De goede werken van Jan Nico Scholten; Senator heerst over een 'geheimzinnig' netwerk van stichtingen

Autocratisch, geheimzinnig - zo oordeelt een inter- nationale commis- sie over de ideele organisaties van Jan Nico Scholten. De ex-strijder tegen apartheid, nu senator voor de PvdA, bouwde een groep stichtingen om zich heen voor goede werken in zuidelijk Afrika. Het management ervan schiet ernstig tekort, vindt de commissie - maar Scholten wil van geen vertrek weten. 'Dit is een van de mooiste banen die ik ooit had.' Als ik desperaat geld nodig heb, probeer ik dat hoe dan ook te krijgen Onze vrienden in Zuid-Afrika vroegen: alsjeblieft, ga door, ga door!

Dominee Christiaan Beyers Naude, aartsbisschop Desmond Tutu, dominee Allan Boesak. In de boekjes en folders die de hulporganisaties van Jan Nico Scholten uitgeven, is het een komen en gaan van klinkende namen uit de strijd tegen de apartheid. Dan weer is Boesak initiator van Scholtens goede werken, dan weer fungeert Beyers Naude als beschermheer, dan weer is Tutu ere-voorzitter en meestal wordt er een foto bij afgedrukt waarop Scholten een blik van verstandhouding met ze wisselt.

Toeval is dat allerminst. In de jaren tachtig stelt Scholten het verzet van mensen als Tutu en Boesak ten voorbeeld wanneer hij als Kamerlid voor het niCDA een harder Hollands optreden tegen het apartheidsregime in Pretoria eist. Hij vindt evenwel de tijdgeest op zijn weg. Scholten (oud-christen-radicaal Tweede-Kamerlid sinds 1970) is geworteld in het bevlogen confessionalisme uit de jaren zestig en zeventig. De overstap naar de no nonsense-era onder Lubbers is hem te groot.

Het blijkt bovenal als Scholten eist dat Nederland het - dan illegale - ANC volgt en een olieboycot tegen Zuid-Afrika afkondigt. Welke belangen Nederland ook heeft, wat Shell ook zegt, Scholten vindt dat het moet, hij eist het. Het evangelie is zijn leidraad, de Wereldraad van Kerken zijn institutionele alibi. Maar het CDA wenst hem niet (meer) te volgen. Zo kan men de scheuring van verre zien aan komen. In 1984 wordt hij min of meer gedwongen zijn partij te verlaten.

Daar staat Jan Nico Scholten. Oud-burgemeester, vaardig bestuurder, voormalig prominent anti-revolutionair, bewonderd parlementarier. Alleen gelaten door zijn politieke vrienden - en kansloos in het vinden van een nieuwe bestuurlijke positie nu hij zijn politieke machtsbasis is kwijtgeraakt.

Hij maakt van het onrecht in Zuid-Afrika zijn nieuwe beroep. Association of West European Parliamentarians for Action Against Apartheid, kortweg AWEPAA, heet de stichting die hij in 1984, enkele maanden na zijn vertrek uit het CDA laat inschrijven bij de Kamer van Koophandel. “In die tijd waren we zo klein', zegt Scholten er nu over, “dat kan je je bijna niet meer voorstellen.'

Als AWEPAA-voorzitter zet Scholten zijn pleidooien voor sancties tegen de apartheid met verve voort. Het levert hem de levenslange solidariteit van Tutu, Boesak en Beyers Naude op. Intussen heeft hij van de regerende CDA-politici in Nederland weinig geldelijke steun te verwachten. Maar in Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland en Ierland worden de overheidsfondsen vanaf 1985 enthousiast ter beschikking gesteld.

Zonodig gooit de AWEPAA-voorzitter enig theater in de strijd om zijn gesubsidieerde protesten kracht bij te zetten. Op een verboden demonstratie bij de Zuid-Afrikaanse ambassade in Washington “liet ik me arresteren', vertelt hij in 1993 in een boek over hem Vrijheid het verhaal van een weerbarstig protestant. “De arrestatie leverde publiciteit op voor de goede zaak en daar was het om begonnen.'

