzonder op zichzelf gericht', “hooghartig', “wilde altijd gelijk hebben' en had de afspraken met de partij aan de laars gelapt, weet het weekblad Die Woche.

Toen Lafontaine in 1995 op het roemruchte partijcongres een coup pleegde, Rudolf Scharping als voorzitter liet struikelen en zelf SPD-leider werd, maakte oud-kanselier Helmut Schmidt, die op weg was naar het congres, in de auto meteen rechtsomkeert. Schmidt herinnerde zich al te goed het voorval, dat toen hij zelf de partij eens toesprak en deugden als plichtsgevoel, berekenbaarheid en standvastigheid prees, Lafontaine snerend opmerkte dat met deze 'Sekundartugenden' ook een KZ (concentratiekamp) kon worden geleid.

Intussen is het de machtige SPD-voorzitter gelukt om dankzij de discipline die hij in de eigen partij herstelde, en dankzij een populaire kandidaat als Gerhard Schroder, dan wel geen kanselier maar toch een schaduwkanselier te worden.

Met militaire precisie is Lafontaines economische denkfabriek in Bonn te werk gegaan om alvast een tipje van de keynesiaanse sluier te lichten, die over de plannen van de nieuwe minister ligt. Vastere wisselkoersen, loonsverhogingen gelijkschakeling van de sociale en belastingsystemen in Europa, zelfs verhoging van de schulden wordt overwogen. En de Bundesbank? Die wordt 'absolutistisch' en 'pre-democratisch' politiek denken verweten, maakte Claus Noe, een van Lafontaines vijf staatssecretarissen, bekend.

Lafontaine en zijn helpers zijn er met hun oproepen voor een soepeler geldpolitiek in geslaagd zoveel onrust te zaaien, dat de angst voor een zachte euro om zich heen heeft gegrepen. “Dat heeft de euro zo kort voor de invoering niet verdiend', bekende deze week zelfs de econoom Wilhelm Hankel, een van de vier professoren die eerder dit jaar probeerde via het Constitutionele Hof van Karlsruhe invoering van de euro te voorkomen omdat de criteria niet goed zouden zijn vervuld. “Wie had gedacht dat uitgerekend Duitsland een risico zou kunnen vormen voor de stabiliteit?', zegt Hankel, die zelf het gevaar uit Rome zag komen.

Bundesbankpresident Hans Tietmeyer heeft donderdag geprobeerd minister Lafontaine en staatssecretaris Flassbeck van hun angst voor de 'markt' en de 'concurrentie' af te helpen. Sociale rechtvaardigheid wordt niet los van de vrije markt bereikt. Sociale verworvenheden gaan juist hand in hand met de ontwikkeling van de markt en concurrentie.

Dat heeft de naoorlogse ervaring van vijftig jaar sociale markteconomie geleerd hield de bankier het tweetal voor.

Na afloop van hun bezoek aan het 'hol van de leeuw', hing Lafontaine de witte vlag uit bij het ministerie. Het was een 'intensieve uitwisseling van ideeen' geweest en 'er is geen lid van de regering die de onafhankelijkheid van de Bundesbank bestrijdt'.

Of dat genoeg is? “Tietmeyer doet er wijs aan om de volgende keer ook mevrouw Lafontaine uit te nodigen', merkte Hankel schamper op. “Anders hebben zijn adviezen geen effect.'