Een ambitieus land

“Wilt U alle draagbare telefoons uitschakelen', vroeg de voorganger aan het begin van de kerkdienst. Geen overbodig verzoek want vorige week gingen negen apparaten af tijdens het concert van de Singapore Philharmonic. Iets meer respect voor Sjostakovitsj was ook mooi geweest.

Gelukkig rezen in de kathedraal de klassieke Anglicaanse liederen ten hemel, ongestoord door andere draadloze boodschappen. En de Heer werd geloofd met een sterkte van honderden kelen waar heel wat Engelse dominees in hun halflege kerken graag voor zouden tekenen. Had componist Vaughan Williams kunnen denken dat aan het eind van de 20ste eeuw kerkgebouwen in Engeland worden verkocht, terwijl zijn romantische kerkmuziek krachtig klinkt op de evenaar? Hier in Singapore zijn de christelijke kerken zelfbewust aanwezig en het viel ons op hoe veel Chinese burgers er heel natuurlijk voor uitkomen dat zij actief lid zijn van een kerk. Een meerderheid van het kabinet, en een heel groot deel van de intellectuele elite is christen. Waarom zou het christendom makkelijker wortel schieten in de Chinese gemeenschap dan in Japan?

De bezoekers van overzee kregen een extra welkom van de bisschop: “U hebt gezien dat ons Internetadres op de voorpagina van de liturgie staat?' Moderner kan het haast niet, maar andere ervaringen waren weer traditioneel Chinees. De ontvangst bij de vice-premier, bijvoorbeeld, leek precies op het protocol van foto's uit Beijing. Mij werd een fauteuil gewezen tegen de achterwand van de ontvangstzaal met daarnaast een lage tafel en twee kopjes thee. De vice-premier nam na de introducties plaats in een identieke fauteuil aan de andere kant van die tafel, zodat hij en ik steeds een kwartslag moesten draaien om elkaar te kunnen zien. De notulist van de Centrale Bank en de collega die mij had voorgesteld bleven 45 minuten geheel op de achtergrond. Anders dan bij ons in Nederland: als premier Kok economen ontvangt gaat het gesprek rond te tafel en iedereen boven een bepaalde leeftijd wordt aangemoedigd om 'Wim' te zeggen; in de Chinese traditie komt alleen de hoofdgast aan het woord, blijft de professor 'prof' en de vice-premier 'D.P.M.' 'Deputy Prime Minister'.

Het grootste verschil tussen Singapore en Nederland? De ambitie om de B.V. Singapore nog beter te laten functioneren, en zo nodig te leren van het buitenland. Is de kleine criminaliteit in Tokyo opvallend laag? Dan ook in Singapore het Japanse systeem van de Omowari-San, de wijkagent die vanuit een wijkpost overzicht houdt.In Nederland kan de korpschef van Rotterdam een mooie toespraak houden over 'blauw in de wijk', maar er gebeurt niets. Laat de nationale feestdag voor het poldermodel maar samenvallen met Sintjuttemis.

Niet toevallig zien hier in Singapore de hoogbouwflats er ook veel beter uit dan bij ons. Sociale woningbouw van twintig jaar geleden wordt grondig en smaakvol gerestaureerd, en de overheid zorgt voor zorgvuldig onderhouden groen en voor een buurthuis waar flatbewoners en hun kinderen welkom zijn voor (bijna) gratis sport en ontspanning.

Bewoners mogen gespaarde pensioenpremies opnemen om hun eigen flat te kopen (eigen geld: 10 procent), en dus zijn ook bijna alle drie- en vierkamerflats in eigendom. Dat leidt tot politieke druk om flats niet te laten verloederen maar goed en veilig te houden. De overheid subsidieert de renovatie, en de flats kunnen weer mee. In Vlissingen, Venlo, Helmond of Amsterdam is de politieke druk in de omgekeerde richting: de politie heeft geen zin in een wijkpost, de gemeenteraad vindt het moeilijk om op te treden tegen lastige bewoners, en VROM heeft toch een 'pot' met sloopgeld bij leegstand. Dus gaan flats van nog geen dertig jaar oud er tegen de grond. In Singapore is er werk voor huismeesters; bij ons voor slopers.

Op zo veel gebieden leert Singapore sneller dan Nederland. De traditie van de zeevaarders en ondernemende gemeentebestuurders uit onze gouden eeuw, de durf van Thorbecke die 'met de spade op de schouder' instemming vroeg met de Nieuwe Waterweg, de vastberadenheid van het Deltaplan in de tijd dat die term nog niet een versleten politiek cliche was, die energie is hier nog voelbaar aanwezig. De regering van Singapore geeft gratis beurzen voor een complete universitaire studie aan de tweehonderdvijftig studenten met de beste resultaten op de middelbare school, naar keuze voor studie in het buitenland of aan de twee lokale universiteiten. Op de internationale wiskunde-olympiade in Nieuw-Zeeland moesten de 120 winnaars uit Singapore als enige nationale groep een extra moeilijke toets doen, want er was niet voor iedereen een medaille. Ondertussen overlegt onze minister van Onderwijs over een voorzichtige verandering in het blinde loten voor de medische studie.

Ik houd van Nederland, maar weet na twintig jaar ervaring met lezingen over economie en politiek dat wie bij ons een voorbeeld aanhaalt uit een ander land altijd te horen krijgt dat Zwitserland zo saai is, Amerika zo hardvochtig en Duitsland zo humorloos. En in Singapore mag je geen kauwgum kopen. Ik hoop maar dat het in Nederland bij zo'n krampachtige houding gaat om een enkele generatie die in de verwarde jaren zestig te hard van vaste ankers is losgeslagen. Het zijn in Nederland de veertigers en vijftigers die zo vaak het zelfvertrouwen missen om te leren over de grens. Joop den Uyl heeft vijftien jaar onvermoeibaar geappelleerd aan de emoties van die eerste geboortegolf met zijn visioen van Nederland als gidsland, tegen de multinationals en vol abstracte bewondering voor dictators Fidel Castro en Nyerere. Van Singapore viel niets te leren: het kabinet-Den Uyl besliste dat Singapore geen lid mocht blijven van de club van sociaal-democratische landen.

Ik geef nu les aan een volgende generatie die volwassen werd na de val van het communisme in 1989, geen blinde vlek heeft voor Fidel Castro, en geen probleem met een beetje winst. De twintigers en dertigers van vandaag staan, hoop ik, weer open om goede ideeen over te nemen uit het buitenland, en dus niet om Singapore gemakkelijk af te doen omdat een jeugdige Amerikaanse vandaal een officieel pak slaag kreeg, of omdat het drugsbeleid erg afwijkt van dat bij ons.

“Wij moeten wel goed opletten en nuttige ideeen uit het buitenland snel invoeren', hoor ik hier steeds, “want Singapore is maar een kleine natie.' Maar dat geldt natuurlijk ook voor Nederland met niet meer dan 5 procent van alle inwoners van de EU.

In vredestijd doen kleine landen het gemiddeld beter dan grote naties, want de binnenlandse markt is te klein om met kartels af te schermen voor concurrentie, en de bevolking is gewend om vruchtbaar om te gaan met buitenlanders en van hen te leren. Daarom mag Nederland zich wel generen dat het ondanks gunstige ligging, bescheiden omvang en langdurige traditie van open grenzen toch maar een middenmoter is in Europa. Maar ik voorspel dat de volgende generatie vliegende Hollanders weer wat korter gaat overleggen en wat hoger vliegen.