AWEPAA vestigt zich in een pand op Prins Hendrikkade 48 in Amsterdam. Vier jaar later komt er op dat adres een broertje bij. Om de “contacten tussen Europa en Afrika te bevorderen' richt Scholten in 1988 het Afrika-Europa Instituut (AEI) op, dat conferenties inzake ontwikkelingssamenwerking wil beleggen. Later zal AEI ook veelvuldig optreden als exclusieve uitvoerder van projecten die onder de vlag van AWEPAA zijn geworven.

AEI kan eveneens op ruime financiele steun van de Scandinavische landen rekenen, evenals trouwens van de Europese Commissie: in de periode 1985-1996 krijgen AWEPAA en AEI samen een kleine dertig miljoen gulden subsidie van verscheidene donoren in Europa.

Scholten zelf wordt AEI-president, ANC'er Allan Boesak leidt de Raad van Toezicht. Later zal Boesak, in eigen land geconfronteerd met beschuldigingen ontwikkelingsgeld ten eigen bate aan te wenden, in die functie vervangen worden door Beyers Naude. Een verband tussen enerzijds Boesaks vermeende wrongdoing en anderzijds AEI of Scholten is overigens nooit gesuggereerd, laat staan aangetoond.

Koopman

Wel wordt ook Scholten in zijn nieuwe leven geregeld onderwerp van kritiek op zijn financiele werkwijzen. Dat er een voedingsbodem is voor zulke kritiek ligt mede aan een kwestie waarin Scholten in het begin van zijn loopbaan betrokken was. In 1970 blijkt dat hij als burgemeester van Andel eerder 130.000 gulden op zijn priverekening kreeg van een aannemer met wie zijn gemeente zaken deed. Het geld was bedoeld voor grondtransacties voor de gemeenschap, zei Scholten ter verdediging, en een justitieel onderzoek leverde geen strafbare feiten op. Later beaamt Scholten nochtans dat hij “onvoldoende bestuurlijke zorgvuldigheid' aan de dag legde. In het boek Vrijheid zegt hij: “Ik was te veel als 'koopman' opgetreden'.

Koopmanschap en bevlogenheid zullen zijn openbare leven blijven bepalen. Als Scholten in 1983 voorzitter wordt van Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) is dat een krakkemikkige organisatie. Hij stroomlijnt de vereniging en dwingt professionalisme in structuur en presentatie af. De lobby van de vereniging in Den Haag wint aan kracht en de financiele positie van de organisatie knapt spectaculair op, mede dankzij het feit dat VWN de laatste jaren 20 miljoen gulden ontvangt van de Postcodeloterij. Met dank aan Scholten kan VWN voortaan een financieel zorgeloos bestaan leiden.

Er is een keerzijde. Begin 1998 wordt bekend dat het zeven leden tellende dagelijks bestuur van VWN zichzelf per jaar 400.000 gulden aan onkostenvergoedingen en honorering uitbetaalt. Uit gegevens van VWN kan worden herberekend dat Scholten hiervan minstens 60.000 gulden honorarium per jaar ontvangt, exclusief onkosten.

Het is de prijs van de professionalisering, oordeelt een extern adviseur in opdracht van het VWN-bestuur. Volgens de adviseur is op een correcte wijze toestemming verleend voor de betalingen. Hij vindt ze bovendien redelijk; Scholten besteedt twee dagen per week aan VWN. Maar Amnesty International, dat een zetel in het bestuur van VWN bezet, blijft ook daarna van opvatting dat in een vrijwilligersorganisatie dergelijke betalingen aan bestuursleden ongepast zijn.

De voorzitter van de voorloper van VWN, prof. H. Meijers, wijst begin dit jaar direct de beschuldigende vinger naar Scholten. In het boek Het zout der aarde zegt hij: “Het vluchtelingenwerk werd belangrijker en dan, ik ben tendentieus maar toch, komen de statuszoekers erop af. Die worden zoals bij Vluchtelingenwerk voorzitter. Ze moeten gewoon het geld hebben. Ze veranderen de statuten en de leden van het dagelijks bestuur keren zichzelf als semi-permanente bestuurders een onkostenvergoeding uit.'

Overbodig

Als Scholten september 1998 vertrekt bij VWN omdat hij een PvdA-zetel in de Eerste Kamer kan krijgen is ook Vluchtelingenwerk inmiddels meegezogen in de groep ideele organisaties die Scholten beheert. Het begint in 1993. Dan richten AEI (president: J.N. Scholten) en Vluchtelingenwerk (voorzitter: J.N. Scholten) samen de stichting Refugiado op (voorzitter: J.N. Scholten).

Het doel, volgens de statuten: “Het bevorderen van de leefsituatie van vluchtelingen en ontheemden in Zuidelijk Afrika en het doen bevorderen van de leefsituatie van vluchtelingen in Nederland en Europa'.

AWEPA/AEI lijkt inmiddels te lijden aan overbodigheid. Nelson Mandela is sinds 1990 een vrij man en er zijn weinig tekenen dat de apartheid ooit weeromkomt: Scholtens stichtingen hebben hun doel bereikt. AWEPAA kort zijn naam met een A in tot AWEPA: Against Apartheid wordt for Africa.

AWEPA en AEI richten zich op nieuwe activiteiten: democratisering, mensenrechten, vrouwenemancipatie - alles in zuidelijk Afrika. Ze groeien overigens als kool: het aantal werknemers overstijgt inmiddels de veertig. Na de terugkeer van PvdA'er Jan Pronk op Ontwikkelingssamenwerking is ook Nederland soepel in zijn steun aan de goede werken van Scholten. Pronk verstrekt AWEPA voor de periode 1995-1999 een kleine 2 miljoen gulden, aldus een woordvoerder.

Refugiado is iets nieuws, een stichting waaraan niet het etiket van de apartheid hangt. De pretenties zijn aanvankelijk beperkt. Refugiado wil voorlichting over internationale vluchtelingenvraagstukken verstrekken, verder niets. Het is ook logisch, want voor hulp aan vluchtelingen in het buitenland bestaat hier te lande immers al de Stichting Vluchteling.

Met die laatste stichting heeft VWN de afspraak dat zij alleen Nederland bestrijkt, en de Stichting Vluchteling alleen het buitenland. “Die afspraak heb ik na de oprichting van Refugiado nog eens met Jan Nico Scholten bevestigd' zegt directeur Klaas Keuning van de Stichting Vluchteling.

Maar in de zomer van 1998 blijkt die afspraak tot verbazing van Keuning ineens niets meer waard.

Dan blijkt Scholtens stichting Refugiado zich sinds medio 1997 te hebben opgeworpen als redder van 300.000 Mozambikanen die geen verblijfstitel in Zuid-Afrika hebben en, zegt Refugiado, veelal terugwillen naar hun vaderland.

Beschermheer van het project vertelt Scholten, is bisschop Tutu. Niettemin betreft het een omstreden project. Zo is februari 1998 gebleken dat Scholten in brieven aan potentiele donoren ten onrechte heeft gemeld dat UNHCR in Pretoria, het Hoge Commissariaat van de Vluchtelingen, steun geeft aan het project. UNHCR blijkt van niets te weten en schrijft 24 februari een brief op poten aan de Zuid-Afrikaanse regering, waarin het project wordt geattaqueerd. Scholten heeft potentiele donoren ten onrechte gesuggereerd dat Zuid-Afrika een vluchtelingenprobleem met Mozambikanen zou hebben schrijft UNHCR. Een misverstand, zegt Scholten nu, dat allang uit de wereld is.

Er gaat meer mis. Een ter plaatse uitgevoerde pilot voor de repatriering van duizend Mozambikanen verloopt stroef. De uitvoerders beklagen zich in een brief (12 juni) aan een Nederlandse partner dat Scholten het toegezegde geld niet overmaakt (zie kader).

Intussen biedt het project werk aan alle stichtingen van Scholten. Het idee voor het project, vertelt Scholten zelf, is geopperd op een conferentie in Zuid-Afrika die werd georganiseerd door zijn eigen AEI. De fondsenwerving van het project wordt gedaan door Scholtens eigen AWEPA. De uitvoering is in handen van Scholtens Refugiado. En vlak voor zijn vertrek bij Vluchtelingenwerk (afgelopen september) regelt hij dat VWN een van de donoren wordt.

Dat gebeurt in juni. Dan dient Refugiado volgens de notulen van het VWN-bestuur een “spoedeisende' aanvraag voor ruim 200.000 gulden in.

Reden voor dit plotselinge verzoek, aldus nog steeds de notulen, is dat het Refugiado-project in Zuid-Afrika dreigt te verzanden “omdat een eerdere toezegging van een sponsor (-) niet werd nagekomen'.

Het verzoekt noopt het VWN-bestuur de eigen regels aan te passen: het geld moet komen uit een fonds dat alleen is bedoeld voor Europese projecten. En om vermenging van belangen te voorkomen - Refugiado (voorzitter Scholten) vraagt geld aan VWN (voorzitter Scholten) - benoemt het bestuur van VWN een commissie, waarvoor Scholten namens Refugiado het steunverzoek moet toelichten, waarna het bestuur van VWN onder Scholtens leiding, maar op advies van de commissie, de aanvraag honoreert, aldus de notulen. “Ik begrijp dat de indruk kan ontstaan dat hier sprake is van een vermenging van belangen', zegt Scholten zelf. “Vandaar ook dat door beide partijen de uiterste zorgvuldigheid in acht is genomen.' Hij zegt erbij: “Bij alles wat ik doe gaat het mij om menselijke waardigheid. Ik help de gemarginaliseerden die schreeuwen om hulp. En als ik daarvoor desperaat geld nodig heb, probeer ik dat hoe dan ook te krijgen.'

Aanval

Op het moment dat VWN zomer dit jaar het geld voor Refugiado ter beschikking stelt, weet Scholten overigens al dat zwaar weer voor zijn stichtingen op komst is. In juli is een concept gereedgekomen van een evaluatie-onderzoek dat zijn belangrijkste donoren (Finland Noorwegen, Zweden, Denemarken en Ierland: samen goed voor een kwart van alle subsidie zijn stichtingen de laatste jaren loskregen) hebben laten uitvoeren. Het is dan al een vernietigend stuk. Maar een concept, dus wie weet.

De vijf landen hebben de evaluatie begin dit jaar mede geentameerd omdat ze zich toenemend de vraag stellen naar de functie van met name AWEPA en AEI nu de apartheid is verdwenen.

De opdracht voor het onderzoek is gegaan naar het Finse bedrijf Prodec, aangevuld met enkele Nederlandse deskundigen. Rolf Folkesson van het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat AWEPA/AEI jarenlang fors steunde, zegt: “De projecten van de heer Scholten waaierden over een steeds breder terrein uit, zoals vluchtelingen, mensenrechten en democratisering. We waren er niet langer zeker van of dat goed was.'

Ook bestaat bij de donorlanden groeiend ongemak over de verwevenheid van Scholtens stichtingen, zoals later ook uit de definitieve versie van het rapport zou blijken. “Die verkleint de transparantie van de activiteiten', aldus het rapport in een van zijn mildere beoordelingen.

Want in feite zo beaamt ook Scholten, laat de definitieve versie van de evaluatie, die vorige week gereedkwam, zich lezen als een onverholen aanval op een persoon: de weerbarstige protestant Jan Nico Scholten. “Ze mogen mij blijkbaar niet erg', zegt Scholten.

Zo wordt in het rapport vastgesteld dat binnen AWEPA c.s. “beslissingen zeer gecentraliseerd' worden genomen. Het leidt tot een erg negatief oordeel over de organisatiecultuur van AWEPA c.s., wat ook op het conto van Scholten wordt geschreven. “De cultuur is autocratisch, geheimzinnig en defensief. De voorzitter (-) bemoeit zich ook met het dagelijkse management, hetgeen de cultuur autocratisch maakt', aldus het rapport.

De geheimzinnigheid komt vooral tot uiting in financiele kwesties. Adequate interne controle blijkt moeilijk: “Op een bestuursvergadering wordt leden inzage in financiele overzichten gegeven - maar kopieen krijgen ze niet.' Enig inzicht in de AWEPA-financien blijkt de onderzoekers wel te zijn gegund: ze zijn ook geinteresseerd in Scholtens persoonlijke inkomsten.

Als AEI-president verdient hij circa 120.000 gulden per jaar, blijkt uit het rapport. Als AWEPA-voorzitter ontvangt hij jaarlijks 30.000 gulden. Samen 150.000 gulden.

Ook krijgt Scholten van AWEPA ongeacht de bestemming een vaste vergoeding voor een reisdag, 440 gulden. De enige andere AWEPA-bestuurder met dit voorrecht is de penningmeester. Uit een bijgevoegd overzicht blijkt dat Scholten in de eerste acht maanden van dit jaar (toen hij ook nog bij Vluchtelingenwerk werkte) 53 reisdagen maakte: goed voor AWEPA-declaraties van ruim 23.000 gulden.

Serieuze twijfel

Voorts stelt men in het rapport dat de activiteiten van AWEPA c.s. in zuidelijk Afrika zijn geconcentreerd, terwijl het hoofdkantoor in Amsterdam is gevestigd. “Dit komt slechts omdat de initiator en voorzitter Nederlands is.' En niet dat hij zorgt voor kwalitatief management. De strategische planning is “kortzichtig (-) en inefficient', het management als geheel wordt “gebrek aan professionaliteit' verweten.

Ook wordt de vraag opgeworpen of de stichtingen van Scholten nog wel nodig zijn. “De AWEPA-doelen overlappen met die van andere organisaties', staat er terwijl voor de post-apartheid-activiteiten de vraag rijst of de “capaciteit' van AWEPA daarvoor wel voldoende is. Voorts blijken AWEPA c.s. over een uiterst beroerd imago te beschikken onder parlementariers en sponsors. “Het imago van de stichtingen is sterk verbonden met de heer Scholten.'

Ook het feit dat AWEPA en AEI elkaar projecten toeschuiven wordt gehekeld. “De exclusiviteit van deze relatie heeft de tendens de prijs te beinvloeden.'

De studie beveelt enige tientallen veranderingen aan. Zolang deze niet worden doorgevoerd, luidt het advies te stoppen met subsidiering van AWEPA c.s.

Enkele aanbevelingen: AWEPA c.s. moeten zich terugtrekken naar die terreinen waar ze deskundig zijn; ze moeten de stichtingen uiteen rafelen dan wel fuseren; voortaan helderheid bieden over projectkosten en overhead; reisvergoedingen relateren aan de bestemming; en: de voorzitter moet zich terugtrekken uit het management en zich nog slechts bemoeien met het beleid en de public relations.

De meeste van deze aanbevelingen, zegt Scholten, zal hij overnemen. “Daar waren we allang mee bezig.' Over zijn persoonlijke financien wenst hij niet te praten. En de onderliggende analyse van het rapport verwerpt hij. “Dat is de opvatting van drie onderzoekers die niet erg netjes te werk zijn gegaan: hun oordelen waren al klaar voordat ze ons hadden gehoord.' Hij wijst erop dat de studie weliswaar in opdracht van vijf landen is gemaakt, maar dat deze landen daarmee niet automatisch de inhoud onderschrijven, laat staan dat ze nu allemaal zullen stoppen met subsidiering.

Denemarken heeft dat niettemin al gedaan, aldus N. Dabelstein van het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking in Kopenhagen. Dabelstein is lovend over het rapport ('gedegen werk') en zegt dat deze evaluatie aanleiding is voor een accountantsonderzoek bij AWEPA.

Scholten stelt er tegenover “dat er wel degelijk landen zijn die zeggen dat ze ons blijven steunen', al wil hij niet zeggen welke. Ook is er recentelijk een gunstige audit van de Europese Commissie gereedgekomen zegt hij, al wil hij die niet ter inzage geven. Over het bestaansrecht van AWEPA c.s. heeft hij intussen geen enkele twijfel. “We hebben in 1994, na de verkiezingen in Zuid-Afrika, serieus overwogen te stoppen. Maar onze vrienden in Zuid-Afrika vroegen ons: alsjeblieft, ga door, ga door! Daarom doen wij het. En dat geldt ook voor mezelf. Ik ben 66 jaar maar niet van plan ermee op te houden. Dit is een van de mooiste banen die ik ooit heb gehad.'